Leve de toekomst

Vertrouwen is een woord dat we haast niet meer kennen. We hebben geen vertrouwen in onszelf, niet in de markt, niet in de toekomst en niet in onze kinderen. Dat is vreemd want we troetelen en beschermen wat af met die koters. Pedofielen zijn nog nooit zo goed in de gaten gehouden als de laatste jaren, we brengen onze kinderen met de auto over 100 meter naar school omdat het veilig is, we leggen rubber tegels ondeer speeltoestellen waar niets aan kapot kan en ga zo maar door. En in alles krijgen die vervelende nesten hun zin. Even krijsen en ja hoor, je krijgt je snoepje, mobieltje, kompjoeter, auto of noem maar op.

Maar vertrouwen hebben we niet in dat spul dat zich vooral uit door zo hard mogelijk te gillen en te krijsen op straat. Nee, we willen ze het liefst in een gespreid bedje terecht laten komen zodat ze zelf hun boontjes niet meer hoeven te doppen. Dat zouden ze ook niet kunnen want wij hebben altijd alles voor ze gedaan.

Ik moest daaraan denken toen ik weer eens in de file stond tijdens het “scheppen aan de weg”. Waarom gebeurt dat eigenlijk? Voor de toekomst! Voor onze kinderen dus! Zij zouden het niet leuk vinden als ze in een wereld terechtkomen waarin onvoldoende wegen zijn aangelegd. En dus scheppen we wat af en laten we motoren urenlang stationair draaien. Het is een depressiefmakende gedachten dat onze kinderen in de toekomst misschien tot de slotsom komen dat al die brede wegen helemaal niet nuttig of nodig zijn. Dat ze hun mobiliteitsproblemen op een heel andere manier gaan oplossen. Hoe dan? Ja, dat is nu juist het leuke van de toekomst: ik heb er geen idee van.

Het zou mij een lief ding waard zijn als we wat meer vertrouwen hadden in het oplossend vermogen van onze kinderen en hun creativiteit. Natuurlijk die laatste moeten we vooral stimuleren.Niet het oefenen van betreden paden zoals kompjoeters maar het verkennen van nieuwe wegen, het op pad gaan naar het ongewisse, dat zou onze boodschap moeten zijn en ook de boodschap van het onderwijs. Veel spelen en fantasie prikkelen, daar draait de toekomst om, niet om een metertje meer of minder asfalt.

Nee, mij bekruipt dan ook steeds weer het gevoel dat al die wegenbouw vooral bedoeld is voor de toekomst van de wegenbouw. Die moetw erken en verdienen. Veel verdienen en kapitaal concetreren. Kapitaal dat dan natuurlijk weer in de zxakken van aandelhouders vloet die er weer nieuwe aandelen en SUV’s voor koopt. En dus zuijn er nog bredere wegen nodig.

Het zou toch mooi zijn als we niet over ons graf heen wilden regeren en de kinderen een kant en klare wereled probeerden over te dragen. Liever niet zelfs want als er niets meer te doen is in de wereld, wat moeten onze kinderen dan straks doen? Die gaan heus geen wegen aanleggen voor hun kleinkinderen. het zalw el op vervelen uitdraaien. Daarvoor zijn ze uiterst geschikt zoals uit het gedrag van de crèchejeugd dagelijks blijkt. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.air.nl/vertrouwen/vertrouwen.html

www.judithhamerlinck.nl/afstand_houden.htm

www.praktijkvertrouwen.nl

www.wrr.nl/content.jsp?objectid=2798

www.moqub.com/2008/08/25/bijeenkomstenserie-vertrouwen-20

www.cda.nl/documenten/VKP.pdf

Advertenties

Crème de la crème brûlée

vikbat.jpg

Gisteren heb ik een vriendin gecremeerd. Ja niet thuis maar in de dooiemensenbakkerij op de begraafplaats. Het was een bijeenkomst vol vriendschap en vooral veel warmte en na afloop mocht iedereen een boodschap op de kist schrijven. Ik heb er “tot ziens” op geschreven want ik ben niet onsterfelijk behalve op mijn belachelijke momenten. Eigenlijk is er vóór de dood alleen maar hoop, daarna begint het leven.

Vreselijk vind ik zulke gebeurtenissenen. Ik weet ook nooit wat ik tegen de nabestaanden zeggen moet. Ik zie anderen die hen aan het lachen maken maar ik zelf kom niet verder dan een uitgestreken doodgraversgezicht en volgens mij wordt dat helemaal niet op prijs gesteld. `Ook dat nog, daar heb je die goede vriend met die kop alsof hij net uit de dood verrezen is”. Ik weet wel grappige opmerkingen te bedenken maar die lijken me meestal niet gepast. En dus loop ik maar als een soort Magere Hein op eigen feestje voorbij. Spitsroeden lopen vind ik dat. De familie had zich maar liefst in een rij van meer dan twintig personen opgesteld. Mijn handje werd steeds slapper en mijn gebazel ook.

En dan is er koffie. Nou ja, in dit geval was er ook bier en wijn, geen hotelcake. Feestelijk eigenlijk. Dat sloot wel aardig aan bij de gedachten van onze vriendin want zij was een vrijdenkster. De crème de la crème van het intellectuele denken en het levende bewijs dat vrouwen wel gevoel voor humor hebben. Iemand met wie ik op hetzelfde niveau kon praten en dat kom ik niet vaak tegen. Hoewel ik haar in de afgelopen tijd niet meer zoveel heb gezien, zal ik haar dus heel erg missen. De meeste mensen zitten nu eenmaal opgesloten in kadertjes van wat hoort en wat niet hoort en vooral van wat “de waarheid” is. Als journalist hoor je wat stompzinnigheid op dat gebied.

Terwijl ik daar zo rondliep, zag ik al gauw dat ik behalve de nabestaanden niemand kende en dus begon ik een gesprek met mijzelf. Ik werd het na enige discussie eens met mijzelf dat cremeren eigenlijk wel een mooie manier was om aan het ondermaanse te ontstijgen. Ik denk dat het van Ben Kok niet mag maar er is veel dat er voor spreekt. Snel, efficiënt en heel sociaal. In tegenstelling tot een begravene lig je ook niet in de weg als er ergens een nieuwbouwwijk of sportvelden moeten komen. Je houdt de aardse en geestelijke wereld dus heel zindelijk gescheiden. De familie houdt er nog een mooie vaas aan over ook die meestal heel prachtig op de schouw van de openhaard kleurt. Onder in de vaas zou ik een briefje laten leggen `hier ligt opa niet`.  Of liever `hier lag opa niet` want als je het briefje wilt lezen, moet je eerst de as eruit gooien. Dan kom je er in elk geval achter dat dat niet erg is want het was opa toch niet. 

Mijn voorkeur gaat er nog meer naar uit om op een schip een eind de zee te worden opgestuurd waarna het hele gevaarte vlam vat. Zo deden de vikinghoofdmannen dat. Een echte uitvaart. Prachtig. Het lijkt me wel ingewikkeld voor de familie want je zult er vast allerlei vergunningen voor nodig hebben. Terwijl je zelf regelrecht de hemel in krinkelt, sterft de familie van het papierwerk. Dat kun je ze niet aandoen.

Terwijl onze vrijdenkende vriendin eindelijk haar vrijheid heeft teruggevonden, zit ik nog heel armetierig lollig te doen achter een toetsenbord om me vrij te maken van mijn gevoelens. Ze waren er wel, en die bijeenkomst van gisteren heeft me heel wat energie gekost. Ik voel me opgebrand. Ik neem een borrel `A toi, ma crème de la crème brûlée. Et au revoir!

Vanmorgen las ik in de krant dat de overheid goochelt met de normen voor fijnstof. Wat mij betreft is dat niet nodig hoor, Jan Peter. Alles ligt opgeslagen in roetfilters, urn en herinneringen…

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service 

www.flabber.nl

www.spierings.com

www.uitvaart.nl

www.corriedekeijzer.web-log.nl

uitvaart.blogo.nl

www.thedreamer.nl

Knus, snus en de koddebeier

veldwachter.jpg

Nooit heb ik er één meegemaakt maar de grootvader van mijn vrouw was één van de  onbezoldigde veldwachters die ons land ooit rijk was. Hij hield het dorp waar hij woonde goed in de gaten en spaarde de appeltjesgappende en vuurtjes stokende dorpsjeugd niet. Eéns in de week zat hij bij meneer burgemeester aan het bureau om de stand van zaken rond orde en rust in het dorp door te nemen. Het leuke van de veldwachter was dat iedereen hem kende.

Hij dronk koffie bij Marie, ging op de thee bij Jannes en tussendoor nuttigde hij het warme eten netjes bij moeder de vrouw thuis. Onderweg sprak hij met de postbode, de straatveger en de veearts en iedereen wist “als er stront aan de knikker is, moet je bij hem zijn”. Het contact tussen burger en gezag was van een natuurlijk, speels karakter. Sterker nog, de burgemeester moest zich snor, baard, hoge hoed, pandjesjas en vestzakhorloge aanschaffen om enige afstand tot het gewone gepeupel te scheppen.

Tegenwoordig heeft in mijn gemeente de wijkagent zijn intrede gedaan. Dat was hard nodig want in de roes van de efficiencyvergroting zijn scholen tot  leerfabrieken uitgegroeid en politiekorpsen tot regionale veiligheidslegers. Efficiënt. Nou ja, dat is nog maar de vraag want de tijd die agenten verliezen met het zoeken van de weg in een plaats die ze niet kennen, werd vroeger gebruikt aan doelmatige surveillances. Maar daarvoor hebben ze toch een routeplanner? Ach ja, elektronica. Zucht, het blijft tobben hè?

De wijkagent moet daarom het contact tussen burger en politie gemakkelijker maken en het vertrouwen versterken. Nu zijn dat twee dingen die je in de goede volgorde moet zeggen. Om goed contact te hebben, moet er eerst vertrouwen zijn. Als het vertrouwen er is, kun je zelfs aan een draagvlak gaan denken. In het geval van de onbezoldigde veldwachter was dat vertrouwen er al. Elke dorpeling wist precies wie de veldwachter was en wat je aan hem had. Bij de wijkagent ligt dat wat anders. Hij heeft om te beginnen niet te maken met 500 maar met 10.000 burgers. Tienduizend burgers die hij allemaal moet kennen en die hem allemaal moeten kennen. Daarbij komt dat hij tijdens zijn surveillances nog eens een afstand van zo’n zes tot tien kilometer tussen de uitersten van zijn gebied moet afleggen. Op de fiets want als automobilist leg je geen contact met burgers.

Iedereen voelt het al aan: de efficiency heeft opgeleverd dat niemand de wijkagent kent en hem of haar ook nooit in de eigen omgeving tegenkomt. Een foldertje door de brievenbus, samen met de reclame van Piet Textiel, dat was alles. Ik vraag me dus af wat nu precies de winst is van deze efficiencyslag. Natuurlijk, de geleerde heren en onderzoekers zullen wel weer komen met een lange reeks van enquêtes en leermomenten maar in werkelijkheid gaat het daarbij natuurlijk alleen om bazelarij. Dat een wijkagent in zo’n groot gebied met zoveel mensen geen contacten tot stand kan brengen, was van te voren al duidelijk.

Het is het zoveelste bewijs van de onzin van de schaalvergroting die efficiency met zich meebrengt. In theorie is het mooi. Verhalen over beschikbaarheid van volle politiehulp, inzetbaarheid van faciliteiten waar het nodig is en dat soort klets. In de praktijk komt het er op neer dat de gemiddelde burger geen agent meer heeft om op persoonlijke wijze tegen te zeuren en dus verliest hij ook op dat gebied het vertrouwen. En met het vertrouwen vliegen contact en draagvlak de deur uit.

Schaalvergroting lijkt een mooie oplossing voor de inzet van onze omvangrijke, technische hulpmiddelen maar het is het niet. Met al oze technische rotzooi zijn we minder goed in  staat de politie haar taak te laten doen dan vroeger. Dat wordt niet opgelost door websites, mobiele telefoons of elektronische netwerksystemen. Dat kan alleen een oplossing vinden in menselijk contact.  

Mensen hebben de neiging om hun leventje in eigen kleine kring op te bouwen. Binnen de Europese Unie wordt de lokale bestuurlijke eenheid, de gemeente, steeds belangrijker. Sommigen gaan het liefst in een dorp wonen omdat ze daar hun buren nog kennen. Anderen wenden zich tot de snus nu het rookverbod door de Europese Commissie ongeveer over heel Europa is uitgevaardigd. Alleen kolencentrales mogen nog roken, vanwege de grootschalige energiebehoefte. De Europese burger zoekt zijn of haar eigen genoegen en verstopt het desnoods onder de bovenlip. “Snus”, een zakje met tabak waarop gesabbeld kan worden zodat je toch nicotine binnenkrijgt. Het mag natuurlijk weer niet van de grootschalige bestuurders in Brussel maar wie kijkt er onder andermans bovenlip? Leve de kleinschaligheid. Doe mij maar knus, snus en de koddebeier. 

Tot sterkte,

 

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

http://www.regelzucht.nl

http://www. johnito.blogspot.com

 http://www.beteronderwijsnederland.nl

http://www.veldwachter-bathmen.nl