Knus, snus en de koddebeier

veldwachter.jpg

Nooit heb ik er één meegemaakt maar de grootvader van mijn vrouw was één van de  onbezoldigde veldwachters die ons land ooit rijk was. Hij hield het dorp waar hij woonde goed in de gaten en spaarde de appeltjesgappende en vuurtjes stokende dorpsjeugd niet. Eéns in de week zat hij bij meneer burgemeester aan het bureau om de stand van zaken rond orde en rust in het dorp door te nemen. Het leuke van de veldwachter was dat iedereen hem kende.

Hij dronk koffie bij Marie, ging op de thee bij Jannes en tussendoor nuttigde hij het warme eten netjes bij moeder de vrouw thuis. Onderweg sprak hij met de postbode, de straatveger en de veearts en iedereen wist “als er stront aan de knikker is, moet je bij hem zijn”. Het contact tussen burger en gezag was van een natuurlijk, speels karakter. Sterker nog, de burgemeester moest zich snor, baard, hoge hoed, pandjesjas en vestzakhorloge aanschaffen om enige afstand tot het gewone gepeupel te scheppen.

Tegenwoordig heeft in mijn gemeente de wijkagent zijn intrede gedaan. Dat was hard nodig want in de roes van de efficiencyvergroting zijn scholen tot  leerfabrieken uitgegroeid en politiekorpsen tot regionale veiligheidslegers. Efficiënt. Nou ja, dat is nog maar de vraag want de tijd die agenten verliezen met het zoeken van de weg in een plaats die ze niet kennen, werd vroeger gebruikt aan doelmatige surveillances. Maar daarvoor hebben ze toch een routeplanner? Ach ja, elektronica. Zucht, het blijft tobben hè?

De wijkagent moet daarom het contact tussen burger en politie gemakkelijker maken en het vertrouwen versterken. Nu zijn dat twee dingen die je in de goede volgorde moet zeggen. Om goed contact te hebben, moet er eerst vertrouwen zijn. Als het vertrouwen er is, kun je zelfs aan een draagvlak gaan denken. In het geval van de onbezoldigde veldwachter was dat vertrouwen er al. Elke dorpeling wist precies wie de veldwachter was en wat je aan hem had. Bij de wijkagent ligt dat wat anders. Hij heeft om te beginnen niet te maken met 500 maar met 10.000 burgers. Tienduizend burgers die hij allemaal moet kennen en die hem allemaal moeten kennen. Daarbij komt dat hij tijdens zijn surveillances nog eens een afstand van zo’n zes tot tien kilometer tussen de uitersten van zijn gebied moet afleggen. Op de fiets want als automobilist leg je geen contact met burgers.

Iedereen voelt het al aan: de efficiency heeft opgeleverd dat niemand de wijkagent kent en hem of haar ook nooit in de eigen omgeving tegenkomt. Een foldertje door de brievenbus, samen met de reclame van Piet Textiel, dat was alles. Ik vraag me dus af wat nu precies de winst is van deze efficiencyslag. Natuurlijk, de geleerde heren en onderzoekers zullen wel weer komen met een lange reeks van enquêtes en leermomenten maar in werkelijkheid gaat het daarbij natuurlijk alleen om bazelarij. Dat een wijkagent in zo’n groot gebied met zoveel mensen geen contacten tot stand kan brengen, was van te voren al duidelijk.

Het is het zoveelste bewijs van de onzin van de schaalvergroting die efficiency met zich meebrengt. In theorie is het mooi. Verhalen over beschikbaarheid van volle politiehulp, inzetbaarheid van faciliteiten waar het nodig is en dat soort klets. In de praktijk komt het er op neer dat de gemiddelde burger geen agent meer heeft om op persoonlijke wijze tegen te zeuren en dus verliest hij ook op dat gebied het vertrouwen. En met het vertrouwen vliegen contact en draagvlak de deur uit.

Schaalvergroting lijkt een mooie oplossing voor de inzet van onze omvangrijke, technische hulpmiddelen maar het is het niet. Met al oze technische rotzooi zijn we minder goed in  staat de politie haar taak te laten doen dan vroeger. Dat wordt niet opgelost door websites, mobiele telefoons of elektronische netwerksystemen. Dat kan alleen een oplossing vinden in menselijk contact.  

Mensen hebben de neiging om hun leventje in eigen kleine kring op te bouwen. Binnen de Europese Unie wordt de lokale bestuurlijke eenheid, de gemeente, steeds belangrijker. Sommigen gaan het liefst in een dorp wonen omdat ze daar hun buren nog kennen. Anderen wenden zich tot de snus nu het rookverbod door de Europese Commissie ongeveer over heel Europa is uitgevaardigd. Alleen kolencentrales mogen nog roken, vanwege de grootschalige energiebehoefte. De Europese burger zoekt zijn of haar eigen genoegen en verstopt het desnoods onder de bovenlip. “Snus”, een zakje met tabak waarop gesabbeld kan worden zodat je toch nicotine binnenkrijgt. Het mag natuurlijk weer niet van de grootschalige bestuurders in Brussel maar wie kijkt er onder andermans bovenlip? Leve de kleinschaligheid. Doe mij maar knus, snus en de koddebeier. 

Tot sterkte,

 

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

http://www.regelzucht.nl

http://www. johnito.blogspot.com

 http://www.beteronderwijsnederland.nl

http://www.veldwachter-bathmen.nl

Advertenties

De doofpot en de poetsende “Tuf-tufclub”

Hoe zit het eigenlijk met mijn imago? We hebben het zo vaak over aanzien en reputatie en de daarbij behorende schade van anderen gehad maar zelden of nooit over mij. Tja, hoe zal ik het zeggen…ik ben reversible. Dat wil zeggen dat ik aan de buitenkant vooral mijn binnenkant laat zien. Hoewel ik lang niet altijd mijn ware gevoelens laat zien. Een beetje te bang dat anderen ze belachelijk vinden. Teveel gepest op school en dat draag je je hele leven met je mee.

Nou was er ook genoeg reden om mij te pesten hoor. Op de lagere school, dat heette toen nog zo al was het gebouw nauwelijks lager dan dat van het gymnaium dat er naast stond, gedroeg ik me al net als nu als een verschrikkelijk betwetertje. Dat ergerde andere kinderen en die ergerden mij dan weer en zo ging dat maar door. Later leerde ik mijn gevoelens te verbergen achter mijn monstrueue gevoel voor humor en dat levert dan weer problemen op bij het aangaan van relaties. Ja, je betaalt altijd een prijs.

Naarmate je meer reversible wordt, dus als het er niet meer toe doet of je je binnen- of buitenkant laat zien, wordt alles ook ingewikkelder. Je moet namelijk zelf wel in de gaten houden wat binnen- en wat buitenkant is. Als je dat niet doet, ga je in twee gescheiden werelden leven, word je langzamerhand schyzofreen en misschien ga je midden op straat wel ineens keihard heel vieze woorden schreeuwen. Omdat je het ook allemaal niet meer weet. Je raakt de weg kwijt in je eigen warboel.

Zo zit dat nou ook met onze samenleving, denk ik. Vanmorgen las ik in de krant twee artikelen die elkaar “in de weg stonden”. Dat was mooi want de kopjes van de komkommers beginnen al weer boven de grond uit te komen dus als columnist moet je hard op zoek naar voer. Behalve die twee artikelen zal ik er maar meteen een paar andere bij betrekken want alles heeft met alles te maken. Ik ben holist (soms met en soms zonder alco).

Het inkomen van de leraren blijft fors achter. Nou, daar word je al niet vrolijk van. Dan is er het “bekken-dicht” programma van Mark Rutte, ook al niet goed voor het humeur en dan begint het op pagina 2 en 3. Eén artikel besteedt aandacht aan de oorverdovende stilte rond gerechtelijke dwalingen. Nog meer bekken dicht dus, Op de pagina daarnaast volgt het bericht dat een “club met Krajicek” het herstel van vertrouwen in de rechtsstaat moet herstellen. Nou, sinds vanmorgen weet ik waarom ik de krant altijd zo graag op de WC lees.

Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat je broek vaak afzakt van het nieuws. Als ik de pagina’s scan, krijg ik een vreemd beeld van onze samenleving. Terwijl Justitie het zwijgen er toe doet over haar eigen warboel, moet een “club met Krajicek” het vertrouwen in de rechtsstaat herstellen. Een tennisclub? Nee, na aandachtig doorlezen blijkt het meer een golfclub te zijn. Professoren en hoge omes uit de ambtenarij en onze nationale Tennisbal. Zij gaan onze kennis van de rechtsstaat vergroten. Ja, kennis vergroten om het vertrouwen te versterken. Dus: ik ga vandaag aan mijn vrouw vertellen dat ik vreemdga, dat versterkt het vertrouwen. Binnen eenn half jaar moet de “club met Krajicek” al met aanbevelingen komen. Mag ik een voorzet doen?

Breng een boekje met DVD uit met Mr Bean in de hoofdrol die de rechtstaat verkent. Kost een stuiver maar dan heb je ook wat en een redelijke kans op succes. De kennis- verspreiding zal razendsnel gaan. Hoe het met de kennisvergroting en het vertrouwen gaast, ja dat zullen we zien. Dat zeggen politici altijd als ze geen antwoord weten: “Dat zullen we zien”. Wat dat betreft moet mijn voorstel hoge ogen gooien. 

De bedoeling van de Commissie is duidelijk. Poetsen tegen de klippen op. Terwijl het OM zich in stilzwijgen hult, poetst de “club met Krajicek” zich helemaal het vuur uit de sloffen om ons vertrouwen op te krikken. Voor de Tennisbal is dat wel leuk want hij klrijgt er vast vet voor betaald, heel wat beter dan die leerkrachten.

Was het nou zo’n gek idee geweest om die leerkrachten wat meer te betalen en hen de beginselen van de rechtststaat bij te brengen? Zij zij toch heel goed in staat om die kennis over te dragen, even afgezien van de belemmeringen die het competentiegerichte leren daarbij veroorzaakt.  

Mijn vertrouwen in de rechtsstaat is al tien graden gedaald vanaf het moment dat ik weet dat een “club met Krajicek” dat vertrouwen gaat herstellen. De toevoeging van de directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (opheffen die hap), Ton Verlind en wat andere hotemetoten geeft mij het merkwaardige gevoel dat mijn vertrouwen niet zal toenemen. De stilte zal er des te oorverdovender om zijn.

Tot sterkte

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.indedoofpot.nl

www.de-doofpot.nl

Het mislukte biertje van Bush

Ooit had ik een goocheldoos. Ik was gek op goochelen en keek mijn ogen uit als, de nu al lang vergeten, Fred Kaps zijn kunsten uithaalde. Dat wilde ik ook. Mensen om de tuin leiden! Het ging me nog behoorlijk goed af ook, dacht ik. Hoewel ik nooit een kampioen vingervlugheid ben geweest, zaten vriendjes, broer, ouders, ooms en tantes, allemaal te kijken van mijn kunsten. Ik hield ze toch maar mooi voor de gek. Of was het andersom? Hadden ze misschien al lang door hoe onhandig ik met al die spullen aan het worstelen was? 

Wie zal het weten. In elk geval heb ik het goochelen al lang afgezworen en ben ik overgegaan tot toveren. Het verschil tussen goochelen en toveren wordt bepaald door de werkelijkheid. Goochelen is flauwekul, toveren maakt wezenlijk verschil in de wereld. Hans Klok kan het niet, Harry Potter wel. Toveren eist offers van lichaam en geest.

Goochelen berust op imago, een schijnvertoning, de vaardigheid om iemand een rad voor de neus te draaien. Het is het vak van de marketingcommunicatieman of vrouw. Hij of zij  spuit (laat spuiten)  een wrak in een mooie kleur, klopt de butsen eruit, poetst hem zorgvuldig op en…wij vinden zo´n ding intimiderend lekker en kopen een toekomstige berg roest. Ja, imago daar draait veel om in onze tijd en het medicijn voor een slecht imago is communicatie. Die boodschap is ook bij politiek en bestuur goed overgekomen.

Laat ik eens kijken naar het nieuws van vanmorgen. De Ge8e afgevaardigden in Heiligendamm hebben iets met elkaar afgesproken. Ze zullen serieus overwegen om in 2050 de uitstoot van CO2 te halveren. Kijk, dat is imago. Imago zoals de marketingspecialist het graag heeft. Het lijkt iets maar het stelt helemaal niets voor. Goed voor de verkoop. Wie er het dichtst met zijn neus op staat, gelooft er in.

De eeuwige ooggetuige. Die zal het toch wel bij het rechte eind hebben? Als historicus heb ik een ingegroeid wantrouwen tegen de ooggetuige. Wie met zijn neus op een gebeurtenis staat, ziet de context niet, past het in zijn of haar eigen referentiekader in en zo wordt een gebeurtenis tot een verfomfaaid verhaal omgegoocheld. Het is de historicus die in het zweet zijns aanschijns moet toveren totdat de werkelijkheid weer tevoorschijn komt, bedolven als zij was onder het vermaleldijde imago.

Wat een inleiding! Gisteravond was in de raadscommissie onder meer het vrijwilligerswerk aan de orde. Er zijn te weinig jongelui die hun handjes willen laten wapperen zonder betaling. Volgens de hedendaagse vrijwilligers komt dat door een slecht imago van het vrijwilligerswerk. De ooggetuigen aan het woord dus. En jawel hoor, de marketingspecialist in de commissie kwam met de oplossing. Goede communicatie was er nodig. Dus als ik luie, lapswanzerige pubers ga vertellen hoe leuk het is om oude vrouwtjes in hun rolstoel voort te duwen, dan laten ze zich wel verleiden?

Ik dacht het niet. Communicatie is misschien wel een deel van het medicijn maar zeker niet de volledige pil. Vrijwilligerswerk lijdt niet in de eerste plaats aan een imagoprobleem. Dat zou trouwens elke individuele vrijwilliger ook in een kwaad daglicht stellen en daaraan wil ik niet meewerken. Het lijdt wel aan gebrekkige referentiekaders, zo lijkt me. Ik vraag me af of kinderen niet veel te weinig sociaal worden opgevoed. Of ze misschien van niemand krijgen voorgeleefd hoe je betrokken kunt zijn bij de samenleving. In plaats daarvan krijgen ze volop de kans om als gnomen in het duister achter de computer te zitten, te chatten en met wildvreemden adembenemede, virtuele avonturen te beleven. Daarvoor hebben ze niemand nodig. Imagoprobleem, communicatie! Ga toch weg!

Natuurlijk is het goed als politici luisteren naar deskundigen en  simpele zielen uit de bevolking zoals ik. Ik vind dat die nuttige informatie niet het enige mag zijn om te komen tot een analyse. Gemakkelijk, dat is het wel maar tot een oplossing zal het niet leiden. Maar ja, ook de politicus zoekt graag naar een glanzend imago en daarom zal de ene schijnoplossing de andere nog wel even blijven volgen.

Gelukkig is het niet zo moeilijk om een onzinnig imago binnen de kortste keren ook door te prikken. Vanmorgen op het nieuws was goed te zien dat George Bush zelfs het inschenken van een pilsje nog niet tot een goed einde kan bregen. Dag imago van Texaanse Zilverrug! Angela Merkel, die er waarschijnlijk veel meer kaas van heeft gegeten, zag het gebeuren en hield haar mond. Ze heeft een goed imago nodig bij George.  Ik was er ooggetuige van.   

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service

www.flexmens.org

www.hofnet.nl

Charles Taylor aan den Rijn

dagvoorzitter.jpg

Het was president Taylor van Liberia die er de voorkeur aan gaf de burgeroorlog op andermans gebied voort te zetten. met alle ellende van dien. Sinds vandaag ontwaar ik het begin van een kleine burgeroorlog tussen twee andere partijen op mijn blog. Normaal gesproken zou ik de twee  vliegen in één klap slaan want ik houd niet van neukpartijen op mijn ontbijttafel. Maar…in dit geval ben ik geen onschuldige burger want, ik geef het ongaarne toe, ik ben de bedenker van het woord “nachtschade” in dit verband. Daarmee heb ik een relatie gelegd tussen het late uur en de tomaat als plant.

Ik heb nu eenmaal de ergerlijke gewoonte gebeurtenissen in ironisch terminologieën om te zetten en zo kwam ik op het begrip “nachtschade” voor een conflict tussen de SP en bijna de hele rest van de raad. Ik ga het verhaal hier niet opnieuw oprakelen maar ik wil wel mijn positie verduidelijken. Als journalist functioneer ik zoveel mogelijk als waakhond van de democratie en vertegenwoordig ik ook het gewone, platte volk dat van politiek niets snapt. Een feit is dat ik het beteur als er in de gemeenteraad acties plaatshebben die in mijn ogen het reilen en zeilen en de gebruiken in de raad op een nodeloze wijze verfomfaaien. Dat is ook niet goed voor het aanzien van de politiek als geheel. Ik heb, helaas, de actie van de SP op donderdagavond 31 mei als zodanig ervaren.

Dat is dan wel duidelijk maar het wil niet zeggen dat er voor het optreden van de SP geen valide argumenten in de democratische samenleving bestaan. Zie ook mijn column “Jerommeke, achterlijke autonomen etc”. Het probleem ligt te gecompliceerd en genuanceerd dan dat het zich zou lenen voor een eenvoudige burenruzie.

Dat de gemeenteraad de iure geen invloed heeft op zaken van nationale en internationale aard, is juist. Dat zij er de facto geen invloed op zou mogen uitoefenen, klopt niet. Voor dat laatste bestaan nu wel degelijk enkele goede argumenten.

In de eerste plaats vormt de communio, de gemeente, de kiem van de democratie. Daar ligt in wezen de grootste macht in een staat die de volkssoevereiniteit heeft omarmd. De lokale gemeenschap is de plaats waar mensen zich allereerst ontplooien en beschermd weten.

In de tweede plaats trekt het burgergevoel de laatste jaren steeds meer naar de lokale gemeenschap. Daar zoeken mensen hun zekerheden. De oorzaak daarvan zit hem in de vorming van een gezichtsloze Europese Unie, de globalisering en…het steeds brutaler optreden van grote economische eenheden zoals de internationals. De overnamestrijd rond ABN Amro is daarvan een goed voorbeeld. Mensen herkennen zich niet meer in deze grensoverschrijdende economische grootmachten die vaak meer in de melk te brokkelen hebben dan nationale overheden.

In de derde plaats is er de politieke globalisering die een verdere vervreemding met zich meebrengt. Dat blijkt alleen al uit de absurd omvangrijke veiligheidsmaatregelen die op het ogenblik zijn genomen voor de G8 in Heiligendamm.

Tenslotte is er de aloude oproep: denk internationaal (zo u wilt Europees) en handel lokaal. Dat uitgangspunt onderstreept het belang van de Europese en ruimere internationale bewustwording van raad en raadsleden. Bedenk daar ook bij dat politieke partijen in het verleden functioneerden als trait d’union tussen burger en politici op alle niveaus. Die functie oefenen zij nog maar heel beperkt uit, onder meer door het kleine aantal leden. Daar komt bij dat door bovengenoemde ontwikkelingen de politiek ook voor de leden eigenlijk te gecompliceerd en onoverzichtelijk geworden is.

De partij kan nauwelijks nog fungeren als een representatieve visvijver voor politieke ideeën of als antenne voor gedachten die onder het volk leven. Een belangrijk deel van die functie zou kunnen worden overgenomen door de lokale volksvertegenwoordigers.

Zit u allemaall? Om deze en andere redenen lijkt het mij heel zinvol en mogelijk zelfs vruchtbaar als alle partijen in de raad gezamenlijk een studie plegen naar:

 – de verantwoordelijkheden van de raad in nationale en internationale (Europese)  vraagstukken;

– de te volgen strategie en tactiek bij het uitoefenen van deze (mogelijke)  verantwoordelijkheden;

– de technische uitvoering ervan.

Te bedenken valt nog dat gemeenten als sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw (en daarvoor)  eigen internationale contacten onderhouden.

Bescheiden als altijd, ben ik best bereid als onafhankelijk voorzitter stuur te geven aan deze studie. Nou ja stuur, laat ik zeggen:  coördinatie. Ik ben daar te meer toe bereid omdat ook ik vind dat het landsbestuur in het geval van Irak een hiaat heeft laten ontstaan. Er zijn tal van vragen en onduidelijkheden over onze betrokkenheid bij de heilloze strijd in dat land. Het Nederlandse volk verdient meer inzicht daarin en minstens één coalitiepartij deelt die mening.  

Het zou de gemeenteraden (als fundamenten van de democratie)  helemaal niet ontsieren als zij de initiatoren waren van een studie die meer inzicht biedt in onze deelname, vooral omdat zulks in andere landen ook al is gebeurd. Laat ik duidelijk zijn: als de democratische instellingen deze vragen niet oppakken, dan zal de pers dat doen, vroeger of later. U begrijpt dat ik, vanuit mijn achtergrond, ook tegen dat laatste geen bezwaar zou hebben.

Wilt u dan uw burgeroorlog, hoe vermakelijk voor mij als columnist ook, staken en met mij in overleg gaan over de mogelijkheden in de toekomst? Ik zal daartoe graag een discussiedocument samenstellen.

Tot sterkte,

 Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.denhaag.nl

Lelijk genaaid

vene.jpg

Geen dag heb ik ooit getwijfeld aan de kwade bedoelingen van George Bush jr. en de  “outskirts” van diens familie. Wat schetste mijn verbazing toen bleek dat een stel Groningse strokartonneukers die kwade trouw nog konden overtreffen. Terwijl de Texaanse Zilverrug aan de HIV-vereniging miljarden dollars extra hulp toezegt, let goed op het woord “toezegt”, injecteren Groninger homo’s gedrogeerde kameraden met HIV-besmet bloed. Volgens mij had er een goede show voor Endemol in gezeten onder de titel “Hoe giftig is jouw bloed?” Heerlijke reality-tv.

Het doet me bijna verlangen naar de herinvoering van de doodstraf. Bijna want ik hoor niet tot de “Bushclan and its criminal environment”. Bovendien kun je je natuurlijk afvragen wie het in zijn hoofd haalt om naar een “seksfeest” te gaan. Volgens mij is seks altijd een feest en heb je daarvoor geen speciaal georganiseerde bijeenkomsten nodig. Ik heb dan ook maar een vrij globaal idee van wat ik me bij een seksfeest moet voorstellen.

Het draait denk ik meer om het seksbeest dan om het feest. En het gesprek van de volgende ochtend met je collega’s natuurlijk. “Nog wat bijzonders gedaan gisteravond?””Och, ging wel, ik heb me door vier Bokito’s en een stagiair zilverrug de hele kamer door laten neukebeuken. Ik kan er weer tegenaan vandaag!” Nou lekker.

Als ik het voor het zeggen had in de homobeweging, wat nooit zal gebeuren, dan excommuniceerde ik elke seksglibbber die zich met dit soort bijeenkomsten bezighield. Maar ja, wie ben ik? Ik zie ook dat hele gedoe met honderden tot op de string ontklede manlijke lellebellen die door de straat paraderen al niet eens zitten. Ik stoor me er niet aan maar ik vind het wel een belachelijke vertoning. Gay-parade, gay-pride, allemaal exposities van papbelustheid. Ik zou me eraan storen als ik me in de Rotterdamse straten door zo’n blote biggenmanifestatie moest laten ophouden.

Misschien is het allemaal nog niet zo erg als het machogedrag van vermeende heteromannen die in de straten van Moskou een homo-optocht in elkaar meppen en een politiemacht die daarbij helpt. Of, nog erger, die twee uit hetzelfde stinkende ei gekropen mannetjes in Polen die op incestueuze wijze elk weekend elkaar tussen de heilige missen door injecteren met antihomovloeistof. Is dat onze eigentijdse uitwerking van het begrip Solidarnoscz?

Solidariteit, jawel, die club bevrijdde Polen van de communistische onderdrukking, geïnjecteerd met heel wat katholiek-conservatieve zloty’s, dat wel. Fundamentalistisch  tot op het conservatieve bot. Solidair met elkaar hebben de aanhangers van de geestelijke siamezen besloten elk overblijfsel van profaniteit uit het wetboek te branden. Als het moet met gloeiende ijzers die ergens in een museum nog wel te vinden zijn. Het zou Geert Wilders deugd doen, dat conservatisme en verbranden enzo. Hij heeft zijn hoofd alvast met as bestrooid.

Solidariteit neemt de laatste jaren toch wel de meest bizarre vormen aan. BNN laat uit solidariteit met zwaar zieke mensen een spelletje op tv zien waarbij de gelukkige winnaar een vermoedelijk met kankercellen vergiftigde nier krijgt toegewezen door een ongeneeslijk zieke patiënt. Nog onder invloed van de Pasar Malam Besar zou ik zeggen “Selamat Makan”(smakelijk eten). Solidariteit.

Ik heb begrepen dat misschien Jacques Monasch nog weet wat het betekent. Hij wil een onvervalst sociaaldemocratisch beginselprogramma schrijven. Nieuw, nieuw, nieuw! Weg van de rapporten van de doctorandussen en terug naar de bron, de socialistische principes. Het klinkt mooi en hij zou mijn steun kunnen krijgen maar zijn stem galmt toch net iets te populistisch. Dat komt door de manier waarop hij zich afzet tegen de “doctorandussen” in de PvdA. Daarin klinkt geen solidariteit door en socialisme zonder solidariteit geurt als het wijwater van die katterige tweeling in Warschau. Als Monasch ons daarmee drogeert, zijn we allemaal lelijk genaaid.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.dalli.punt.nl

www.flabber.nl

www.blogging.myassoff.com

www.genaaid.tv

Het glazige plafond

eva_startseite_neu.jpg

Ken je het sprookje van de  nieuwe kleren  van de keizer? Ik zal het in het kort uit de doeken doen. Er was ooit een keizer die alles deed om zijn enorme ego op te sieren. Op een goede dag kwam er een kleermaker die beweerde een heel nieuw kostuum voor hem te kunnen maken. De stof was zo bijzonder dat ze onzichtbaar was. De keizer bestelde de kleding en had niet door dat de kleermaker gewoon helemaal geen stof op zijn spinnewiel  had. Wie liet merken dat hij of zij geen stoffen zag, werd voor uiterst dom versleten. Toen de `kleren` klaar waren, maakte de keizer dus in zijn nakie een tocht door de hoofdstad. Iedereen bewonderde zijn “nieuwe kleren” totdat een rotjochie riep dat hij helemaal geen kleren aan had.

Nu ben ik een rotjochie en kortgeleden wilde iemand naar aanleiding van mijn column “Me Bokito, you Jane” mij het liefst tegen het glazen plafond slingeren. Dat mag want dat plafond is er helemaal niet. Het is een verzinsel van feministen die niet snel genoeg kans zagen om promotie te maken. Zij maakten de hele wereld wijs dat er een glazen plafond was. De omgekeerde wereld: het plafond als draagvlak. Natuurlijk, zo transparant als de pest want iets dat er niet is, kun je ook niet zien. Wie het niet ziet, is uiterst dom.

Het is een typisch vrouwelijke gewoonte om te klagen en te jammeren als ze hun zin niet krijgen of niet snel genoeg hun doel bereiken. Niet voor niets mogen hindoevrouwen zich niet bemoeien met de lijkverbrandingen langs de Ganges. Hun geweeklaag is slecht voor de opstijgende ziel van de dode.

Heel anders dan mannen vechten ze nergens voor. In de loop van de geschiedenis hebben ze met hun gejammer en geklaag veelal hun doel kunnen bereiken en nu is er ineens het glazen plafond.

Ja, vrouwen beweren zelfs dat zij voor alles beter hun best moeten doen dan ik. Zou het waar zijn? Zouden hun capaciteiten echt minder zijn dan de mijne? Wat weten ze eigenlijk af van mijn inspanningen? Dragen ze kennis van het feit dat voor mij deuren dichtgaan omdat ik `niet in het profiel`pas of `veel te ervaren ben` en dat soort flutargumenten? En zo weet het ewig weibliche opnieuw de man te betoveren en de goedzakken van deze wereld over te halen om steun te verlenen.

In werkelijkheid zouden ze zich rot moeten schamen en gewoon eens aan het werk moeten gaan. Vrouwen hebben zo weinig ambitie dat zelfs het gezicht van Ciska Dresselhuys ze nog niet de deur kan uitjagen. Zelfs niet eens als er een man is die voor hen de deur openhoudt. In plaats daarvan staren ze glazig naar het plafond. 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service

www.emancipatie.startpagina.nl

www.emancipatie-visitatiecommissie.nl

www.dommeblondje.blogspot.com

Mijn vrijheid om een trut te zijn

lingo_11.jpg

Vanmorgen bij het ontbijt zette mijn vrouw een nieuw soort dieetmargarine op tafel. Voor mij is dat niet direct noodzakelijk want van de week zei de dokter mij dat ik de bloeddruk heb van een jonge bok.  Mijn vrouw houdt niet van gewone margarine. De nieuwe soort margarine smaakt meer naar roomboter en dat vindt ze wel lekker. Tja…haar vrijheid.

Even later probeerde ik de nieuwe margarine ook en ik moet toegeven, ze was lekkerder. Dat gaf ik ook toe en toen nam mijn vrouw meteen de kans te baat: “Zal ik die dan ook maar voor jou kopen?” Ik had nog geen beslissing genomen en dat vertelde ik haar waarop ze besloot: “Dus je kiest voor de oude?” Nee, dat was niet het geval. Het feit dat ik niet kies voor het nieuwe, wil niet zeggen dat ik een keuze doe voor het oude.

Vrijheid zit ingewikkeld in elkaar maar je kunt best kiezen voor oud en nieuw tegelijk. Vandaag St Nicolaas (nou ja…vandaag)  en morgen het suikerfeest (nou ja…morgen). Aan het einde van de meimaand is het mooi om eens te evalueren. Niet voor niets begint de maand met drie dagen die veel met vrijheid te maken hebben: de dag van de Arbeid, de dodenherdenking en bevrijdingsdag. Dat hebben ze toch maar niet in het buitenland. Zo, die zit!

Middenin de lente, het begin van het nieuwe leven, drie dagen voor de vrijheid. Is dat geen mooi symbool? Op 4 mei gaat het om de mensen die zó kwaad werden van de onvrijheid dat ze hun leven offerden voor de vrijheid van anderen. Op 5 mei vieren we dat we die vrijheid mogen genieten en op 1 mei  geven we te kennen dat alle mensen in de hele wereld vrijheid verdienen.

Prachtige symboliek en nu de praktijk. Wat doen we met die vrijheid?  Wie niet het rechtvaardigheidsgevoel, de moed of de doodsverachting heeft meegekregen van de verzetsstrijder, die zal zich aanpassen. Misschien heeft hij of zij wel het idee dat de ellende op die manier het snelste voorbijgaat.

Is zo iemand dan `fout`?  Wie niet kiest voor de vrijheidsstrijd, kiest voor onderdrukking? Ben je fout als je bunkers bouwt voor de onderdrukker en het geld gebruikt voor de evacuatie van vrienden en familie? Ben je fout als je drie Joden verraadt en er daarmee twintig redt? Ben je fout als je dienst neemt bij de Waffen SS om weerstand te kunnen bieden aan het oprukkende monster van het Stalinistisch Communisme? 

Niks dan vragen! Uiteindelijk, vermoed ik,  gaat het erom dat je de kans krijgt en neemt om jezelf te zijn. Wie zichzelf kan zijn, heeft ook ruimte om open te staan voor het nieuwe, het suikerfeest bijvoorbeeld. Maar wat doet Geert Wilders dan met zij Partij voor de Vrijheid? Hij gooit deuren dicht en viert uitsluitend St. Nicolaas. Vooral geen nieuwigheid. In gesprek met Wilders’ volgelingen hoor ik vaak dat de multiculturele samenleving als los zand aan elkaar hangt omdat groepen mensen niets met elkaar te maken willen hebben. Dat is de ultieme truttigheid.

Daar staat tegenover dat elke trut de vrijheid heeft om trut te zijn. Natuurlijk. Aan die tolerantie van mij komt pas een eind als de Partij voor de Truttigheid probeert mijn leven te bestieren. Mij de kans te ontzeggen om vandaag St. Nicolaas en morgen het suikerfeest te vieren. En waarom doen ze dat eigenlijk? Mogen ze geen Sinterklaas en Kerstmis of carnaval vieren? Mag Geert Wilders, als hij dat wil, niet aan gay-parade meedoen? Mag hij geen achttiende eeuws kapsel dragen? Mag hij zich niet vol laten lopen met drank en mag hij niet gaan kijken naar die wanstaltige evenementen die voetbalwedstrijd worden genoemd? O ja, zeker, hij mag dat allemaal en zijn truttige volgelingen mogen dat ook. Ze mogen alleen maar niet komen aan de vrijheid van anderen.

Ze moeten me alleen maar niet te diep in de ogen kijken. Wie dat doet, treedt binnen in het allerbinnenste van de ander. Of het nu een zilverrug is of een mens. In de ogen kijken is zo belangrijk omdat het oog naast het gevoelsorgaan het enige zintuig is dat beide partijen tegelijkertijd en aan elkaar ervaren. Je kunt nog zo je best doen maar het lukt bijvoorbeeld nooit om een ander in de oren te horen of in de neus ruiken (wat ook wel weer erg smerig klinkt). 

Diep in de ogen kijken en daarmee mijn gedrag bepalen. Daar houd ik niet van. Ik beleef vrijheid als: ’s Morgens om kwart voor zeven opstaan. Om zeven uur met de hond wandelen, om half acht aan het ontbijt en om kwart over acht aan het werk. Op zondagochtend vóór het beieren van de kerkkokken terug zijn met de hond en capuccino maken. Margarine eten waarvoor ik misschien niet eens echt hebt gekozen en, op verkiezingsdag, stemmen op een partij waarmee ik het lang niet altijd eens ben. Elke dag ervaren dat je jezelf weer beperkingen kunt opleggen. Misschien klinkt dat truttig maar het is dan wel mijn truttigheid.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.onderzoekjegrens.nl

www.durfoverjegrens.nl

Blijdorp

veer7.jpg

Gisteravond werd het me ineens duidelijk, het duivels dilemma. Met een hele raadscommissie zaten we in het Oude Regthuys van het kleinste dorp binnen de gemeente. Hier waar ooit de schout rechtsprak, ging het nu om het bestemmingsplan van het dorp.

De entourage was veelzeggend. We zaten in een zaal die nog niet zolang geleden voor de helft uit een stal bestond. De ontwikkelingen gaan snel in het dorp en het begint steeds meer op een stad te lijken. Welgeteld twee van de 12 (inclusief de voorzitter) aanwezige commissieleden waren uit het dorp zelf. Van de ambtenaren kwam er niet één uit het dorp. Samen beslissen over de toekomst van het dorp.

Allemaal beste mensen natuurlijk, daar niet van maar de dorpelingen op de tribune moeten toch het gevoel hebben gehad dat de stad ze voorbijstreefde. Ja zeker, iets van dat gevoel kwam naar boven toen een inspreker zei dat het dorp al jarenlang als stadswijk wordt beschouwd maar het niet was. In een paar zinnen schilderde hij het bijzondere karakter van het dorp en zijn samenleving. En hij kreeg nog meer gelijk toen de commissieleden spraken over een “slaapstad” in plaats van een “slaapdorp”. De binding ontbreekt.

Kortgeleden interviewde ik iemand in een ander dorp en ook hij kon niet ophouden te betogen hoe anders de sfeer in zijn dorp was dan in zijn stad. Dorpelingen zijn niet met de wereld bezig maar met zichzelf. Met hun straat, de enige vaak, met de buren en met het café. Alleen al het idee “bestemmingsplan” staat mijlenver van hen af. Als je ergens iets wilt doen, dan doe je het met goedvinden van het dorp. Als je nodig moet, pis je tegen een boom maar wel met instemming van de dorpelingen. Dat is iets anders dan het installeren van een openbaar urnoir op een van te voren uitgekiende plek.

Dat laatste stinkt in een dorp meer dan het eerste en zo wordt het dilemma steeds duidelijker. Eigenlijk heeft zo’n dorp gewoon een eigen gemeentebestuur nodig. Mannen en vrouwen die door de dorpelingen zelf zijn uitgekozen en die tijdens het werk op het land of achter de toonbank in de winkel horen wat er in het dorp speelt. Wat mij betreft ook bij de kapper en in de wachtkamer van de dokter.

 Pas dan zouden de dorpelingen het idee krijgen dat er niet meer over  ze beslist wordt maar met hen. Tegelijkertijd maakt de Commissaris van de Koningin het dilemma zo schrijnend duidelijk. De tijd van kleine, zelfstandige gemeenten is voorbij. Zij zijn niet meer in staat om de nodige bedrijventerreinen en huisvesting te verzorgen. Dat moet in groter verband, net als brandweer, politie en gezondheidszorg. Dat is voor de dorpelingen van belang maar ook voor mensen in de stad en in andere dorpen in de omgeving.

Zorg en dienstverlening verdringen de autonomie steeds meer en dat wekt onvrede op. In de stad menen ze dat zoiets in het dorp vanzelf went. Dat is nog maar helemaal de vraag want als een stedeling naar het dorp verhuist, doet hij het voor de andere sfeer, cultuur en omgeving. Juist dat wat anders is, wordt aan alle kanten geprezen.

Misschien moet iemand maar een kiezen. Misschien kunnen dorpelingen genoegen nemen met een ander soort zorg en dienstverlening dan stedelingen. Dan maar geen Groene Hart voor het plezier van de stedelingen. Laat dorpelingen hun leven leiden, zonder de plicht om de stad als licht in de duisternis te zien. Misschien zouden we af kunnen zien van de vanzelfsprekende voorrang van het urinoir boven het boompissen. Stedelingen noemen dat verrommeling. Een typisch negatieve benadering. Voor de dorpeling is het zijn cultuur, de dorpscultuur en die is het beste in handen van dorpelingen. Dat is geen nostalgie maar doodeenvoudig een alternatief, een extra keuze.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.mijndorp.nl

Zwarte scholen, witte scholen

16-uit-het-hart.jpg

Martin Gaus was vanmorgen echt fantastisch. Onverbloemd gaf hij zijn bewondering voor Bokito te kennen. Deze had toch maar even heel Nederland een stukje voorlichting gegeven over de omgang met dieren, in het bijzonder met gorilla’s. “Eigen schuld, dikke bult”, meende hij en in een heel klein zinnetje: “Het is natuurlijk wel vervelend dat deze dingen gebeuren”.

Als neefje van een ex-Artisdirecteur ben ik het graag met hem eens. Volmondig. Jammer was alleen dat op de voorafgaande dag een horde Marokkaanse Zilverruggen een voetbalveld bestormde. Ik wil daaruit niet de conclusie trekken dat we met Marokkaanse jongeren net zo moeten omgaan als met gorilla’s. Hoewel, niet aankijken is meestal het beste.

Tegenover al dit hilarische nieuws staat de meer stilzwijgende maar minstens even belangrijke kant van de samenleving. Een groep “allochtone” (alsof het een soortaanduiding zou zijn) en autochtone (die andere soort) ouders heeft besloten gezamenlijk de kinderen naar de basisschool te brengen. Op die manier willen ze bijdragen aan vervaging van het onderscheid tussen witte en zwarte scholen. Ik vind dat een goed idee.

Zo veel twijfels als ik heb bij overheidsmaatregelen ter integratie, zo enthousiast kan ik worden over dit soort initiatieven. Hier blijkt dat mensen met een heel verschillende achtergrond in de eerste plaats willen samenwerken aan een echte samenleving. Op kleine schaal en dat is nu juist het mooie ervan. Het gaat erom dat de mensen echt willen, ze willen en voelen dat het kan. Ze hebben vertrouwen in de toekomst. Wat wil een mens nog meer?

De meerwaarde is dat ouders er zo volledig achter staan dat de kinderen ook thuis de meest passende “vervolgbegeleiding” krijgen voor zover dat nodig is. Waarschijnlijk putten  de ouders hun vertrouwen uit de wetenschap dat ze die begeleiding heel goed kunnen geven. En de overheid ? Die hoeft alleen maar te koesteren en te kijken of alles goed gaat.

Bij kleinschaligheid en vertrouwen begint in mijn ogen vaak de victorie. Daarom was ik ook niet verbaasd te horen dat het microkrediet de meest succesvolle vorm van ontwikkelingshulp is van allemaal. Om een bescheiden maar toch enigszins riskante lening aan te gaan, moet je weten wat je kunt en doet. Daarbij heb je de zekerheid dat je niet meteen voor je hele leven de mist in gaat als de zaken minder goed verlopen dan je had gedacht. De schade is te overzien.

Vaak heb ik het gevoel dat we ons teveel laten leiden door “groot”, “snel” en “veel”, kenmerken die het meest bij de Zilverrug passen, de aloude borstklopper. Microkrediet en initiatiefrijke ouders lijken meer op een pas gelegd zwanenei, broos en verlangend naar warmte. Die zouden we met z’n allen moeten geven om vol verwondering te kijken naar de zwarte, witte of grijze zwaan die eruit kruipt.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

http://mythologie,wordpress.com

 

 

Service

www.rationelepolitiek.nl

www.tijm.nl

www.oikocredit.org

(oiko is afgeleid van het oud-Griekse woord oikia dat `huis` betekent)

Gemeenten moedigen potenrammers aan

ogen20061113.gif

“Weet je wel wat lekker is? Neuken in de wildernis!” Dat was een rijmpje dat ik en mijn vrienden tijdens onze puberteit als uitgangspunt hadden gekozen. Het had iets van het “landje” waar je als klein kind ging spelen alleen was het spelletje een beetje veranderd.

Sommigen kunnen er geen genoeg van krijgen en zo zijn er in Nederland 300 “Manontmoetingsplaatsen” in de open lucht. Weerberichtje kijken en dan op pad, zou je zo zeggen. Je vraagt je natuurlijk wel af waarom al die mannen elkaar middenin de nacht ergens tussen de bosjes opzoeken. Het is echt geen “vossenjacht” of zo, hoewel er wel allerlei merkwaardige geluiden worden gemaakt.

Vanmorgen was de algemeen voorzitter van het COC op tv om eens even een tip van de sluier op te lichten. Manontmoetingsplaatsen zijn toch vooral afwerkplekken voor homo’s. Nu blijkt dat gemeenten die voorziening steeds meer tegenwerken door hun streven naar sociale veiligheid. Het is een bekend verschijnsel: help alle bomen en struiken de wereld uit zodat Bep en Truus goed kunnen zien wat er in de buurt aan de gang is.

Een “manontmoetingsplaats-onvriendelijk” beleid dus van de gemeenten. Een beleid ook dat bij sommige overlopende testosteron-containers de indruk wekt dat zij naar hartenlust op homo’s mogen inhakken. Zij lijken immers een maatschappelijk ongewenst verschijnsel te zijn. Condooms of niet, het veilig vrijen is van de baan.

Tja, ik vind dat heel vervelend en tegelijkertijd vraag ik me af of Bep en Truus het wel allemaal best vinden als ze zien hoe die “vieze mannen”  door de plaatselijke Zilverruggen in elkaar worden gebeukt. Aan de andere kant zie ik er ook wel een vreemd verschijnsel in. De voorzitter van het COC benadrukte dat er voor homo’s geen of weinig bordelen zijn. Hij zei het anders maar bedoelde het wel zo. Dan vraag ik me af: “Waarom?”

Heeft het iets te maken met de zucht naar avontuur om tussen de struiken te gaan liggen vozen? Het avontuur vol van angstige verwachting dat mogelijk een stel halfbarbaren uit de struiken opduikt om het park “schoon” te vegen? Een soort combinatie van SM en latenight horror? Ik snap er niets van. Als er weinig homobordelen zijn, dan zorg je toch dat ze er komen? Tenminste, als er vraag naar is. Zo niet, dan kan het allemaal ook gezellig in huiskamers gebeuren.

Gisteravond en vanmorgen besteedden de media uitgebreid aandacht aan het “praten met de burger” waarmee het nieuwe kabinet zijn periode is begonnen. Tot woede van de oppositie die al drie maanden niets heeft om op te schieten. Zouden de ministers ook gesproken hebben met homo’s over de behoefte aan homoseksuele “landjes”  en het gebrek aan belangstelling daarvoor bij de gemeentebesturen? Ik denk nog niet eens zo zeer aan de minister voor Jeugd en Gezin maar bijvoorbeeld de minister van Volksgezondheid of die van Ruimtelijke Ordening of van Grote Stedenbeleid. Dat had toch veel helderheid in de zaak kunnen brengen.

Ondertussen zou ik Ciska Dresselhuys willen voorstellen teams van vrouwen op te richten die potenrammers te lijf gaan. Als je Bep of Truus heet, wil je dat soort criminaliteit toch niet in je buurt hebben, lijkt mij. Of hebben ze dan toch liever beukende mannen dan neukende mannen? Tja, dat lijkt me een aanmoediging voor huiselijk geweld.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http:// politiek wordpress.com

 

Service

www.gluurders.nl

www.angeltjes.wordpress.com