Kommer en de witte kerst (5)

spiraal.jpg

De officier van het Leger des Heils komt net de deur uit als ik bij Kommer’s huis arriveer. ” God’s own Army”  bij onze grote ” niet gelovige”? Verbijsterd zie ik hoe de vrouw in haar donkerblauwe en rode pakje langs het besneeuwde pad verdwijnt. Iets te strak maar toch elegant.

Voor het Leger des Heils heb ik wel een zwak plekje maar hoe zit dat met Kommer? Kan die zich wel heenzetten over de ” sprookjes”  van het geloof? Ik hoef niet zolang op een antwoord te wachten want Kommer doet de voordeur wat verder open en roept mij al wat welkomstwoorden toe. Tenminste, zo klinkt het.

” Bekeerd?”  vraag ik meteen op de man af terwijl ik de sneeuw van mijn schoenen stamp  en mijn hoed op de hoedenplank boven de kapstok deponeer. Kommer glimlacht. “Ik doe elk jaar iets voor de dak- en thuislozen via het Leger des Heils”, zegt hij. ” Maar vraag me niet naar de details want ik maak geen reclame voor mezelf. Ik ben niet meer in de praktische politiek.”

Ik ben tevreden. Kommer weet nog wat het woord ” sponsoring”  inhoudt: betalen zonder te verhalen. Wie in ruil voor geld zijn of haar naam op T-shirts en billboards laat zetten doet niet aan sponsoring maar aan duurbetaalde reclame. Maar ja, dat zijn principes en principes zijn niet meer van deze tijd. Alleen het geloof in de eigen naam telt nog.

” Je denkt natuurlijk dat ik helemaal nergens in geloof maar dat is niet zo hoor”, stelt hij mij gerust terwijl we de studeerkamer binnenwandelen. ” En ook niet alleen in Berenburg”, vervolgt hij terwijl hij de fles nog maar eens tevoorschijn haalt. ” Ooit heb je er wel eens iets over gezegd”, begin ik, terwijl ik me nadenkend achter mijn oren krab alsof dat mijn geheugen op gang moet brengen. ” Je gelooft dat alles mogelijk is, zo zei je dat volgens mij.” Kommer schenkt de glazen in en schiet in de lach. ” Je kunt wel merken dat je een stuk jonger bent dan ik, je geheugen is in elk geval nog niet stil blijven staan.” Verbaasd neem ik mijn eerste slok van die ochtend. ” Het uwe toch ook niet?”  Kommer vlijt zich neer op zijn relaxfauteuil. ” Nee, zeker niet en daarom weet ik dat je gelijk hebt. Het hoogtepunt van mijn geloof is trouwens Kerstmis. Ik geloof onvoorwaardelijk in de Onbevlekte Ontvangenis. Als dat wonder mogelijk is, dan is alles mogelijk. Het is prachtig om daarin te geloven, weet je. Je krijgt dan te maken met het wonder van het wonder.” 

Een beetje uit het veld geslagen zet ik mijn glas neer en haastig noteer ik zijn uitspraken. ” Het wonder van het wonder”, herhaal ik langzaam. ” En wat mag dat dan wel zijn?” Kommer buigt zich naarvoren en trekt een ernstig maar vrolijk gezicht. ” Als je in een wonder gelooft, ga je het leven positiever en vrolijker zien en dat is het wonder van het wonder. Het is toch een wonder dat zo’n geloof je karakter zo kan beinvloeden?”

Een nadenkertje maar daarin is Kommer sterk. ” Zo’n optimistische kijk op het leven is belangrijk als je politicus bent. Je moet in iets goeds geloven, anders leid je de samenleving nergens naartoe”, gaat hij verder. ” En het brengt me er meer ook toe om alles wat ik doe voor dak- en thuislozen in de wintermaanden niet te zien als een kostenpost maar als nijn grootste kerstcadeau. Het geeft me een goed gevoel, dat ik zoiets kan doen in volle tevredenheid, zonder bijgedachten.”

Kommer leunt weer naar achteren in zijn stoel en neemt een stevige slok. ” Dat is nu inderdaad een beetje anders dan in mijn tijd als Kamerlid. Toen had ik bijna altijd bijgedachten. Het is een wonder dat ze me niet van het rechte spoor hebben afgeleid.”

Mijn vingers staan krom van het schrijven als ik De voordeur weer uitloop en mijn hoofd zit vol ideeen en gedachten. Bij mijn woorden” Prettige kerstdagen en een goed jaareinde”, hoor ik mezelf alleen maar een beetje mompelen. Wie denkt, kan niet schreeuwen. Geen wonder.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service 

www.hellighart.nl

www.jorieken.nl

www.apologetique.org

www.hetzoutvat.nl/wonderen.html

www.janpauls.blogspot.com

www.eencursusinwonderen.blogspot.com 

www.mythologie.wordpress.com

Advertenties

Kommer en de witte kerst (4)

sneeuwklokje.jpg

Het is ijskoud buiten maar vandaag tref ik Kommer aan in zijn voortuin, niet ver van de dichtgevroren zwanenvijver. De vervaarlijke vogels zitten dicht bij elkaar en ineengedoken aan de rand van het ijs en zien toe hoe hun huisbaas een wak in het ijs maakt. ” Ze moeten een plek hebben om te zwemmen en te drinken”, zegt de landheer. ” Ga maar vast naar binnen, ik kom zo.” Binnen is het heel wat behagelijker en mijn voetstappen gaan vrijwel regelrecht naar de kast waar de Berenburg staat. Ik mag best zelf een glaasje inschenken maar iets weerhoudt me. Eigenlijk vind ik het niet erg solidair om Kommer in de kou te laten hakken terwijl ik hier lekker een borrel zit te drinken. Nee, dat doen we niet.Mijn gastheer laat niet lang op zich wachten en neemt een windhoos aan koude lucht mee naar binnen. ” Glaasje?”  vraagt hij onmiddellijk en deze keer laat ik me niet weerhouden. ” Terwijl hij de glazen en de fles pakt, begint hij ook al meteen een verhaal. ” Nu ik zo vaak een beroemde schrijver/journalist op bezoek heb gehad”, zegt hij met een licht ironische glimlach, “ nu dacht ik dat ik zelf ook wel eens iets kon schrijven en dat heb ik gisteravond gedaan. Mag ik het je voorlezen?” Ik kijk mijn oude vriend verbaasd aan en voel geen enkele neiging in mij opkomen hem zijn mooiste literaire moment te ontnemen. “ Ik ben geheel oor”, zeg ik en daarmee zak ik deze keer eens onderuit op mijn stoel. “ Ik heb het op papier”, vervolgt Kommer, “ je hoeft dus inderdaad niets op te schrijven.”  Mijn luisterende houding is hem niet ontgaan. “ Het stuk heet “ de Mens”.” Alleen de titel al doet mij het ergste vrezen maar daarvan laat ik niets merken.

“ Als een sneeuwklokje zo zou de mens moeten zijn,

Sterk en lieflijk en o zo fijn

Vastberaden en minzaam, ongevoelig voor pijn

Onbekommerd en zonder chagrijn.

Een sterke geest en een helder verstand

En met elke buurman een innige band

Dan is hij gewapend tegen macht en geweld

En streeft hij niet slechts naar bezit en wat geld

Zoals de sneeuwklok zich nooit nog heeft laten verjagen

Door sneeuw en ijs of andere plagen

Zo kan de mens gewapend zijn tegen dood en overmacht

Zijn  geest geeft hem voedsel, zijn lichaam de kracht

De overheid heeft in dit alles een klaar heldere taak

Zij bezorgt ons dit alles steeds weer en heel vaak.”

Kommer kijkt naar een punt ver weg op de muur achter mijn stoel en laat de woorden bij zichzelf bezinken. Ik ben verbijsterd. In de eerste plaats wist ik niet dat de oude, wijze politicus ooit iets zou willen schrijven. In de tweede plaats was ik er bang voor dat hij het zou doen en in de derde plaats viel het achteraf nog mee. Er zijn erger werken aan de Nederlandse literatuur toegekend.

“ Wat vind je ervan?”  vraagt Kommer eindelijk. “ Misschien is het wel iets voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal”, zeg ik een beetje uit het veld geslagen. “ Inhoudelijk ben ik het met je eens maar de vorm…misschien hoor ik je toch liever praten.” “Ik was er al bang voor”, op het gezicht van Kommer worstelen teleurstelling en vertrouwen met elkaar. “ Ik bedoel ermee dat mensen zich bang laten maken door de ” Islamisering” en dat het niet nodig is als ze genoeg kracht in zichzelf hebben. De overheid moet ze daarbij helpen. ” Ik begrijp het”, verzeker ik hem. ” Kunnen we er misschien samen een boek over schrijven, tegenwind geven tegen die kinderlijke angst voor de Islam?’

Ik kom weer overeind in mijn relaxfauteuil en neem een slok Berenburg. Een boek schrijven, samen met Kommer? Dat lijkt me nog niet zo’n slecht idee. Kommer’s naam zal heel wat uitgeversdeuren doen opengaan. “ Top”, zeg ik. Ik sta op en voel me gelouterd. Zelden heb ik me zo op mijn plaats gevoeld.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Service

www.geestkracht.com

www.regenboogpad.net

www.paravisie.mobisphere.nl

www.nemodroomt.web-log.nl

www.zappen.blog.nl

www.xs4all.nl/~johzandb/wildebloemen67.htm

Kommer en de witte kerst (3)

050218visticks.jpg

Ligt het nou aan Al Gore of aan het weer?”  vraagt Kommer met een lichte twinkeling in zijn ogen terwijl hij de deur voor me open doet. ” De vensterbanken vriezen van m’n huis maar sneeuwen ho maar. Het zou nu juist prachtig weer zijn voor een ritje in de arreslee. Daar kun je ook goed praten.” Kommer lijkt weer helemaal opgeknapt na zijn depressie over de kunstsneeuw.

” Heb je dan een arreslee?” vraag ik hem verbaasd. Ik kan me niet voorstellen dat hij me het ding nooit zou gebben laten zien als dat zo was. Het is ook niet zo want Kommer schudt zijn hoofd. ” Nee, die heb ik niet maar mijn grootouders huurden soms al in de winter een arreslee voor een ritje. Je hebt hier in de buurt een boer die dat doet, een groot tinkelend en blinkend ding met twee grote, zwarte Friezen ervoor.” Met Friezen bedoelt Kommer Friese paarden. ” Een rit met de arreslee geeft vrijheid, frisheid en een nieuwe wind door je hoofd”, lacht hij. ” Voorlopig moeten we het met de studeerkamer doen.”  Het duurt niet lang of de Berenburg staat op tafel en de Friesche pijp laat al weer rookkringels los.

” Vrijheid is een bijzonder goed”, gaat hij verder zonder mijn vragen af te wachten. ” Vooral als je hebt geleerd na te denken. Dan kun je vrijdenker worden.” Hij pauzeert even en kijkt met half dicht geknepen ogen naar de rook die uit zijn pijp komt. ” Weet je, veel mensen denken dat ze kunnen nadenken, maar dat is niet zo. Ze zijn meestal hooguit in staatom hun gevoelens op een rijtje te zetten. Nu is het gevoel niets anders dan een voorportaal van het verstand dus er zit wel een beetje denken bij maar niet genoeg om na te denken.”

“Om na te denken  moet je denken en daarna weer denken. Het zit al in het woord opgesloten. Als je dat doet, denk je iets en vervolgens splits je de goede dingen, de slechte dingen en de onzin van elkaar. Dat is nadenken. Een vrijdenker moet daar kampioen in zijn.” Ik ben even niet in staat om een vraag te stellen en neem een slok van mijn Berenburg terwijl ik de laatste woorden van Kommer laat bezinken. Ik zou nu moeten nadenken maar ik voel geen beweging in mijn hoofd. Kommer heeft met zijn verhaal mijn verstand tot staan gebracht. Er wordt niet meer gedacht, niet voor en niet na.

Kommer merkt het niet op. In de gloed van zijn betoog staat hij op, neemt drie keer een trek aan zijn pijp en roept het uit. “Sommigen denken dat ene vrijdenker iemand is die overal kritiek op heeft en zijn vrije mening met elke wind mee laat waaien. Nonsens! Een vrijdenker is voortdurend met zichzelf in discussie: ‘ klopt het wel allemaal, wat ik denk?” Voor het eerst kijkt de oude, wijze politicus mij nu onderzoekend aan. ” Kun je het nog volgen, jongeman?” vraagt hij onzeker. ” Ik had even het idee dat ik doordraafde.” In de angst dat hij opnieuw zal beginnen, vertel ik hem dat het allemaal heel goed te begrijpen is.

” Prachtig”, roept Kommer uit. ” Weet je, daarom gaat het ook zo slecht met de democratie. Volksvertegenwoordigers discussieren nooit met zichzelf maar onophoudelijk met anderen. Al die mensen hebben nooit de tijd om na te gaan of ze bezig zijn onzin te formeren. Ja, dat is het vaak, volksvertegenwoordigers debatteren niet maar zij formeren kletskoek zodat het een samenhangend verhaal lijkt. Ik heb me daar altijd tegen verzet want op die manier krijg je de uitwisseling van kletskoek tijdens het debat en dat kan alleen maar tot problemen leiden.”

Terwijl ik zijn woorden noteer, begint er in mijn hersenpan toch iets te kriebelen. Zit er niet een grond van waarheid in Kommers betoog? Zou het niet verstandiger zijn als politici eerst eens met zichzelf in discussie gingen bij belangrijke vraagstukken? Maar ja, misschien dat de besluitvorming dan nog langer zou gaan duren. Ik leg dat laatste probleem aan Kommer voor. ” Lang duren”, herthaalt hij verontwaardigd, ” wat maakt dat uit? Politici die kletskoek uitwisselen moeten later heel veel fouten herstellen Dat kost veel meer tijd.”

Met een klap zet hij zijn Berenburg op tafel neer, dat wil zeggen het lege glas. Hij zakt weer onderuit in zijn relaxfauteuil. ” Je kunt het aan de manier van praten van veel politici horen”, gaat hij rustig verder. ” De eindeloze reeks ” euh-euh-euh” wijst erop dat ze ter plekke verzinnen wat ze zeggen en…dat ze daarvoor geen tijd hebben. Ze hebben dus niet eens de tijd om hun verhaal aan een ander uit te leggen en ratelen maar wat feitjes op. De luisteraar verliest het zicht erop en krijgt het gevoel dat hij niet meer tijd van de politicus mag vragen. ” Die man of vrouw is heel hard bezig met dingen die ik niet begrijp”, is het gevoel dat de luisteraar bekruipt. Ja, ook de journalisten”, dat laatste woord laat hij met zijnvolle stemvolume door de kamer klinken. ” Dat is de bedoeling”, zegt hij weer wat rustiger. De kritiek komt pas als er niets blijkt te kloppen van het mooie verhaal. Tegen die tijd kan de politicus zeggen dat het schuld is van anderen maar ook dat is niet waar: hij heeft zelf niet nagedacht.”

Kommer schudt zijn hoofd nu wild heen en weer en staat op. Met een krachtige zwaai draait hij zich om en loopt hij naar het raam. ” Prachtig, niet?”  roept hij enthousiast uit terwijl hij over zijn gazon uitkijkt. ” Wat een vrijheid!”

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com  

Service

www.kletskoek.jouwpagina.nl

www.pim-fortuyn.nl

www.ffrf.org/nontracts/vrijdenker.php

www.columns.skynetblogs.be

www.vrijdenker.skynetblogs.be

www.despinoza.nl

Is het echt zo erg om dood te gaan?

Zolangzamerhand ben ik op een leeftijd dat ik meer begrafenissen dan kraamvrouwen heb bezocht en er zit nog meer aan te komen. Vrolijk word ik daar niet van maar de omstandigheden per overlijden wisselen sterk. Twee keer heb ik de begrafenis van een kind, een peuter en een puber, meegemaakt en dat was beide zonder meer verschrikkelijk en dramatisch.

Als het om volwassenen gaat, groeit de acceptatie van het overlijden met het klimmen der jaren. De dood op 100-jarige leeftijd is aanmerkelijk aanvaardbaarder dan wanneer iemand nog maar 40 is. Ook in dat opzicht ben ik door de wol geverfd. Wat mij in alle gevallen is gebleken, is dat de droefenis voornamelijk heeft bestaan bij de nabestaanden. De persoon die overleed, nam daarmee veel eerder genoegen. Voor haar of hem was vooral het oprekken van het leven een beproeving want dat ging gepaard met overmatig medicijngebruik, pijn, vermoeidheid en het dagelijkse bewustzijn dat de aanwezigheid op aarde maar van zeer betrekkelijke waarde was. Een uitzichtloos bestaan al waren er wel mooie momenten. Soms ook realiseerde de persoon zelf zich dat hij of zij nog een flinke betekenis had voor de directe familie en vrienden. Maar ja, hoelang en waartoe?

De vraag of doodgaan wel zo erg is als wordt voorgesteld, is op het ogenblik weer helemaal actueeel door de hype rond de orgaandonorregelingen.  Tegenover de mogelijkheden om langer te leven staan de voorwaarden waaronder dat kan gebeuren. Veelal betekent de transplantatie van een orgaan een overmatig medicijngebruik en bijkomende voorschriften. Bovendien is het niet ondenkbaar dat een tweede en zelfs een derde transplantatie nodig is.

Wat drijft ons ertoe om zo aan het leven vast te houden dat we dergelijke omstandigheden allemaal voor lief willen nemen? Is het angst voor de dood, het verdriet van nabestaanden of de levensdrang van de persoon die gaat overlijden? Gaat het om alle drie tegelijk? Ik ben dan ook erg benieuwd naar inzichten van anderen op dit punt. In het verleden heb ik mij wel eens uitgesproken over mijn eigen opvattingen maar ik ben me er ook van bewust dat er heel uiteenlopende ervaringen bestaan en die zou ik graag willen leren kennen. Voor me zelf en voor anderen. Daar waar het om dood en leven gaat, ben ik tenslotte ook maar een amateur.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com 

 

Service

www.yarden.surfsleutel.info

www.stervensbegeleiding.nl

 

                                  wnf_ijsbeer182.jpg

                        IK SLAAP WINTER TOT 8 JANUARI 2007

                              LAAT DE KURKEN KNALLEN

                        LAAT HET VUURWERK KNETTEREN EN

                                  DE HEMEL ROOD KLEUREN

                                                      MAAR …

                                    MAAK MIJ NIET WAKKER

Goeie vraag

tijdmachine.jpg

Gisteren, na afloop van de raadsvergadering, vroeg iemand mij of ik gelovig was. Ja, dan sta je voor het blok. Iemand die gedoopt is of zichzelf bij een geloofsgenootschap heeft aangesloten, heeft het gemakkelijk. Je kunt dan zeggen “ik ben katholiek” of “ik ben moslim”. Dat kan en er is niets op tegen.

Maar ik? Ik ben niet opgevoed en dus ook niet gedoopt want in veel gevallen hoort de doop bij de opvoeding. In de ogen van sommigen ben ik alleen al om die reden een verloren ziel. Soms voel ik me ook wel als zodanig maar het lukt me maar niet om die drempel over te gaan naar zo’n gemeenschap.

Gezellig hoor en maatschappelijk ook heel gunstig. Met de doop krijg je een bedding en een netwerk gratis. Ik heb dat allemaal niet. Alles wat ik heb, heb ik zelf moeten opbouwen. `With me ain hands`.

Nou ja, zelf, je moet ook een duwtje en een steuntje in de rug krijgen, geluk hebben en ergens in het potje passen. Dat zijn allemaal zaken die je niet zelf doet. Wie dan wel?  Ja, dat is de grote vraag. Hoewel…

Ik ben er wel een beetje uit. Ik heb geleerd te geloven in dat wat ongelooflijk is, wat onmogelijk lijkt en onhaalbaar. Daar is durf voor nodig en moed want je gaat vertrouwen in `iets` dat je niet in de hand hebt. Je kunt dan geen controlefreak meer zijn, je geeft toe dat `alles` besturen de grootst mogelijke onmogelijkheid is.

Ik ben dus gaan geloven in het onmogelijke maar ik zou dat liever geen God willen noemen. De Taoísten hebben in dat opzicht een wijs spreekwoord, `wie Tao noemt, kent Tao niet`. Ook daaraan zijn beperkingen want in die spreuk is Tao al twee keer genoemd.

Een vrije geest maar geen dolende ziel. Zo zie ik mijzelf het liefste. Een vrije geest die na ampele overwegingen heeft erkend dat religie onmisbaar is. De kerk kun je vaak missen als kiespijn. Maar…religie, verbinding, is er niet alleen met een hogere macht, het slaat ook op de band tussen mensen onderling. 

Ik bevind mij op het snijvlak van Boeddhisme en katholicisme aangezien het Boeddhistische streven niet wordt aangewakkerd door de durf van het geloof in het onzienbare. Die is er in het katholicisme wel. De symboliek van beide vind ik prachtig. De wonderen,  onbevlekte ontvangenis, opstanding uit de dood, het eeuwigdurende leven en de zelfoverwinning die leidt tot een hoger `ik`, de opoffering in het kader van het lot, ze zijn allemaal te mooi om waar te zijn en dus de moeite van een geloof waard. In beide herken ik het geloof dat er geen weg is naar de vrede maar dat `vrede de weg is`. En juist daarom blijf ik messcherp op het genoemde snijvlak voortgaan.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Witte kerst (3)

97717.jpg

Sinds een week ongeveer zie ik overal in de stad kerstmannen aan touwtjes bungelen terwijl ze bezig zijn dakgoten te beklimmen. Sneeuwpoppen steken opgeblazen en lichtgevend boven gevels uit en kerstbomen zingen het honderd uit.

Nog erger is het in de reclamespots op de tv waar kerstmannen en -bomen mij letterlijk lopen toe te krijsen wat ik allemaal voor moois kan kopen. Mannen en vrouwen brullen mij in Engelstalige liedjes allerlei kerstwensen toe waarvan ik de consequenties niet kan overzien (have yourself a merry little Christmas of `all I want for Christmas is you`). De tijden van Dickens met de eenzame schooier die liedjes zingend de hoed ophield voor een schamele shilling zijn echt voorbij.

Nee, een kerstman schettert in mijn oor dat ik de supervoordelige LCD tv voor 2000 euro moet aanschaffen zodat ik het vuurwerk met oudjaar beter kan zien. Ik ben toch niet visueel gehandicapt? Tweeduizend euro, lekker goedkoop, dat zijn kreten die de verkopers de laatste dagen hun strot uit maar mijn oor niet in kunnen krijgen. Mijn hele kerstfeest kost nog bij lange na geen tweeduizend euro. Ben je nou helemaal betoeterd! Hoewel, ik moet toegeven dat de rekening bij de slijter er mocht zijn.

Het is het kabaal en de opge`blinqte` kerstmannen die mij het meeste storen en zij zijn het ook die mij vooral een `herrie Christmas` toewensen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Witte kerst (2)

We hebben het goed gedaan! Eerst steunden we de Palestijnen in hun pogingen om een democratische verkiezing te houden. En ja hoor, die verliepen nog vrij regelmatig ook. Alleen de uitkomst stuitte ons tegen de borst. Naast Hugo Chavez in Venezuela kwam hier nu een nieuw ongewenste vreemdeling op democratische wijze aan de macht: Hamas.

Onmiddellijke schaarden we (lees: Bush en Blair) ons aan de kant van Israël en wantrouwden we Hamas tot op het bot. Die club zou zeker de kernmacht Israël van de kaart vegen (de onmacht van atoombommen). En dus besloten we dat het Palestijnse volk moest verhongeren en creperen van de ziekten. Een ongewenst regiem? Dan geen geld! Ja, het is kwaad kersen eten met democratieën.

Vervolgens gaven we Israël de vrije hand in de Palestijnse gebieden en zagen we toe hoe het geweld escaleerde tot aan de poorten van Beiroet. In hun opperste wanhoop begonnen de Palestijnen op elkaar te schieten toen de cashflow werkelijk door Israëlische grenswachten tot staan werd gebracht.

Nog even en wij kunnen de reddende engel spelen. Een betere rol voor ons is niet denkbaar, zo vlak voor Kerstmis.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Flamboyance (2)

Gisteren voor de tweede keer in één maand naar Maastricht geweest. Wat een heerlijke stad! Met van die genoegelijke spitsvondigheden als een Mariakapel met het opschrift “Ga hier niet voorbij zonder “Ave Maria” te zeggen. Binnen kon je speciaal voor Maria enorme kaarsen branden en op het knielbankje lag een rij macho stoere binken te bidden. Ik denk dat je er een evenwichtiger mens van wordt als je die nederigheid periodiek betoont. Als tegenhanger van je macho inborst. Niet zo gek. Zouden we in Alphen ook moeten doen.

Wij hadden inmiddels in de Sint Servaes al een kaarsje gebrand voor een bekende die dat nodig heeft en mijn vrouw vindt dat je bij zoiets geen overmatigheid moet betrachten. Ze heeft gelijk. Wij waren bovendien om een héél andere reden in Maastricht.

Daar heb ik een hoed gekocht, een echte Stenton. Ik wilde dat al vele jaren maar om de één of andere reden kwam het er niet van. Volgens de mevrouw in de winkel heb ik een hoedenhoofd en eerlijk gezegd vond ik dat zelf ook al heel lang en niet alleen ik. Wat dat is?

Een hoedenhoofd houdt het midden tussen de uitstraling van vrije geest en gentlemanship. Geen hypocrisie want het is uitstraling en het is dus allemaal duidelijk aan me af te lezen. Een béétje heer maar dan wel één die zelf zijn weg uitstippelt. Die weg ligt lang niet altijd netjes tussen de lijntjes.

Hoe krijg je dat voor elkaar? Mensen die mij redelijk kennen of dit weblog volgen weten  dat mijn moeder is overleden toen ik veertien was. Ik doe daar niet zo geheimzinnig over. Het heeft me gevormd. Mijn dochter zei een paar dagen geleden:”Dus je bent opgevoed door je vader.” Daarop schoot ik spontaan in de lach. Opgevoed door mijn vader? Nou nee, ik ben helemaal niet opgevoed. Ik ben opgegroeid. Dat is iets anders.

Mijn opvoeding heb ik opgedaan op straat, in bars, nachtclubs, onder vrienden en uiteindelijk in mijn eigen gezin. Lang niet alles ging altijd op rolletjes of van een leien dakje. Dat heb je dan. Het heeft wel gewerkt en ik heb vooral het laatste half jaar vaak het idee dat ik mijn eigen “ik” weer heel sterk terug heb gevonden. Ik ben meer mezelf dan in voorgaande jaren met alle voor- en nadelen die daaraan verbonden zijn. De flamboyance van een hoed met slappe en brede rand hoort daar bij.

Tot sterkte,

 Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Witte kerst

Vandaag kwam een witte vogel op mijn pad,

Zó donzig als ik nooit nog had gezien,

Hij floot zó mooi, zó zuiver en kon zijn lippen niet tuiten,

Hij zei, en kon niet spreken,

“Wie mij durft te verstaan,

Kan leven op vleugels,

Voelt de warmte van dons en raakt de honger niet aan”,

Bij ’t gaan liet hij een veer,

Hij telde zijn zegeningen,

Rekende zich gelukkig,

Had geen weet van getallen.

Tort sterkte,

Kaj Elhorst

(Uit de toekomstige bundel “Leven in de sneeuw”,  Kaj Elhorst, 2007)

Http://politiek.wordpress.com

Published in: on 10 december 2006 at 10:18  Geef een reactie