Mijn geloof en waardigheid

De laatste maanden merk ik dat mij steeds vaker wordt gevraagd naar mijn geloof, naar mijn beeld van het onzienbare. Bovendien voerde ik op dit blog een langdurige discussie met een bezoeker over het christelijk geloof. Niet dat die discussie tot een conclusie leidde. Ze bleef zo oeverloos als het Meer van Galilea. 

Ik heb het idee dat er een opleving is als het gaat om de belangstelling voor geloof. Niet dat iedereen zich als de beesten aan het bekeren is geslagen maar de belangstelling is er wel. In de discussies is vaak gevraagd wat mijn geloof nu eigenlijkw el inhoudt. Voor degenen die het nog niet hebben opgepikt, zal ik het hieronder nog eern keer uit de doeken doen.

Daarbij valt te bedenken dat mijn geloof voortkomt uit twee ouders: beleving en heel veel nadenken. Het resultaat daarvan is dit mooie kindje: ik geloof in het onmogelijke, eventueel ook ongelofelijke. Ik denk dat alles mogelijk is, ook als het door een menselijk brein niet bedacht kan worden, als het menselijk brein daarvoor doodeenvoudig niet de kaders tot zijn beschikking heeft. Mensen zijn driedimensionaal en hebben over het algemeen vijf zintuigen. Het komt mij onwaarschijnlijk voor dat die begrenzing universeel is.

Nu moet ik daarbij allereerst vermelden dat ik óók geloof dat alles wat de menselijke geest kan bedenken concreet kan worden. Het bewijs daarvoor ligt voor de hand: we beschikken over technieken die bij de mensheid vele eeuwen geleden nog niet eens in de fantasie waren opgedoken. De gedachte dat twee mensen op tienduizenden kilometers van elkaar vandaan binnen enkele seconden met elkaar kunnen praten, is vele eeuwenlang niet bij iemand opgekomen. Wat vandaag onmogelijk lijkt, is morgen trend.

Maar ik doe een stap verder: er zijn ontwikkelingen mogelijk die wij met ons menselijk verstand nooit zullen kunnen bedenken en ook die zijn mogelijk. Zelfs de mogelijkheid dat de mens ooit alles wat mogelijk is kan bedenken, sluit ik niet uit. Nou, dat was een vette hap. Mogelijk verblijven ver weg van ons wezens die contact zoeken met ons op een manier die wij niet begrijpen zodat de boodschap volledg aan ons voorbij gaat. Het zou toch kunnen zijn dat in het AL iets mogelijk is dat geen mens of ander wezen kan bedenken? 

Mijn geloof kent geen meneer met een hoge hoed op, een grijze baard, een pandjesjas, een vestzakhorloge en wandelstok met gouden knop. Toch is mijn geloof wel persoonlijk want ik ken niet veel mensen die in het onmogelijke geloven. Veel mensen klampen zich vast aan de wetenschap die allerlei onmogelijkheden vooronderstelt. Wetenschappers die bij voortduring roepen dat iets niet “kan” werken zijn  er bij de vleet. in mijn ogen zijn het ook geen echte wetenschappers maar dat terzijde.

Dat brengt ons bij de mening van veel ongelovigen dat ongeloof geen geloof is. Daar ben ik het niet mee eens. het is wel degelijk een geloof. Zo goed als de gelovige het bestaan van God niet kan bewijzen, zo kan de ongelovige het niet bestaan ervan niet bewijzen. Dat betekent dat beide groeperingen hun nzichten voor waar aannemen en dat is een definitie van geloof. En als we dan toch allemaal gelovig zijn, dan is er ook geen enekele reden meer om ruzie te maken over geloof en ongeloof. Hooguit over vrijheid en onvrijheid.   

Mijn geloof heeft veel te maken met waardigheid. Wie leeft in het besef dat ALLES mogelijk is, leeft waardig. Hij of zij heeft zij  of haar eigen positie duidelijk gedefinieerd en dat is de basis van waardigheid. Klinkt dat geloofwaardig genoeg?

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.planetperplex.com/nl/onmogelijk.html

www.cijfers.net/quiz/nerds.html

www.kennislink.nl/web/show?id=133140

www.synoniemen.net/index.php?zoekterm=onmogelijk

www.nujij.nl/het-officiele-verhaal-kan-onmogelijk-hebben.3995035.lynk

www.poesie1840.skyrock.com/2053313125-onmogelijk.html

www.hf-online.nl/blog/?p=1465

www.redirect.waarmaarraar.nl/blog/5088/ID/325987/GO/0/Onmogelijk_Valkenswaard.html

www.gedichten.misslinz.nl/?p=13

www.sairaramira.wordpress.com

www.kajman.wordpress.com 

 

 

 

Advertenties

MTV in Liverpool

Vandaag is Paul Mc Cartney op de MTV Music Awards in Liverpool uitgeroepen tot grootste Legende.

Well Paul, I don’t know if I will have to congratulate with that since you’re still alife and kicking.

Till strongness.

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

;a

Hellend vlak

Er is een oud gezegde dat ons vertelt dat je met boeven boeven vangt. Vanmorgen zag ik John van den Heuvel bij Goeiemoggel en ik kreeg het idee dat het waar was. Het was mijn gevoel dat deze man helemaal niet zoveel van Holleeder afstaat als hij ons voorspiegelt. Hij heeft dezelfde manier van binnensmonds mompelen waardoor je het verschil niet hoort tussen “ik ben aan de coke” of “ik ben van de kook” of “ik heb hem om” en “ik leg hem om”.

Zijn naam wijst in elk geval op een permanent hellend vlak en ja, het lijkt me ook moeilijk om in de voortdurende omgang met supercriminelen zelf zuiver op de graad te blijven. Maar..ik beweer niets, ik zeg niets, het is gewoon een gevoel. De man werkt nog voor de Telegraaf ook en…maar goed, ik zeg niets, ik beweer niets, ik wéét ook helemaal niets. 

Johnnie Boy was op tv in verband met de herdenking van die heerlijk, heldere ontvoering van 25 jaar geleden waarbij Willem Holleeder de toonaangevende man was. Aan de hand daarvan gingen de aanwezigen nog eens even na hoe de politie indertijd de ontvoerders heeft opgespoord en daarbij trof mij één uitdrukking: “het gaat tegenwoordig allemaal veel professioneler”.

Die uitspraak beschouw ik nu weer als een voorbeeld van de grenzenloze overschatting van onze eigen tijd, die overschatting die ook hoort bij “beleg je maar een ongeluk” en “soms ben ik zo toe aan een platbeeld-tv”. Persoonlijk heb ik meer op met de rechercheurs van 25 jaar of langer geleden dan met de verwende techneuten van onze tijd. Het is toch wonderbaarlijk hoe de speurneuzen van het verleden op grond van ervaring, inzicht en denkwerk tot prachtige resultaten kwamen. Dat noem ik nou de ware professionaliteit. Het simpelweg inzetten van een hele reeks van wetenschappelijke en technische hulpmiddelen en dan nog ernaast zitten, geen kikker van de kant af kunnen duwen, geen deuk in een pakje boter kunnen slaan, laat staan een crimineel in de kraag vatten, kun je nauwelijks als professionaliteit zien.

En we zitten er wat naast. Natuurlijk, jonge rechercheurs zijn uitgerust met een dot technologische kennis waar je beroerd van wordt maar hebben ze ook speurzin? Zijn ze niet veel meer uit op “snel scoren” omdat zoiets beter in de loopbaanplanning past? Ik vrees van wel.

En als het niet gaat om de loopbaanplanning van de rechercheur, dan is het werl de Officier van Justitie die op resultaten aandringt. Tenslotte wil hij ook niets liever worden dan landelijk Officier drugs of procureur generaal of nog veel meer van dat moois.

Ik geef toe dat politie en justitie zijn overladen met een berg absoluut overbodige rompslomp zoals de bespottelijke “war on drugs”. Die zou al lang voor het grootste deel gewonnen zijn als de drugs gewoon vrijgegeven waren. Net zoals dat bij het roken het geval is. Vandaag heeft de Ierse politie weer een vangst gedaan van 1,5 ton cocaïne en het is vrijwel zeker dat op hetzelfde moment 15 ton drugs de EU van buitenaf binnenslipten. 

Eerlijk gezegd heb ik geen behoefte aan pillen en poeders of spuiten. Ik vermaak me uitstekend met een lekker glas whisky, de meest geaccepteerde drug van onze samenleving. Tenslotte berust de hele drugsbestrijding op niets anders dan wat gedoe voor de Bühne waarvoor enorme hoeveelheden justitiegeld worden ingezet terwijl een simpele subsidie van het Minsiterie van Cultuur voldoende zou zijn. Drugsbestrijding begint duidelijke trekken te krijgen van folklore. We vieren de vangst van een lading cocaïne door ons helemaal coma te zuipen. Dag meneer Teeven (die heeft toch ook wel een wat slappe onderlip)!

Kortom, houd eens op over professionaliteit bij de opsporing van criminelen. De ware professionelen zijn mannen en vrouwen die met een minimum aan middelen een goed resultaat kunnen bereiken. De inzet van technologie en wetenschap komt daarna. Het is natuurlijk niet “sexy” om zoiets te zeggen, evenmin als mijn verhaal over drugs. Niet sexy maar wel vruchtbaar Ik geef toe: sexy en vruchtbaar tegelijkertijd, dat is een hellend vlak.  

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service!

www.sexymoeders.nl

www.watisgenomics.nl/genomics/genomics/i000444.html

www.voorzieningen.leidenuniv.nl/general/img/Boeven%20vangen%20met%20statistiek%20nj06

www.rtl.nl/programma/bureaumisdaad

www.rtl.nl/(/actueel/rtlboulevard/nieuws/)/components/actueel/…/2008/…/28102008_john_heuvel_sbs.xml

www.heinekenontvoering.nl/index2.htm

www.volkskrantblog.nl/bericht/198812

www.donder.skynetblog.be/post/2817598/misdaad-loont

www.thomasbakker.wordpress.com/bio-thg-bakker

www.sairaramira.wordpress.com

www.kajman.wordpress.com 

 

 

Griepprik…weg ben ik!!!

Het valt mee. Ik krijg vandaag toch nog even de tijd om wat te typen en die kans laat ik me niet ontgaan. Gisteren was ik bij mijn huisarts voor “iets” en hij vroeg mij toen meteen: “Je wilt niet aan de griepprik?” Ik heb daarop bevestigend geantwoord: “Dat gaan we niet doen.” Hoe hij ook praatte, mijn antwoord bleef hetzelfde en dan moet je nagaan dat ik uitstekend overweg kan met mijn huisarts. Ik vind dat trouwens een voorwaarde.

De griepprik is door de overheid ingesteld als preventief middel tegen griepepidiemieën. Persoonlijk zie ik daar de noodzaak niet zo van in want zo’n epidemie geeft de mensen weer eens even kans tot rust te komen, rust die ze zelfs in hun vele vakanties meestal niet nemen. Iets anders is het aantal mensen dat aan de griep overlijdt. Mijn huisarts wees daar ook nog op maar ja…volgens mij heb ik meer kans om onder een vuilniswagen te lopen en helemaal plat te zijn. De overheid verbiedt even zo goed de vuilnisophaaldienst niet. Nee. zover gaat onze behoefte aan preventie niet.

Daar komt bij dat ik al dat geprik niet goed snap. Volgens mij worden we allemaal binnen de kortste keren resistent tegen elk vaccin en dan gaan we nog veel eerder dood. Bovendien kost zo’n actie vrachtwagens met geld en het is nog maar de vraag of dat economisch wel verantwoord is. Ja, natuurlijk, ik snap het wel. In onze superliberale vrijemarkteconomie gaan de belangen van het bedrijfsleven altijd voor en ondernemers willen liever niet dat hun medewerkers ziek worden. Dat levert verliezen op.

Dat geldt voor mij als kleine zelfstandige zonder personeel natuurlijk ook. Als ik ziek word, kan ik niet werken en dan komt de inkomstenstroom onmiddellijk tot stilstand. Of dacht je soms dat ik zo’n onbetaalbaar solide inkomensverzekering had?  Niet dus.  Wat dat betreft ben ik een echte kleine zelfstandige: slecht verzekerd.

Er zit ook nog iets anders bij. Al dat geld dat de overheid in de preventie gooit, kan niet een tweede keer worden uitgegeven. Daardoor zijn de middelen beperkt voor de mensen die al lang ergens aan lijden. Preventie snoept gewoon de gelden voor de mensen met een aandoening of ziekte weg. Dat brengt mij des te meer aan het twijfelen of al die preventie haar doel niet voorbijschiet. Is het wel zeker dat er zoveel ziekte wordt voorkomen, voldoende om miljoenen mensen ter voorkoming van een aandoening te vaccineren? Ik weet het niet hoor.

Het doet mij ook denken  aan ProRail dat alleen nog maar ongelijkvloerse kruisingen wil bij stations ter voorkoming van ongelukken. Bij osn in de stad is op de overweg nog nooit een ongeluk gebeurt omdat iedereen heel goed weet dat hij of zij moet uitkijken. Of Connexxion dat de schuifdaken wil dichtlassen om te zorgen dat niemand zijn kop naar buiten steekt en tegen een viaduct of brug te pletter slaat. Je zou mensen ook op het hart kunnen drukken zoiets niet te doen. Bescherming tegen ongelukken van de grootste idioot is onmogelijk. 

Als preventie zou je de Amerikanen kunnen verbieden een president te kiezen. Dat voorkomt veel oorlog. Je kunt ook iedereen verbieden kinderen te krijgen. Dat is goed voor het milieu. De overheid kan gratis zwembandjes uitreiken in verband met het overstromingsgevaar en ga zo maar door. Je kunt zelfs mensen verbieden om in IJsland te gaan wonen zodat hun hersens niet meer bevriezen. Ik krijg sterk het gevoel dat we maar eens een beetje van al dat gepreventeer af moeten. Gerwoon weer problemen bij de kop pakken en niet iets gaan zitten bedenken dat er nog helemaal niet is en dan al vast met de bestrijding beginnen.

Mijn voorkeur gaat in elk geval niet uit naar massale ingrepen ten behoeve van mensen die gezond zijn. Mijn gevoel zegt me dat we eens moeten ophouden elke dood en elke ziekte te willen voorkomen. In de praktijk is dat onbegonnen werk. Vorige week nog was ik op een congres waar allerlei hoge heren beweerden dat het onmogelijk is ieder risico uit te bannen. Het leek of het verstand had gewonnen.

Het zou beter zijn als de overheid ons leerde hoe we met ziekte en dood om moeten gaan, hoe beroerd het ook allemaal is. Ik weet er alles van. 

Misschien is het wel heel asociaal van mij om die griepprik niet te accepteren maar zoals je ziet komt die houding toch echt uit sociaal gevoel voort. Griepprik…weg ben ik!

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.vogelgriepforum.nl/blogs/…/archive/2007/…/griepprik-werkt-niet-bij-ouderen-nut-nauwelijks-aangeto

www.tiptho891.blogspot.com/2008/08/drie-maal-raden-wie-z-griepprik-in-de.html

www.wandelpreventie.blogspot.com

www.iris—1986.hyves.nl/blog/7089790/Loverboys_3_Preventie_voorlichtingsgesprek_Groningen..

www.maggiedeblock.be/wordpress/?p=557

www.sairaramira.wordpress.com

www.kajman.wordpress.com

Afblussen met Beerenburg

broccoli-quiche.jpg

“Ik meen dat het Pim Fortuyn was die tegen een vrouwelijke belaagster zei: “Ach mens, ga koken.” Kommer kijkt nurks voor zich uit terwijl hij helemaal onderuit gezakt in zijn relaxfauteuil en voeten op de hocker aan zijn Friesche pijp lurkt. “De man moet tegenzin tegen eten hebben gehad”, mompelt hij na enig nadenken. “Vreselijk, wie ook maar enigszins culinaire trek heeft, weet dat mannen kunnen koken. Vrouwen niet. Die “maken het eten klaar”. Dat is iets anders.”

Zolangzamerhand begin ik mij af te vragen of er íets is wat vrouwen volgens Kommer wèl kunnen. ” Antje zou het kunnen doen maar ze doet het zelden”, zegt Kommer en weer neemt hij een stevige trek aan zijn pijp. Ondertussen blijft hij ongegeneerd in zijn stoel liggen. Hij is één van degenen die meent dat het bij bekenden niet uitmaakt hoe je je gedraagt. Als je mensen goed kent, mag je helemaal jezelf zijn. “Vroeger beweerde iedereen dat ik geen kaas had gegeten van koken. Nou, dat hebben ze geweten. Tegenwoordig sta ik bekend als de quiche-kok van Friesland Boppe”, lacht hij zachtjes. “Dat is mijn voorkeursgerecht, “quiche”.  Ik gooi er echt Jan en z’n ouwe moer doorheen. Je moet quiche helemaal volgooien met van alles en nog wat en veel roomkaas, blauwe kaas ook. Dan een dag laten staan en de volgende dag pas echt klaarmaken. Ik moet oppassen dat ik me er geen buik aan eet.” Trots en tevreden strijkt hij even over zijn inderdaad nog vrij strak zittende vest.

Hij kijkt mij onderzoekend aan. “Heb jij geen lievelingsmaal?”vraagt hij. Ik moet mij even achter het oor krabben en een slok Beerenburg wegwerken voordat ik op die vraag het antwoord weet. “Indisch”, zeg ik ten slotte. “Het maakt niet eens zoveel uit wat het is maar ik heb liever nasi dan bami. Indisch eten is snoepen.” Kommer zucht. “Je kiest voor de eenvoudige weg”, zegt hij. “Je kunt de Indische keuken heel simpel lekker maken door er een kwak pindasaus overheen te gooien maar koken is dat natuurlijk niet.”

Ik vertel Kommer, al krijg ik er niet veel kans voor, dat ik in de Indische tafel meer weet te waarderen dan satehsaus en dat ik babi pangan van simpele speklappen als één van de toppers beschouw. Maar ja, het is natuurlijk niet mijn interview dus Kommer heeft het volste recht om over al die dwaasheid heen te walsen. En dat doet hij ook. “Japans, Japans, dat is pas fine de fleur”, meent hij. “De kunst van het smakelijk opdissen van rauwe gerechten. Ik maak er soms een sport van om op dat gebied iets nieuws te bedenken. Het is jammer dat alle Japanners gek zijn. Ik zou nooit bij zo iemand in de leer kunnen gaan, hoewel…als het om kóken gaat”, die laatste woorden komen er met een lichte aarzeling uit.

Omdat hij zelf zo overtuigd lijkt te zijn van zijn eigen artistieke kookkunst, besluit ik de frontale aanval in te zetten. “En uw vrouw, wat vindt zij van uw vaardigheden in de keuken?”Kommer trekt één wenkbrauw verbaasd op, alsof hij zich afvraagt waar iemand de brutaliteit vandaan haalt om te denken dat zijn vrouw er anders over zou kunnen denken. Hij blaast een dikke, blauwe rookwolk uit zodat ik zijn gezicht nauwelijks nog zie. “Ze valt in katzwijm van mijn haute cuisine”, zegt hij zelfverzekerd. En toch…iets in die zelfverzekerdheid verraadt mij dat hij denkt wat ik vermoed: “Zij kan erg goed de rol van verwende en tevreden restaurantgast spelen”. “Maar”, voegt hij er haastig aan toe om zijn onzekerheid te camoufleren: “Als het een keer wat minder uitvalt, blus ik alles af met Beerenburg. Héérlijk.”

Ik probeer het nog één keer voordat ik de deur uitstap. “U bedoelde zeker “flamberen?” Kommer kijkt me even zwijgend aan. “Je bent dan wel journalist maar je moet niet proberen net te doen of je alles beter weet, jongeman””, zegt hij. “Afblussen is afblussen.`  

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.jannekes.nl

www.lekkerbek.canadianwebs.com

www.gastronomie.benl.ebay.be

www.freelancekoks.nl

www.yme.nl

www.monique-mom1963.hyves.net

Orang malu meets Beerenburg

ja-11.jpg

“Orang Malu”, Kommer spreekt de woorden  uit alsof hij zijn verliefdheid wil uiten. Ondertussen streelt zijn hand over het beeld van een volledig in elkaar gekropen mens. Het beeld was mij al eerder opgevallen maar tot vandaag was het geen aanleiding voor gesprek geweest. “De bescheiden mens”, vertaalt Kommer bijna even liefdevol als zijn versie van de Maleise benaming. “Dit kunstwerk heeft mijn vrouw twee jaar geleden bij de voordeur geplaatst. Er staat er óók één bij de achterdeur en als je straks bij het weggaan goed oplet, vind je er één in de gemetselde stijlen van het poorthek.” Kommer laat zijn hand opnieuw over de rug van het beeld glijden.

“Orang Malu” vormt een bescherming tegen het kwaad dat wil binnendringen”, gaat hij verder terwijl hij zijn blik gericht houdt op het beeld. “Wij geloven dat “het kwaad” bestaat als onafhankelijk wezen. Het kan zich verplaatsen van mens naar mens en van groep naar groep. In onze ogen zijn er geen verderfelijke personen maar alleen slechte daden.” “Maar dat pleit iedereen vrij”,  roep ik spontaan uit en Kommer knikt. “Tot op zekere hoogte. Ik ben er geen voorstander van om mensen te bestraffen maar wel om het kwaad uit te bannen. Wie het kwaad in zich heeft, kan beter geïsoleerd worden. Ondertussen moeten we alle moeite doen om het kwaad uit hem of haar te verdrijven.” “The exorcist” komt nu wel ineens heel dichtbij!

“Duiveluitdrijving?”, De oude en wijze politicus glimlacht flauw. “Laat ik het zo zeggen: de daden van elk mens zijn te beïnvloeden, ten goede en ten kwade. Welke kant de meter opslaat, is moeilijk te voorspellen. Het hangt af van de geaardheid die je hebt meegekregen en de ervaringen die je opdoet. Op geen van beide heb je helaas invloed. De keuzen die je doet, worden altijd daardoor gestuurd. Ook dat wat men wel het “ik” noemt, is afhankelijk ervan. Of het sterk of zwak is, daarvan ligt de oorzaak buiten je zelf.” Hij laat nu de Orang Malu los en wenkt me om me te late volgen naar zijn werkkamer.

“Wees eerlijk”, begint hij nadat hij zich behagelijk heeft genesteld in zijn relaxfauteuil en het kruikje Beerenburg  ontkurkt. “Is er geen moment geweest dat je dacht dit alles te kunnen erven als je mijn vriend werd? Helemaal geen moment, al was het maar een seconde?” Ik bijt op mijn tong. Wat moet ik zeggen? Meteen al op de eerste dag stelde ik mijzelf voor als Kommers beste vriend en erfgenaam van zijn landgoed. Het duurde niet lang maar het kwam als een flits. “En nu zit je je te bedenken hoe je je hieruit gaat redden”, lacht de oude en wijze politicus weer. Ondertussen schenkt hij de glazen vol. “Je mag wel gaan zitten hoor, daar had je abders ook niet zoveel moeite mee”, hij grijnst op ene gelijkhebberige manier. Het liefste zou ik hem dat betaald zetten en misschien kan dat het beste door eerlijk te zijn.

“Dat klopt”, geef ik toe. “Het is bij me opgekomen.” Kommer glimlacht. “Je eerlijkheid siert je maar ze zal nooit een rijk man van je maken. Waarom niet? Omdat je nu de verdenking op je laadt dat je contact met me hebt gezocht vanwege mijn bezittingen. En geloof me. ik denk niet dat het zo is maar de onschuld is weg. En als die eenmaal weg is, sta je open voor het kwaad, het kwaad in onze betrekkingen. En daar zit hem de verraderlijkheid in, jongeman.” Hij neemt een lange teug van zijn Beerenburg en haalt zijn pijp tevoorschijn.

“Zij was mooi, jong en niet dom. Ik heb het nu over mijn eerste assistente die ik ooit als kamerlid heb gehad. Zij heeft mij verleid en dat was geen probleem want ik was op dat moment nog een vrije jongen. Zij heeft mij zó erg verleid dat ik met haar getrouwd ben en gebleven.” De spanning van het verhaal loopt op want zó saai en braaf kan het niet zijn. Kommers gezicht begint te glimmen. “De vraag is of ik me later wéér heb laten verleiden, getrouwd en vader en wel. Het antwoord is “ja”. Weer door een bloedmooie en deze keer een veel jongere assistente. Ik heb daarover nooit gesproken met mijn vrouw maar op een goede dag heb ik me wel versproken. Toen wist ze het en vanaf die dag veranderde er iets. De eerste Orang Malu kwam in huis en ze ging schilderen. Over scheiden is nooit gesproken en dat is maar goed ook. De verleiding is mij nog veel vaker overkomen en mijn vrouw wist dat ik zo in elkaar zat. Weet je wel hoe leuk en lekker de verleiding is? Weet je wel hoe onschuldig ze zich aandient? Weet je wel dat je verslaafd kan raken aan de verleiding? En toch, zal geen assistente, geen Antje ooit tussen mij en mijn vrouw komen staan. Ik sta open voor het kwaad van de verleiding maar niet voor het grotere kwaad: de verlating.”

“Wat wilt u me daarmee zeggen?” is mijn verblufte reactie. “Snap je het niet? Ik wil zeggen dat iedereen aangetast kan worden door eeen groter of kleiner deel van het kwaad en dat straffen daartegen geen remedie is. Straffen heeft niet meer dan een symbolische betekenis. Het zegt de gemeenschap “wat hier gebeurd is, is kwaad, wij zijn daar tegen”, het zegt niet “dit is een verrotte mens”. Wie begrijpt wat de Orang Malu is, kan dat accepteren. ” Kommer legt zijn benenop de hocker die voor zijn stoel staat en blaast ene paar blauw wolken uit. “De afrekenmaatschappij is berust op wraakgevoelens maar bereikt niet meer dan het slaan van piketpalen voor ene geordende samenleving.”

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

 Service

www.deblauwemaan.nl

www.pureandnatural.nl

www.vaartips.nl

www.standaard.be

wwwkatenhond.blog.nl

www.mathieu-groenlinks.hyves.nl

De kruik gaat net zolang te Beerenburg …

ontkenning.jpg

Een vrachtwagen vol zandzakken verspert vandaag de oprijlaan naar het huis van Kommer. De wagen is vastgelopen in een kuil in het pad en door het gewicht kan hij niet weg. Kommer staat er een beetje mistroostig bij te kijken. Hij had de zandzakken juist besteld voor het geval dat de regen zou toeslaan. “Mijn vrouw heeft een beetje veel naar de Engelse tv gekeken”, vertrouwt hij mij met een knipoog toe.

Het is natuurlijk ook dweilen met de kraan dicht. Onder het lopen naar het huis toe begint de oude en ook zeer wijze politicus zijn verhaal al. “Wij kunnen hier in Nederland nu wel dijken bouwen en verhogen en waterbuffers aanleggen, als meneer Boesj door blijft gaan zich niets aan te trekken van de opwarming van de aarde, zal het niets uithalen.” Met zijn rubber laarzen durft hij niet door de hoofdingang en de marmeren hal te lopen. Daarom kiezen we deze keer voor een zij-ingang die voert door kelders vol voorraden voor de keuken en de stallen en natuurlijk rekken vol wijn en Beerenburg. Bovendien vermoed ik in haast onzichtbare hoeken en gaten de bizarre uitvindingen die hij in de loop van de jaren heeft gedaan zoals de automatische zakdoek die als een soort airbag uit de bomen van je bril kon komen zakken bij een niesbui. Kommer zelf heeft ze ver weggestopt omdat hij ze als jeugdzonden beschouwt.

Het is duister in de kelders want Kommer staat bij zijn voorraden alleen maar spaarzaam licht toe. “Dat is beter voor de voorraden en voor het milieu. Weet je dat ik in mijn hele huis al lang spaarlampen heb? Voor mij zijn het echt spaarlampen geworden. Ik ben een liberale milieufreak”, lacht hij. “Sommigen denken dat die twee niet samengaan.”

Binnen in de werkkamer voelt het behagelijk aan en het eerste glas Beerenburg verdrijft kou en vocht uit ons binnenste. Juli 2007 en er zijn nog steeds mensen die denken dat het alleen maar gaat om een wat slechtere zomer. Kommer schudt zijn hoofd. “Het is de ontkenningsfase. Zolang je maar beweert dat de kwaal niet bestaat, kun je volhouden dat ze er niet is…totdat je eraan bezwijkt. Politici zijn helden in dat opzicht. De één beweert met het grootste gemak dat de uitstoot van CO-2 door de mens niets te maken heeft met de klimaatverandering. Hij of zij slaat ook waarschuwingen van de ozongaten in de wind. Ja, sterker nog, de grootste vervuiler van allemaal zorgt voor een piek door Bagdad aan barrels te gooien met een piek aan luchtvervuilend wapentuig.  De ander denkt dat het wel zal meevallen met de gevolgen van straling nabij zendmasten en zo gaan we maar door. Zelfs als het wetenschappeklijk bewijs er is, dan roepen politici nog dat het allemaal erg meevalt. Dan zoeken ze naar manieren om de technische noviteiten door te voeren op een ogenschijnlijk ongevaarlijke manier. Ik heb in mijn tijd altijd gepleit voor bedachtzaamheid  en voorzichtigheid.”

Hij zakt nog eens lekker onderuit in zijn stoel en neemt een forse nip van zijn Beerenburg. “Vandaag geen pijp”, zegt hij. “Zo’n ding is niet veel beter dan een mini-kolencentrale. “Het is natuurlijk wel raar als mensen ervan opkijken dat het wonen langs een snelweg ongezond is. Dat fijnstof op elke manier je lijf afbreekt, was onder de mijnwerkers al eeuwen bekend. Praat me niet van de klachten die daar voorkwamen behalve een stoflong: kanker, hartziekten en vergiftiging van organen. Hoe dom kun je zijn als je denkt dat het allemaal maar goed gaat? Er zijn echt dagen dat ik naar de Eerste Kamer terugverlang om al die hoofden eens flink door elkaar te schudden.” Het is duidelijk, het enige dat goed is voor een mens is: Beerenburg. “Nou ja”, glimlacht Kommer, “en een goede maaltijd en niet te vergeten nachtrust natuurlijk.” Hij kijkt me doordringend aan maar niet te lang. Al gauw dwalen zijn ogen weer af naar de troosteloos neerdruppende regen buiten en de storm in de kruin van de bomen. “Gewoon een slechte zomer!” spot hij.

Dan veert hij overeind om de glazen opnieuw vol te schenken. Tussendoor wijst hij op een kleine tekening, of eigenlijk een ets, in een donkere hoek van de kamer. “Kijk, daar staat een echte Friesche windmolen, een eeuwenoude uitvinding die gebruikmaakte van een natuurlijke energiebron. Nu verrijzen er ineens overal oerlelijke, eenbenige propellors om die energie op te vangen. Het zou minstens zo efficiënt zijn om huizen in het buitengebied in de vorm van een molen te bouwen en ze hun eigen energie te laten opleveren. Een leuker gezicht en ook toepasbaar in sommige delen van de stad.” Ik kijk even verbluft voor me uit en vrees te maken te hebben met een oprisping van één van zijn “jeugdzondige gedachten”. Kommer lijkt mijn verbijstering niet op te merken en gaat verder.

“Voor het verkeer en vervoer is er maar één oplossing, een revolutionaire overstap naar openbaar vervoer. Laten we zeggen tussen nu en 2017. Versmalling van snel- en binnenwegen, verruiming en verfijning van het net van spoorlijnen en de invoering van kleine bussen met tien tot twintig zitplaatsen. Het is helemaal niet nodig om de privé-auto in te leveren, het ding zal vanzelfsprekend veel minder gebruikt gaan worden.” 

Ondertussen blijven politici maar beweren dat “je de mensen de auto niet uitkrijgt”.  “Nee, natuurlijk niet”, lacht Kommer. “Niet als je de benzineprijs ééns in de tien jaar met een eurootje verhoogt. Daar worden de mensen niet angstig van. ” Politici in de ontkenningsfase, voor Kommer vormen ze een legioen staatsgevaarlijke en lugubere types. “De war on terrorism zou tegen hen gevoerd moeten worden”, besluit hij.

Lopen naar huis is net zo leuk als rijden met de auto. Ik durf de motor gewooon niet meer te starten na het milieu-infuus dat Kommer ten beste heeft gegeven. En onderweg krijg ik al de neiging omvergereden bloemetjes weer rechtop te zetten.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.yukiko.web-log.nl

www.gedichten-freaks.nl

www.members.lycos.nl

www.nujij.nl

www.martine-th.hyves.nl

www.johnito.blogspot.com

Van vlinders, wormen en Beerenburg

verscheidenheid.jpg

In geen velden of wegen is Kommer vandaag te bekennen en dat terwijl ik toch een duidelijke afspraak met hem heb staan. Half twee ’s middags zoals elke doordeweekse dag van de afgelopen periode en voor de komende weken. Deze keer moet, helaas, het personeel eraan te pas komen. In de meeste huishoudens zou het normaal zijn als mevrouw haar man ging zoeken maar zo niet hier. “Mevrouw zit op haar atelier en kan niet gestoord worden”, zegt het meisje aan de deur. “Ik zal voor u gaan kijken.”

Eveneens normalerwijze zouden we tegenwoordig in zo’n geval grijpen naar het mobieltje maar ook dat gebeurt hier niet. “Dat hoort hij niet”, glimlacht het meisje alsof ze zeggen wil: “dat wil hij niet horen”.  Ze loopt voor mij uit naar de achtertuin en ik kan aan haar zien dat haar ogen geoefend zijn in het speuren naar haar broodheer. “Daar is hij”, roept ze plotseling bijna trots uit. “Ziet u die grote struik van de roodpaarse hortensia? Daarachter zie ik zijn hoed en daaronder moet hij zitten.”Alsof ze niet meteen door had dat ze iets grappigs zei, schiet ze plotseling in de lach met één hand voor haar mond. “Gaat u maar hoor”, giechelt ze nog. “Hij verwacht u immers.”

Inderdaad tref ik mijn gesprekspartner aan, half verscholen onder de hortensia, laarzen, schoffel en hark en turend naar de regenwormen in de grond. “Goedenmiddag Kommer”, begroet ik hem maar het lijkt of hij mij niet hoort. Dan tik ik hem op de schouder. De oude en wijze politicus maakt een abrupte beweging en kijkt mij geschrokken aan. “O, ben je er al?” Ik kijk onwillekeurig op mijn horloge: twee uur en vijf minuten. Al! “Nou, vooruit dan maar”, zegt hij en hij doet een poging soepel op te veren wat hem bijna een val middenin de hortensia kost. “Prachtig hè?”, lacht hij. “Al die verschilende kleuren en vormen. “Ik zat net te kijken naar de lumbricidae, ook wel bekend als regenworm. Wist je dat die diertjes geen seksleven hebben?”zucht hij. Hij kijkt mij vragend aan. “Ze krioelen maar door de grond en het lijkt wel of ze wachten tot de eerste de beste kip voorbijkomt. Tja, drang tot zelfvernietiging misschien.” Hij gaat nog even door op de regenworm. “Ze behoren tot de orde van de haplotaxida, de gelede oligochaeten. Er zijn verschillende soorten regenwormen, in de hele wereld zo’n 2200 maar in ons land 25. Weinig als je bedenkt hoeveel regen hier valt. De langste regenworm in de wereld is drie meter met een taille van 8 millimeter. Nou, daarop kan zelfs Antje nog jaloers zijn.”Antje is “het meisje”.

Kommer doet, steunend op de schoffel, een paar stappen in de richting van het huis. “Weet je wat mij altijd zo opvalt? Wij doen alsmaar allerlei pogingen om alles en iedereen “gelijk” te maken. De natuur heeft daar een broertje aan dood. Ze leeft bij de gratie van de diversiteit, de verschillen. Eerlijk gezegd vind ik dat mooi. Verschillen maken de wereld interessant en de moeite waard om te beleven en te verkennen. Als alles hetzelfde is, ga je vanzelf dood.” Hij maakt een geluid alsof hij zwaar slikt en zegt dan: “Schrijf dat laatste maar niet op. Dat klinkt niet.”Maar hij weet dat die opmerking overbodig is want we hebben afgesproken dat ik zou werken volgens het systeem “gezegd is gezegd”.

Met een resoluut gebaar koppelt hij een veldfles en twee kleine bekertjes van zijn gordel. “Die mag je nooit vergeten”, glimlacht hij. Zullen we hier even gewoon in de stront gaan zitten?”vraagt hij meteen daarop hardop lachend vanwege het woord stront en zijn verwachting dat ik zulk taalgebruik bij hem niet had gezocht. “Stront is de moeder van het leven”, zegt hij. “Daarvan ben ik overtuigd. Ga maar eens na hoeveel stofjes er in stront zitten waar leven uit voort kan komen. Nou… nee laat ik dat niet zeggen.”‘ Hier middenin de natuur leer ik Kommer kennen als iemand die niet alleen emotioneel en heftig kan zijn maar ook rebels al vraag ik me af wat  hijniet wilde zeggen. Zoals hij voorstelde, gaan we in de “stront” zitten en dan schenkt  hij twee Beerenburgjes in.

“Vreselijk, al die gelijkheid”, gaat hij verder. “Ik hoop dat er een tijd komt dat we blij zijn met de verschillen. Was het niet Aristoteles die ooit zei “geen groter ongelijkheid dan de poging dingen gelijk te maken die ongelijk zijn”? Ik heb dat ooit eens gelezen toen ik aan het logeren was bij een vriend en toen dacht ik het al: “Je bent mijn vriend omdat je anders bent dan ik.”

Hij neemt een teug van de Beerenburg maar zijn Friesche pijp komt niet tevoorschijn. “In de tuin rook ik nooit”, zegt hij als ik daarover mijn verwondering uitspreek. “Ik vind het niet prettig als de rook in mijn gezicht komt en ik zou het niet kunnen verkroppen als een vonk uit mijn pijp de oorzaak is van brand. Kijk nou toch eens, die vlinders. Je zou toch niet willen dat ze het slachtoffer werden van vuur? Zo mooi en zo prachtig: koolwitjes, atalanta’s en al die andere. Je kunt ze herkennen door kleur en vleugeladering. Er zijn 16000 soorten vlinders maar bij elke soort lopen de aderen weer anders.” De bewondering lijkt hem nu te overvallen en dat betekent bij Kommer stilte.

“Aristoteles had gelijk”, zegt hij even later. “Als je probeert alles gelijk te maken, benadruk je het negatieve van de verschillen want waarom zou je iets moois en goeds ongedaan willen maken? Ik hoor steeds meer van die mensen die beweren dat andere gewoonten en uiterlijk een teken zijn van achterlijkheid. Waar halen ze dat vandaan? Je bent pas achterlijk als je met andere volkeren en culturen niet om kan gaan. Ik zou willen dat we een neger weer gewoon “neger” noemen en een indiaan “indiaan.”De verschillen tussen hen en ons behoren we te koesteren en te zien als teken van gelijkwaardigheid. Mensen zullen nooit gelijk zijn, alleen gelijkwaardig en dat is eigenlijk veel mooier.”

De oude en wijze politicus grijpt mijn schouder stevig vast in een poging overeind te komen en de “stront” te verlaten. “Het gaat allemaal niet soepel meer maar is het niet mooi dat we bij al onze verschillen elkaar van dienst kunnen zijn?” Hij steekt zijn hand lachend uit om mij te helpen bij het opstaan. Nodig is dat niet maar ik neem hem toch graag aan.  “Kom, we nemen er nog één, op het terras. Dan krijg je een mooi panoramisch beeld van al die verscheidenheid”, nodigt hij me uit. Dat lijkt me een prima idee. Een gevoel van tevredenheid bekruipt me, nu ik zo over het landgoed uitkijk. Toch wrikt er nog iets. Ik zopu willen weten wat Kommer niet wilde zeggen maar het lijkt me geen goede vraag. Kommers openheid is karakteristiek voor hem. Daar moet je geen misbruik van maken.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

 

www.dewaarheid.nu

www.forum.bnn.nl

www.gebladerte.nl

www.suriname.nl

www.maghreb.nl

www.tofikdibi.hyves.nl

Beerenburg en Beerenburger

dhp150.jpg

Hij heeft er nooit naar gestreefd maar wel eens aan gedacht. Kommer heeft geen bul, geen doctors- of zelfs maar een doctorandustitel. Wat hij wel heeft gehad was een gedegen opvoeding met veel discussies, de noodzaak tot haarscherp analyseren om niet ten onder te gaan in het familiedebat en een goede vooropleiding. Kommer is Latinist en student van het oude en nieuwe Grieks. Ja, hij kan dan ook over van alles en nog wat meepraten en heeft vaak meteen door waar een wetenschappelijke term op slaat. Vanwege zijn opleiding met klassieke talen dus.

Nu spreek ik nooit Latijn of Grieks met hem. Het zou de interviews onnodig ingewikkeld maken. Alleen een enkele keer valt er een klassiek, Latijns of Grieks woord zoals “gnautè seauton”, ken uzelve. Dat was het geval in het vorige interview toen het over imago ging. En deze keer kom Kommer het ook weer niet laten maar dat zal nog blijken.

We hebben nuj toch maar permanent gekozen voor gesprekken in de studeerkamer. Daar heeft niemand last van ons en, wat belangrijker is, wij hebben last van niemand. Hier is niet het “meisje” of ander personeel uit de werkruimten, waartoe bij Kommer ook de slaapamers behoren. Ja, hij heeft een wat getormenteerde relatie met het andere geslacht, in casu zijn vrouw. “Lief maar vrouw”, zegt hij wel eens maar ik mag daarover met niemand praten en daarom zet ik het maar op mijn weblog.

“Ja, wij waren in mijn tijd bijna allemaal klassiek geschoold, voor kortere of langere tijd”, zegt Kommer. Met dat laatste geeft hij aan dat lang niet iedereen zijn of haar gymnasiumopleiding heeft afgemaakt. “Daardoor praatten we wel allemaal zo ongeveer op hetzelfde niveau. Dat maakte de discussies in de fractie spannender en gemakkelijker. Je hoefde niet steeds van alles en nog wat uit te leggen aan fractiegenoten. Helaas, in mijn tijd sloeg het verval al toe.” Hij zet nu op het bijzettafeltje dat alweer middenin de kamer is blijven staan, een kruik en een fles. “Beerenburg en Beerenburger”, zegt hij waarbij hij bij het laatste woord bijna automatisch een toon van misprijzen laat horen. “Beerenburg, wat wij hier altijd drinken, is het echte spul. Beerenburger is namaak”, legt hij kort en goed uit. Zo heb je ook echte politici en namaak. Moet ik er één noemen? Nou, dan hoor je vast de naam van Wilders graag. Het kan best zijn dat hij heeft gestudeerd want dat heeft bijna iederen tegenwoordig. Gestudeerd maar niets begrepen.” Hij draait de dop van de kruik met Beerenburg af. “Laten wij ons maar bij het echte spul houden.”

“Maar het is toch niet de bedoeling om alleen maar zeer gestudeerde heren in het parlement te hebben zitten”?”werp ik tegen. Over vrouwen begin ik maar niet eens meer. Kommer schudt zijn hoofd. “O nee, dat hoeft echt niet maar ze moeten wel begrip en stijl hebben. Niet alleen in het parlement maar ook in Provinciale Staten en de gemeenteraad.” Hij kijkt nadenkend in zijn glas Beerenburg alsof hij iets boven het vocht uit wil toveren. Alsof hij bezig is de toekomst erin te lezen.

“Begrip en stijl”, herhaalt hij. Dan draait hij zich om in zijn stoel en wijst hij op de wajangpoppen. “Kijk, jij hebt je natuurlijk al lang afgevraagd wat die poppen doen in de werkkamer van een echte Friese politicus. Dat komt doordat je weet dat het wajangpoppen zijn. Ik maak me sterk dat Wilders ze nog niet kan onderscheiden van Jan Klaassen en Katrijn. Laat staan dat hij weet hoe het wajangspel gespeeld zou moeten worden. Die man heeft geen begrip en al helemaal geen stijl. Dat komt door zijn absolute gebrek aan culturele achtergrond.”

Ik begin wat onrustig te schuiven in mijn stoel. Niet dat ik Wilders een sympatieke man vindt maar één vraag begint mij te bekruipen. “Hoe weet u dat zo zeker?”vraag ik nieuwsgierig. “Ervaring jongen”, is het antwoord. Hij pauzeert even om zijn eerste pijp van de middag te stoppen, nog al laat voor zijn doen maar het komt er toch weer van. Nou ja stoppen, de oude.,wijze politicus staart meer voor zich uit terwijl hij speelt met het tabakszakje en de pijp. “Ervaring”, gaat hij weer verder. “Je kunt het zien aan de manier waarop mensen reageren. Onkunde, gebrek aan inzicht en levenswijsheid openbaren zich allemaal in het gedrag van mensen. Ik zal je een voorbeeld geven.” Deze keer maakt hij echt werk van het stoppen van zijn pijp en dat laat hij volgen door er onmiddellijk de brand in te steken. 

“Het was in de dagen voor mijn laatste zomerreces toen ik een vergadering meemaakte waarin één van de collega’s, van een andere partij, een vraag stelde. Nu kon je je afvragen of hij de meest zorgvuldige formulering had gekozen maar een logische vraag was het in mijn ogen wel. Zeker tweederde van de kamer gierde het uit van de pret omdat ze de vraag als “dom” beschouwde. Ik niet. Ik had vroeger een reeks van onderwijzers gehad die me altijd hadden bijgebracht dat het stellen van een vraag nooit dom kon zijn. Als je vraagt heb je eerst bedacht wat je weten wil. Dat is toch mooi? Daarna heb je bedacht hoe je erachter moet komen. Nog veel mooier. Als je niks vraagt, weet je alles al of denk je niet. Ja en dat eerste, daar is nog niemand aan toe. Wie geen vragen stelt is dom.

Kijk, dat gedrag toont gebrek aan stijl en begrip, te weinig inhoud. Wie liever een ander uitlacht dan vragen stelt, kan beter zijn mond houden.`Hij zucht `Quod licet Jovi, non licet bovi`, wat aan god is toegstaan, is nog niet toegestaan aan het rund. Niet iedereen heeft zo maar het recht anderen te vertegenwoordigen.´Haast wanhopig schudt hij zijn hoofd.  `Echt iets voor de nadagen van mijn werk als volksvertegenwoordiger. Weet je”, hij staat op uit zijn stoel. “Het is één van de redenen waarom ik blij ben geen politicus meer te zijn. Ik zou er niet meer tussen passen. Het niveau van bestuurders en politici, praat me er niet van.”

“U klinkt bitter”, merk ik op maar Kommer schudt zijn hoofd en hij krijgt zelfspretoogjes. “O nee, nee, dat ben ik niet. Ik weet zeker dat de drang naar stijl en begrip zal terugkeren. Misschien is het al wel weer aan het terugkomen.” Dan wijst hij op de biedermeierkast. “Kun je schaken?” “Maar natuurlijk”, mijn stem moet hem wel héél verbaasd in de oren klinken maar dat laat hij niet merken. “Kom we spelen een potje op niveau”, glimlacht hij flauwtjes en hij legt bord en stukken op het tafeltje tussen ons beiden. “Al spelend de hoogte krijgen”, lacht hij nog.

 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.staatvanhetbestuur.nl

www.senate.be

www.lachambre.be

www.tweedekamer.blog.nl

www.spiritvoorgent.blogspot.com

www.amstelveen.blog.nl

l

Ich bin ein Beerenburger

kris_roose_zelfbeeld.jpg

Het is altijd weer een genoegen om bij Kommer de oprijlaan in te rijden. De hoge populieren langs het pad, de zwarte en witte zwanen op de vijver voor het huis, het herenhuis zelf met een bos als achtergrond en ook de alledaagse eerlijkheid van het weiland met koeien naast de deur. Sommigen hebben wat schroom om zelfs maar een voet binnen het hek van het huis te zetten. Ik niet, van meet af aan heb ik me hier thuis gevoeld zonder heimelijk te hopen dat ik straks als huisvriend het hele vastgoed zou mogen erven. De vier dochteren en drie zonen van Kommer zouden daartegen zeker in opstand komen. Ja, Kommer heeft z’n best gedaan en dat zal het erfgoed straks jammerlijk versplinteren maar daarvan heeft de oude, wijze politicus geen spijt. Hij geniet.

Vandaag staat hij zelf op de hoge stoep voor het huis, compleet met wandelstok en plusfours, of drollenvanger zoals mijn moeder dat noemde. Kommer ontvangt vandaag familie uit de hele wereld en daarop heeft hij zich gekleed: plusfours in beige corduroy, zwarte instappers met gesp, Engelse sportkousen met ruit, tweed jasje dat zijn oorspronkelijk hoge kwaliteit nog net verraadt, vest in dezelfde kleur, lichtblauw overhemd met donkerbruine strepen en een vloekende choker. Dat laatste hoort bij de adelijke stijl die Kommer handhaaft hoewel zijn vader gewoon schapenboer was.

Kommer wijst op het hoektorentje aan de linkerkant van de voorgevel. “Mijn trots”, zegt hij en dat is te zien want de Friese vlag wappert op top. “Dit is het enige gewone herenhuis met een hoektorentje in deze streek”, laat hij erop volgen. Ik ben blij dat ik het heb kunnen kopen.” Dan houdt hij de voordeur ietsje voor me open. “Ik wilde me nog verontschuldigen voor gisteren. Ik heb me geloof ik een beetje teveel laten gaan. Dat past niet zo bij me.” Voor het eerst merk ik een soort schaamte in zijn stem en ik kan een glimlach niet onderdrukken en die geef ik daarom maar meteen een charmante glans. “U bent uzelf in uw gesprekken”, zeg ik. “Dat maakt het mij aantrekkelijker en gemakkelijker. Wat zal ik klagen?” Kommer reageert nauwelijks maar wijst wel weer de weg naar de studeerkamer. “Beneden wordt alles in gereedheid gebracht voor de ontvangst van vanavond”, zegt hij. “Gelukkig heb ik boven nog een goede Beerenburg staan.”

De kamer staat er nog net zo onaangeroerd bij als gisteren alleen is het kleine bijzettafeltje in het midden blijven staan. Ik zoek mijn fauteuil met werkelijk goddelijke zit weer op en pas nu valt me de serie wajangpoppen naast de Biedermeierkast op. Misschien nog eens iets voor een volgend gesprek. Als de glazen zijn gevuld en ook Kommer zit, lanceer ik meteen mijn eerste vraag. “U heeft het imago van onkreukbaarheid. Is dat iets dat u ook altijd heeft nagestreefd?” Kommer glimlacht. “Imago, jongeman, ja dat is een heel verhaal. Laat ik je dit vertellen: ieder goed imago berust op onkreukbaarheid. Dat wil zeggen dat je jezelf bent en zo hoort het ook Ja, als je méér dan een beetje verliefd bent op je zelf, dan krijg je vanzelf een goed imago. Daar zit hem ook de kneep. Veel mensen weten niet wie ze zijn en kunnen dus ook niet verliefd zijn op zichzelf, ook in de politiek. Dan zijn er kunstjes nodig om het nog wat te laten lijken.”

Imago is een woord dat de laatste jaren erg opgeld heeft gedaan en volgens mij is het afkomstig uit de autohandel. Als een auto wordt afgeleverd, moet ze perfect zijn gepoetst. Dat leidt af van onvolkomenheden en eventuele gebreken. De klant moet zijn hormonen in de oren horen suizen als het automobiel voor hem staat. Ja zeker, het is een vorm van lustbeleving.” Kommer verschuift naar het puntje van zijn stoel. Het onderwerp heeft hem helemaal te pakken.

“Sommigen denken dat imago een soort, een soort , hoe zal ik het zeggen?”Zijn hoofd begint rood aan te lopen van opwinding. “Een soort psychische boerka is. Je verbergt jezelf om iets anders te laten zien. Helemaal fout!” Hij zoekt even met zijn handen in de zakken van zijn jasje en vest. “Waar heb ik mijn pijp nu toch gelaten? Ik heb hem toch niet beneden laten liggen met al die drukte?”Verontschuldigend steekt hij zijn hand op.”Wacht even, even naar de keuken bellen of ze hem zoeken. Zonder pijp ben ik niets.” “Uw pijp hoort bij uw imago”, lach ik adrem maar de oude, wijze politicus schudt zijn hoofd. “Nee, nee, die pijp dat ben ik. Dat is nu juist het misverstand. Je imago hoort voor 99 procent te bestaan uit  eigen persoonlijkheid, je identiteit. Ja, ja, ik merk aan je, meneer de journalist, dat je je ook al overgeeft aan het hedendaagse geloof aan kunstjes en flauwekulletjes.” In een paar woorden geeft hij door de huistelefoon orders aan “het meisje” om zijn pijp te zoeken. Dan legt hij neer en neemt hij een slok Beerenburg. 

“Een goed imago valt zelfs helemaal samen met je identiteit, dat is degene die je werkelijk bent met al je liefdes en angsten of voorkeuren. Omdat iedereen wel iets te verbergen heeft of niet aan de Friesche klok wil hangen (een ondeugende glimlach om deze kwinkslag speelt nu om zijn lippen) hebben we wat poetswerk nodig maar dat mag niet meer dan één a twee procent zijn.  Persoonlijk vind ik twee procent al veel.” Even pauzeert hij voor een nieuwe slok. “Kijk, alles wat je hier om je heen ziet, dat ben ik. Er is in deze omgeving niets te vinden dat mij tegenstaat. Ik voel me hier thuis. Natuurlijk, mijn identiteit en dus mijn imago zijn veranderd in de loop van de jaren. Daaraan valt niet te ontkomen.”

Kommers ogen dwalen de kamer rond maar in werkelijkheid is hij op zoek naar het verleden. “Vroeger, o vroeger was ik sportief. Ik hockeyde en reed paard. Mijn vader had twee paarde op de boerderij dus dat was gemakkelijk. Ik zat achter de meiden aan maar ik studeerde ook hard. Dat heeft me gebracht waar ik ben. Nu niet meer, nu zit ik anderen achter de broek om hard te werken. Waar blijft het meisje nou toch?”

De deur van de kamer zwaait open en een achttien- of negentienjarige schoonheid in zwart jurkje en wit schortje en ahndschoentjes komt binnen. “Uw pijp meneer”, zegt ze al bij de deur. “Ja, geef maar even hier meisje”, Kommerw enkt met zijn rechter hand. “Dank je wel.” Het meisje werpt een beetje een verontschuldigende glimlach in mijn richting, zoiets van “zo gaat het hier nu eenmaal”. Nog voor ze de deur uit is, zit Kommer zijn pijp te stoppen.

“Imago heeft alles te maken met de dingen waar je van houdt in het leven. Het gaat om bewondering, zorg, liefde, hoop, genoegens en noem maar op. Die, hoe heet hij alweer, Pim was z’n voornaam…””Pim Fortuyn bedoelt u misschien?”probeer ik. “Kommer knikt hevig. “Juist ja, die ja, die Pim ;iep te koop met zijn seksuele voorkeuren. Dat had hij goed geaien omdat seks tegenwoordig belangrijker is dan wat dan ook. Hij meende alles wat hij daarover zei, hij maakte duidelijk waarvan hij hield. Hij hield ook van het debat en de spanning die daarin zat. Daarom kon mijn goede vriend Ad Melkert er niet tegenop. Die zat met zijn hoofd in de dossiers en rapporten. Zijn imago heette “archiefkast” en dat is niet iets waar je van kunt houden. Dat wil niet zeggen dat je niet het grootste gelijk van de wereld kunt hebben, snap je?”

Ik denk dat ik het snap. Kommer praat snel en heftig en mijn pols begint zeer te doen van het noteren. “Je drinkt niet, jongeman”, merkt hij op. “Smaakt de Beerenburg niet? Nou ja, die vraag kun je natuurlijk niet beantwoorden als je niet drinkt. Kom, neem een slok, dan houd ik even mijn mond”, zegt hij luchtigjes toe. Ik maak daar gebruik van om mijn hand in elk geval even een andere beweging te laten maken. Misschien moet ik toch maar eens zo’n klein opnameapparaatje kopen!

Kommer schenkt zichzelf nog eens in en zakt met zijn glas in de hand terug in zijn stoel. “Imago is liefde. Je moet de mensen laten geloven dat er één of twee dingen zijn waarvan je houdt. Dat lukt alleen maar als het ook werkelijk zo is. Alleen maar varen op je gevoel voor rechtbvaardigheid, daar red je het niet mee. Nee, er moet iets zijn zoals Beerenburg, hoewel alcohol niet echt een goed middel is. Beter kun je gek zijn op je paard of je hond, op lekker eten, op je vrouw en kinderen, natuurlijk op het werk dat je doet en op de schilderijen van een bepaalde schilder, iop het oude mannetje dat elke dag bij de poort van het Binnenhof zit en noem maar op. Je moet aan het publiek laten zien dat er iets is in de wereld waarmee je je emotioneel hebt verbonden. De tedere opmerking of het zachte gebaar doet het daarbij altijd beter dan geschreeuw, tranen of gejank.” Over Kommers gezicht trekt een zweem van afschuw bij het woord “gejank”. Hij is weer helemaal naar voren geschoven en op het voorste puntje van zijn stoel komen zitten en kijkt mij doordringend aan. “Begrijp je echt wat ik bedoel?” vraagt hij langzaam terwijl hij op de steel van zijn pijp sabbelt…

“U bedoelt dat een imago alleen mar werkt als je het zelf bent, als je zelf je boodschap bent geworden”, vat ik wat filosofisch samen. Voor Kommer is die filosofie geen probleem. Hij houdt van nadenken. “Dat klopt helemaal. Wie leider is van een liberale partij, moet de ruimhartigheid aan zijn gezicht zijn af te lezen.” Kommer pauzeert om zijn volgend woorden extra indruk te laten maken.  “Niet omdat hij dat zo geleerd heeft, maar omdat hij de ruimhartigheid in persoon is. Jahaa, eigenlijk is de boodschap: straal je zelf uit maar stráál het ook echt uit. “Wat dat betreft heeft de VVD het wel heel moeilijk met de keuze tussen de vleesgeworden bekrompenheid en het schooljochie dat bang is dat hij het in z’n broek zal doen.”

Kommer begeleidt mij naar de deur en zwaait loopt zelfs mee naarbuiten. “Kijk zegt hij, ik ben blij dat ik ben wie ik ben. Stel je voor dat ik op een tweekamerappartement, vier hoog had gezeten. Met zo’n imago kom je nergens.” Bij het wegrijdenzie ik nu ps het opschrift op de groene brievenbus aan het begin van de oprijlaan: “Ich bin ein Beerenburger.”Een karakteristiek grapje voor Kommer.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.imagotest.nl

members.home.nl

www.lichaamstaal.nl

gezondheid.blog.nl

blogger.xs4all.nl

http://www.wilgje.net