Beste Geert (W): Deze man had pas een Joods-Christelijke achtergrond!

b105heydrich150.jpg

Reinhardt Heydrich

Http://politiek.wordpress.com

Advertenties

Geert Wilders is een rechtse rat

rat-sniffing-600.jpg

Nooit zal iemand mij bij Geert Wilders in de auto aantreffen. Dat heeft niets te maken met die airbag die hij op zijn hoofd heeft maar wel met zijn verkeersgedrag. Hij haalt voortdurend rechts in, desnoods over de vluchtstrook, en zegt dan dat zijn medeweggebruikers ook alsmaar links blijven rijden. Ja, onverantwoordelijk verkeersgedrag speelt zich vooral rechts af, zoals Heynsbroek ook al toonde.

Ik moest eraan denken toen ik Wilders vanmorgen nog maar weer eens hoorde zeggen dat de Publieke omroepen een links boevennest zijn. Daarmee dumpte hij Andries Knevel en Mathijs van den Brink in één klap in de linkse hoek bij de VPRO. Voor mijn gevoel kan Wilders niet zo goed het onderscheid maken tussen links en rechts en misschien moeten we het hem leren met hooi en strooi. Links hooit het land en oogst en rechts strooit met beschuldigingen.

Nou, dat lijkt me wel weer ongenuanceerd genoeg. Het lukraak schelden met termen als “links”en “rechts”,  SS-er, Nazi en fascist heeft geleid tot een flinke slijtage van al die begrippen en er is nog nauwelijks iemand die een fatsoenlijke definitie ervan durft of kan geven. Daarom durf ik rustig te zeggen dat Wilders een rechtse rat is want “rechts” betekent niets meer en een rat is een uitermate nuttig dier dat ons van veel rotzooi verlost*.

Toch heb ik die kop niet voor niets gekozen. Het klinkt heel anders dan “Geert Wilders kiest rechtse terminologie” of “De PPV houdt duidelijke rechtse elementen in zich”. Beide formuleringen zijn nauwkeuriger dan de kop hierboven maar ze trekken geen aandacht  en daar gaat het om. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van de naam Geert Wilders “hits” oplevert en in combinatie met een agressieve one-liner gaat dat nog beter. Dus vooruit met de geit…

Dat onderzoek was van mijzelf en proefondervindelijk door het afwisselende gebruik van felle, ongenuanceerde koppen en meer verantwoorde teksten. De laatste kregen aanmerkelijk minder bezoekers. Ook “neuken” ligt erg goed bij het publiek evenals “moslimterrorisme”, terrorisme”, “dramatisch ongeluk”, “aanslagen”, “Bush ïs gek”,  “politici liegen”(wordt al minder) of “Aids mag van de paus”. Allemaal koppen die leden tot snel succes, d.w.z. `hits`. Als blogger gaat het daar immers om. 

 

french_revolution-large.jpg

Waar het op neer komt is dat koppen die de negatieve emotie raken, de meeste kans op succes bieden. In dat opzicht hebben mensen zich niet ontwikkeld sinds de eerste man de eerste vrouw aan haar haren naar zijn grot sleepte ( een fabeltje want de eerste vrouw was Ciska Dresselhuys en die wil niemand in zijn grot hebben (50 points!)).  

Wie de emotie van mensen raakt, heeft het meeste succes. Eigenlijk moet ik zeggen “het snelste succes”. Ook de ogenschijnlijk positieve emotie van de lach wordt daarbij misbruikt door grapjes vooral te laten bestaan uit leedvermaak. De reclame op tv en radio staat er bol van. Vreemd genoeg maakt de politicus daarvan zelden gebruik. Integendeel, in het politieke debat mag emotie niet meetellen. Daardoor ontstaan vaak bloedeloze debatten waarbij de tegenstanders elkaar soms met allerlei wetenschappelijke rapporten om de oren slaan. Heel vaak zonder ze ooit gelezen te hebben. Alleen de resultaten die erin zijn vermeld, tellen.

Nu interviewde ik gisteren een vrouwelijke wetenschapper die zich daarover verbaasde. Zij toonde zich verwonderd over het gemak waarmee bestuurders en politici heenwalsen over vraagtekens en twijfels die in veel rapporten, ook in de hare, liggen opgesloten. “Ik denk vaak dat ik die verantwoordelijkheid niet op me zou willen nemen”, zei zij. Ze heeft gelijk want beslissingen, zogenaamd, op basis van wetenschappelijke onderzoek leiden meestal tot desastreuze resultaten. Maar ja, zoiets heet een `leermoment`en dan is iedereen weer tevreden.

Hoe komt dat toch? Waarom laten politici zich zo gemakkelijk afserveren? Gisteravond was ik er nog getuige van hoe een wethouder in zijn eentje zonder enige zichtbare moeite een hele raadscommissie om zijn vinger wond. Er zal nog wel wat gedebatteerd worden in de komende raadsvergadering maar de eerste winst is binnen. Naar mijn mening komt het door het marketingsyndroom. Door de allesoverheersende verkopersmentaliteit zijn we eraan gewend geraakt dat een succesje met een soepel praatje en wat wetenschappelijk ogende leuterpraat binnen te halen valt. Lukt dat niet, dan laten we ons overbluffen door het soepele praatje en wetenschappelijk ogende leuterpraat van de ander. Dat is raar want de democratie geeft ons het recht om het met elkaar oneens te zijn, altijd, heftig, voortdurend en gefundeerd.

De bereidheid tot voorbereiding en onderzoek is onvoldoende aanwezig, ook bij onze politici. De bereidheid om de confrontatie werkelijk aan te gaan en een debat met degens in de hand te voeren, is al lang weggesmolten door gepolder, overtrokken gevoelens van menselijke gelijkheid en gebrek aan eigen structuur. Die structuur zou een samenhangend geheel van politieke emotie en rationele inzichten en informatie moeten bevatten. Aan beide ontbreekt het. De emotie is uitgebannen en informatie inwinnen kost de hedendaagse politicus teveel tijd en inspanning. Alles moet snel en gemakkelijk.

Als ik Geert Wilders een rechtse rat vind, is het zaak dat ik rattenvanger of rattenval word. Dan moet ik hem op rationele wijze in de val lokken en mag ik mijn emotionele trots tonen als het beest gevangen zit. Dat mag allemaal als het leidt tot de verwezenlijking van mij politieke doelstellingen, gedragen door mijn achterban. Dat is iets heel anders dan voortdurend naar de ander te wijzen en, godbetert, te stellen dat via zijn aanpak onze doelstellingen nooit gehaald worden. Nee, natuurlijk niet dumbo! 

Varen op eigen kracht, laat zien wie je bent en geef eens minder een interpretatie van de doelstellingen van de ander. Die doen er niet toe, ze zijn dom, per definitie asociaal en volledig ontoepasbaar. Als politicus zou je gek moeten zijn als je daaraan al teveel woorden vuil maakt. En zo doet onze rechtse rat dat ook. Hij heeft doorzien hoe het politieke spel gespeeld moet worden. De standpunten van zijn tegenstanders zijn slechts decor, zijn eigen ideeen acteren.

Geert Wilders is een rechtse rat, nu is het wachten op de linkse rattenvager.

 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

*Mijjn vrouw wijst mij er zojuist terecht op dat een rat ook de vlooien bij zich draagt die de pest verspreiden. Tja…

https://politiek.wordpress.com

En lees tijdens het reces eens een goed boek dames en heren politici! Heus het helpt! U kunt ook kijken op www.mythologie.wordpress.com. Vanaf volgende week komt hier een oude, wijze politicus aan het woord.

 

ratio1.jpg

Service 

mattiastimmen.web-log.nl

latin.blog.nl/tropical_salsa_etc/2006/11/29/de

www.eventbuzz.nl

www.yayabla.nl

www.denieuwereporter.nl

www.dietsekameraden.nl

www.nederkrant.wordpress.com

www.phlegmnet.nl

www.frietmetstoofvlees.blogspot.com

antifa.web-log.nlantifa.web-log.nl

Het geloof kan ik u niet schenken

20050825-regenboog-005.jpg

Ik ben gek op katten, honden, paarden, futen, adelaars, beren, mollen, schapen, geiten, varkens, forellen, walvissen, dolfijnen, zilvervisjes en nog veel meer dieren zoals ook op kastanjes, beuken, berken, dennen, sparren, wilgen, elzen, hortensia’s, rozen, tulpen, afrikaantjes en ga zo nog maar even door. Alleen met mensen heb ik wel eens een probleem. Sterker nog, ik heb uitsluitend met mensen problemen.

Het komt denk ik doordat ik aan al die dieren en planten regelrecht kan zien wat en wie ze zijn. Ze verhullen niets, de buitenkant is hun ware gedaante en hun instinct is mij meer dan duidelijk. Dat geldt overigens niet voor al mijn soortgenoten want sommigen vergissen zich wel eens in het gevoelsleven van een gorilla. Het gezegde “Gedanken sind Frei” geldt, voor zover ik kan nagaan, niet voor dieren en planten omdat zij hun gedachten dagelijks aan mij tonen en dat maakt die gedachten kwetsbaar en gevoelig voor kritiek. Al moet je daar bij sommige dieren mee oppassen. Zeker is dat in menselijke hoofden zich een scala aan veelkleurigheid bevindt dat misschien de verschillen in de dieren-en plantenwereld nog overtreft. Misschien.

Aan mensen zie je niets. Natuurlijk ze kammen hun haar wel of niet, laten hun baard en snor wel of niet staan, maken zich wel of niet op en kleden zich op een manier die wel of niet bij hen past. Maar het is altijd “wel of niet” en wat mijn medemens met zijn of haar  uitdossing bedoelt, wordt lang niet altijd duidelijk. Hetzelfde geldt ook voor wat mijn soortgenoten zeggen en doen. Het kan allemaal altijd een andere lading of achtergrond hebben dan ik ooit had gedacht. Sommige mensen worden van al die misleiding en zinsbegoocheling rijk: reclamemakers en oplichters bijvoorbeeld. Dat is ook bijna hetzelfde.

Marketingboys die echt geen enkel gevoel voor mij hebben doen zich voor als mijn grote redder in de nood als het erom gaat mij iets aan te smeren waarvan ik zelf de noodzaak niet inzie. Als er één vaardigheid is waarin de mens goed is, dan is het valsheid in woord, daad, geschrifte en glimlach.

Nu heb ik samen met enkele anderen naar aanleiding van mijn column over `Livestro, zijn rechtse tuig etc… een langdurige discussie gevoerd met Ben Kok die zichzelf Joods-Christelijk pastor noemt. Wie meer wil weten over mijn zienswijze op zijn inzichten, moet die column en de commentaren maar eens nalezen. Ik wil uit het hele verhaal één onderdeel uitlichten.

Misschien dacht ik het altijd wel maar soms moet je een goede formulering vinden om te begrijpen wat je denkt. Het maakt niets uit wat een ander gelooft. Alleen de consequenties die hij of zij daaraan verbindt zijn voor mij belangrijk. Hoe gaat hij of zij zich gedragen naar aanleiding van het eigen geloof? Ik kan daar namelijk last van hebben. Wie zich vanwege zijn of haar geloof voortdurend bemoeit met mijn denken en handelen, wordt een steen des aanstoots op mijn weg. Hij of zij legt mij steeds weer meer dan een strobreed in de weg.

Daarom is de atheist die hoofddoekjes of  hangers met kruisbeelden verbiedt, mij een doorn in het oog. Daarom is de Joods-Christelijke pastor die vliegtuigjes laat vliegen met christelijke bekeringsteksten boven een moskee mij een doorn in het oog. En ik voel wel de doorn in mijn oog maar niet de balk in het oog van de pastor.

Als mens moet ik in deze, materiele wereld leven en mijn geloof, ja ook het mijne, is mij een troost. Het is MIJ een troost en daarmee wil ik een ander niet lastigvallen totdat erom gevraagd wordt. Dan wil ik daarover best iets vertellen. De pastor beroept zich op liefdevolheid. Ik stel daar tegenover dat juist mijn terughoudendheid een daad van liefdevolheid is. Ik vertrouw erop dat anderen heel goed in staat zijn zelf hun weg te vinden, totdat het tegendeel bewezen is. Bijvoorbeeld, totdat  je als arts zo diep bent gezonken dat je aanslagen gaat plegen.

Het geloof kan ik niemand schenken en al helemaal niet opleggen. Ik kan het presenteren als erom wordt gevraagd maar de mensen om mij heen moeten toch echt zelf weten of ze het koekje aannemen of niet, dat lijkt mij. En ondertussen sind Gedanken, en dus ook het geloof, frei.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service

www.regenboogsite.tk

www.walburgcollege.nl

www.sochicken.nl

www.turnhoutblogt.be 

www.cynthialog.com

www.lucaswashier.nl

De DDR en Arend Jan Boekesteijn

image0021.jpg

Het WC-papier in de DDR was zó hard dat met behulp daarvan zelfs “der letzte Arsch  rot wird’. Dat was humor in de communistische heilstaat van Erich Honnecker wiens portret nu voor 5 euro te koop is in het nieuwe DDR-Hostel in Berlijn. Alles doet er herinneren aan de DDR: grauwe eentonige buitenkant, krakkemikkig en slecht fumctionerend interieur, het WC-papier en noem maar op. Het enige wat niet gelijk is gebleven, is de service. De gast wordt er niet meer als een ongewenste hond behandeld zoals destijds gebruikelijk was. DDR-Hostels waren een schoolvoorbeeld van ongastvrijheid. En nog iets: de slaapkamers zijn niet meer voorzien van afluistermicrofoons, iets wat ik persoonlijk wel betreur.

De opening van het Hostel is een commerciële grap. Er is een bepaald publiek dat graag eens wil meemaken hoe het was om het als gast te doen met de opzettelijke en schandelijke armoe in de heilshoreca. De hoteleigenaar denkt er goed aan te kunnen verdienen, mede dankzij de souvenirs uit de DDR-tijd. Het mooie ervan is dat het gaat om een persiflage van iets dat inmiddels geen dagelijkse werkelijkheid meer is.

Ja, het is een bekende uitspraak “later lach je erom”. Ik vraag me af of dat ook het geval zal zijn met Arend Jan Boekesteijn. Deze zoetgevooisde agressieveling heeft volkomen ten onrechte een plaats verworven in de VVD-fractie. Dat zou nog niet zo erg zijn als hij zijn mond hield maar dat is beslist niet het geval. Boekesteijn lijkt wel een soort rijzende ster binnen de partij ook al staat hij even ver van het liberalisme af als Honnecker. Hij is het vleesgeworden verval van het liberalisme.

Het probleem met Boekesteijn is dat hij maar één mondhoek heeft: de rechter. Hij wil als het even kan in de komende vier jaar 1,2 miljard van mijn zuur verdiende centen over de balk smijten om de koloniale macht in Afghanistan in stand te houden. Ik krijg het gevoel dat je in zijn ogen beter 10 Afghaanse meisjes dood kunt schieten dan één Talibanstrijder laten ontsnappen. Hij gloeit van trots als hij kan melden dat Nederland aan dergelijke glorieuze operaties heeft meegedaan. Ja, ja, Hollands vlag  aan vreemde kust, of liever: in vreemde steenwoestijn.

Echte walging komt over mij als ik zie hoe deze man met een vriendelijk gezicht en op zachte toon zijn agressiviteit presenteert. Hij doet dat op basis van vermeende intellectualiteit die hij dan weer heeft ontleend aan een, op het eerste gezicht mislukte, studie geschiedenis.

Wat hij maar niet wil begrijpen, is dat terroristen geen “thuisland” nodig hebben. De laatste, mislukte aanslagen in Londen en Glasgow onderstrepen dat. Eén van de verdachten is nota bene arts in een ziekenhuis in Australië. Niks Afghanistan, niks Irak, niks Taliban en zelfs niks Osama. Gewoon met vrienden in de garage gezellig bommetjes in elkaar knutselen en die heel ergens anders in de wereld af laten gaan. Het mag nu toch wel duidelijk zijn dat de zogenaamde succesvolle strijd tegen Talibandieten in Afghanistan geen enkele invloed heeft op het handelen van dit soort “artsen”. Misschien dat er binnenkort ook priesters en soldaten van het Leger des Heils bij betrokken zijn.

Boekesteijn lijkt geïnvesteerd te hebben in terroristische netwerken. Hij wil ze stimuleren door de bevolking van Afghanistan en Irak en het hele Midden-Oosten tegen ons in het harnas te jagen. Als historicus zou hij moeten weten dat al dat wapengeweld nog nooit een probleem heeft opgelost en dat geldt dubbel en dwars voor de waanzin van vredesoperaties. En tegen zulke echte mannen moet onze nationale sufmuts Gerdi Verbeet het opnemen (sorry hoor, in mijn ogen gaat het met haar van kwaad tot erger en dat is vooral zo erg omdat zij een belangrijke representante is van de sociaaldemocratie).

Ja, daarom heb ik Boekesteijn en het DDR-Hostel in één verhaal gegoten. Ik kan gewoon niet wachten tot het vriendelijk klinkende maar o zo verraderlijke stemgeluid van Boekesteijn tot het verleden is gaan behoren zodat we hartelijk kunnen lachen om de Bokito-praat die hij heeft uitgekraamd. Begrijp me goed, het gaat me om zijn  optreden in de politiek en in de publiciteit. Voor het overige doet hij maar want ja, geen mens is feilloos. Daar moet ik altijd aan denken als ik de portrettengalerie van Adolf Hitler, Erich Honnecker, Kurt Waldheim, Walter Ulbricht, Lenin, Marx, Poetin, George Bush senior en junior, maar ook Kennedy, De Gaulle, Churchill, Kaj Elhorst, Said (volgens sommigen is dat mijn pseudoniem) en Prins Hendrik, zie. Geen mens is feilloos, de één heeft meer fouten dan de ander maar fouten zijn er altijd. Ik hoop dat we over een paar jaar voor vijf euro een foto van Boekesteijn te koop zien staan in Kaboel.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.bouhammer.com/nucleus/AfghanBlog.php

www.afghanwarrior.blogspot.com

www.afghanistan.blogvandaag.nl 

www.wikipedia.org/wiki/Liberalisme

http://www.vvd.nl/index.aspx?ChapterID=1159 http://www.vvd.nl/index.aspx?ChapterID=1159

Knus, snus en de koddebeier

veldwachter.jpg

Nooit heb ik er één meegemaakt maar de grootvader van mijn vrouw was één van de  onbezoldigde veldwachters die ons land ooit rijk was. Hij hield het dorp waar hij woonde goed in de gaten en spaarde de appeltjesgappende en vuurtjes stokende dorpsjeugd niet. Eéns in de week zat hij bij meneer burgemeester aan het bureau om de stand van zaken rond orde en rust in het dorp door te nemen. Het leuke van de veldwachter was dat iedereen hem kende.

Hij dronk koffie bij Marie, ging op de thee bij Jannes en tussendoor nuttigde hij het warme eten netjes bij moeder de vrouw thuis. Onderweg sprak hij met de postbode, de straatveger en de veearts en iedereen wist “als er stront aan de knikker is, moet je bij hem zijn”. Het contact tussen burger en gezag was van een natuurlijk, speels karakter. Sterker nog, de burgemeester moest zich snor, baard, hoge hoed, pandjesjas en vestzakhorloge aanschaffen om enige afstand tot het gewone gepeupel te scheppen.

Tegenwoordig heeft in mijn gemeente de wijkagent zijn intrede gedaan. Dat was hard nodig want in de roes van de efficiencyvergroting zijn scholen tot  leerfabrieken uitgegroeid en politiekorpsen tot regionale veiligheidslegers. Efficiënt. Nou ja, dat is nog maar de vraag want de tijd die agenten verliezen met het zoeken van de weg in een plaats die ze niet kennen, werd vroeger gebruikt aan doelmatige surveillances. Maar daarvoor hebben ze toch een routeplanner? Ach ja, elektronica. Zucht, het blijft tobben hè?

De wijkagent moet daarom het contact tussen burger en politie gemakkelijker maken en het vertrouwen versterken. Nu zijn dat twee dingen die je in de goede volgorde moet zeggen. Om goed contact te hebben, moet er eerst vertrouwen zijn. Als het vertrouwen er is, kun je zelfs aan een draagvlak gaan denken. In het geval van de onbezoldigde veldwachter was dat vertrouwen er al. Elke dorpeling wist precies wie de veldwachter was en wat je aan hem had. Bij de wijkagent ligt dat wat anders. Hij heeft om te beginnen niet te maken met 500 maar met 10.000 burgers. Tienduizend burgers die hij allemaal moet kennen en die hem allemaal moeten kennen. Daarbij komt dat hij tijdens zijn surveillances nog eens een afstand van zo’n zes tot tien kilometer tussen de uitersten van zijn gebied moet afleggen. Op de fiets want als automobilist leg je geen contact met burgers.

Iedereen voelt het al aan: de efficiency heeft opgeleverd dat niemand de wijkagent kent en hem of haar ook nooit in de eigen omgeving tegenkomt. Een foldertje door de brievenbus, samen met de reclame van Piet Textiel, dat was alles. Ik vraag me dus af wat nu precies de winst is van deze efficiencyslag. Natuurlijk, de geleerde heren en onderzoekers zullen wel weer komen met een lange reeks van enquêtes en leermomenten maar in werkelijkheid gaat het daarbij natuurlijk alleen om bazelarij. Dat een wijkagent in zo’n groot gebied met zoveel mensen geen contacten tot stand kan brengen, was van te voren al duidelijk.

Het is het zoveelste bewijs van de onzin van de schaalvergroting die efficiency met zich meebrengt. In theorie is het mooi. Verhalen over beschikbaarheid van volle politiehulp, inzetbaarheid van faciliteiten waar het nodig is en dat soort klets. In de praktijk komt het er op neer dat de gemiddelde burger geen agent meer heeft om op persoonlijke wijze tegen te zeuren en dus verliest hij ook op dat gebied het vertrouwen. En met het vertrouwen vliegen contact en draagvlak de deur uit.

Schaalvergroting lijkt een mooie oplossing voor de inzet van onze omvangrijke, technische hulpmiddelen maar het is het niet. Met al oze technische rotzooi zijn we minder goed in  staat de politie haar taak te laten doen dan vroeger. Dat wordt niet opgelost door websites, mobiele telefoons of elektronische netwerksystemen. Dat kan alleen een oplossing vinden in menselijk contact.  

Mensen hebben de neiging om hun leventje in eigen kleine kring op te bouwen. Binnen de Europese Unie wordt de lokale bestuurlijke eenheid, de gemeente, steeds belangrijker. Sommigen gaan het liefst in een dorp wonen omdat ze daar hun buren nog kennen. Anderen wenden zich tot de snus nu het rookverbod door de Europese Commissie ongeveer over heel Europa is uitgevaardigd. Alleen kolencentrales mogen nog roken, vanwege de grootschalige energiebehoefte. De Europese burger zoekt zijn of haar eigen genoegen en verstopt het desnoods onder de bovenlip. “Snus”, een zakje met tabak waarop gesabbeld kan worden zodat je toch nicotine binnenkrijgt. Het mag natuurlijk weer niet van de grootschalige bestuurders in Brussel maar wie kijkt er onder andermans bovenlip? Leve de kleinschaligheid. Doe mij maar knus, snus en de koddebeier. 

Tot sterkte,

 

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

http://www.regelzucht.nl

http://www. johnito.blogspot.com

 http://www.beteronderwijsnederland.nl

http://www.veldwachter-bathmen.nl

Van nozem tot zeikende 55 plusser

10vetku1.jpg

Hoe zat dat ook al weer met Jean Paul Sartre? Hij riep het existentialisme als filosofisch gedachtengoed in het leven en kreeg daarmee massa’s aanhangers. De ‘blousons noirs’ die in de Parijse straten existeerden en daar ook niet zo gek veel meer deden dan existeren. Een soort bewuste comapatiënten. Het existentialisme dreef een flink aantal jongeren tot wanhoop en wat iedere pedagoog weet, gebeurde: wanhopige pubers pleegden zelfmoord. Soms expres op de meest afgrijselijke manier. Sartre is na zijn existentie al vele jaren benoemd tot groot filosoof en schrijver want zelfmoord is je eigen verantwoordelijkheid.

Die gedachte dat alles terug te brengen is tot eigen verantwoordelijkheid paste niet alleen goed in het existentialisme. Ze maakt er een wezenlijk onderdeel van uit. Dat pubers daarmee niet zo goed om kunnen gaan, blijkt nog steeds elke dag. Trouwens, meer gerijpte personen weten veelal ook niet wat ze met die eigen verantwoordelijkheid aanmoeten. Ze leren het thuis niet en ook lang niet altijd op school. Voor de kabinetten van de laatste jaren ligt het eenvoudiger. Iedereen moet gewoon zijn of haar eigen verantoordelijkheid nemen als het goed uitkomt. Op andere momenten bemoei ik, als overheid, me “vet” met andermans leven.

De zinloos rondhangende jeugd uit de vijftiger en begin zestiger jaren stond bekend als “nozems”. Ze “hingen” in de straten, vraten friet en scheurden op hun knetterende brommers zo hard mogelijk heen en weer door de belangrijkste straat van de stad waar ik toen woonde: Almelo. “Grotestraat” heettte die straat heel toepasselijk. Omdat de nozems zich tot op het bot verveelden, sloegen ze ook wel eens een passant in elkaar. Ik ben daar twee keer het slachtoffer van geweest. Maar: de politie was waakzaam.

Dat wilde kortgeleden in elk geval een ex-nozem mij op een ander blog doen geloven. Nozems werden bij tijd en wijle opgepakt en dan kregen ze op hun donder.’Wij ook”, vertelde de ex-hangjongere mij en het leek wel of hij er trots op was. “Tegenwoordig doet de politie niets meer”, snaterde hij verder. “Ze rijdt voorbij en doet of ze niets ziet.” Dat klinkt haast als jaloezie: tegenwoordig mogen die hangjongeren maar doen waar ze zin in hebben. De politie doet er niets aan.”

De ex-nozem vergat, of wist niet, dat in de zeventiger jaren van de vorige eeuw Sociale Academies zijn opgericht waar niet-nozems konden leren voor straat- en jongeren- of opbouwwerker. Het zijn deze sociaal geschoolde mensen die zich intensief met hangjongeren bezighouden. Zij zetten zich in om jongeren tot een productiever en socialer leven te brengen. Dat had je niet in de nozemtijd. Trouwens, is onze ex-nozem beter geworden van al die keren dat hij van de politie op zijn donder kreeg? Ik betwijfel het heel erg als ik zijn teksten lees.

Ik vind wel dat hangjongeren veel te vrijblijvend worden benaderd. Mijn oplossing zou het zijn om ze een taak te geven in hun woonomgeving. Elke leerkracht weet dat vervelende leerlingen bijdraaien als ze verantwoordelijkheid te dragen krijgen . Geef jongeren dus opdracht de trapveldjes te onderhouden, voetbalvelden schoon te houden, rotzooi in de buurt op te ruimen, elke dag een scherp omschreven taak. Niet gedaan?  Dan gaan we in het weekend sloten uitbaggeren en schoonmaken onder begeleiding van strenge mannen en vrouwen.

Hangjongeren zijn namelijk niet van alle tijden. Volgens mij zijn ze de vrucht van de Leerplichtwet, de wetten tegen kinderarbeid en in toenemende mate van verwennerij.  Ze kunnen zichzelf niet goed bezighouden en krijgen geen taak of verantwoordelijkheid toegeschoven die ze best aan zouden kunnen. Vóór de leerplicht en de kinderwetten hadden jongeren geen tijd om te hangen. Ze moesten zich kapotwerken in de fabriek. Dat was niet goed maar hangjongeren had je niet.

En die verwennerij?  Bij mij vier huizen verderop woont een politieman die de helft van de krantenwijk van zijn zoontje loopt. Zoonlief krijgt wel de volledige poen. Waarom? Het rotjoch heeft er geen zin in! Ik zou hem zo’n verschrikkelijke schop onder z’n hol verkopen dat hij nooit meer zou weten of hij ergens zijn in had of niet. Ja, politiemeneer, op jouw manier kweek je lastige jeugd. Hangjongeren hebben we zelf bij elkaar geneukt en daarna verpest.

Nu de ex-nozems zelf “oudere” zijn geworden, voelen ze zich bedreigd en eisen ze streng optreden van de politie die inmiddels de handen vol heeft aan een zin- en nutteloze strijd tegen drugs. Want ja, ook dat vinden de ex-nozems heel hard nodig. Verder moet de grote criminaliteit worden aangepakt, de fraude, overvallen en berovingen of verkrachtingen en natuurlijk regelrechte moord en inbraak. Even zo goed eisen ex-nozems dat de politie hangjongeren oppakt en op hun falie geeft. Ex-nozems eisen nu iets van de politie die ze vroeger vervloekten. Dat doen ze door zich op weblogs te presenteren als negativistische zeikende 55 plussers.

Eigenlijk zijn ze niets veranderd. Ze tooien zich nog steeds met intimiderende namen als “demon” of “bolleke”. Het is echt te bespotttelijk voor woorden dat je je als senior achter zulke termen moet verschuilen. Ze rammen er niet meer op los maar zeiken, eindeloos zeiken omdat ze nooit geleerd hebben naar zichzelf te kijken. Er is een eeuwenoude regel die luidt:  “de oude grijsaard zingt een liedje van verlangen”. Terugkeer naar betere tijden toen de politie de hangjongeren nog op hun falie gaf en op die manier verschrikkelijke zeikerds kweekte. Dat lijkt het ideaal te zijn. 

Ik kan ze verzekeren dat de tijden van weleer nooit weerom komen. De geschiedenis herhaalt zich maar tijden komen nooit terug. Ze zullen echt moeten leren leven met “hangjongeren nieuwe stijl” en, o ja, daaronder bevinden zich inderdaad ook Marokkanen en andere allochtonen.  Ik schreef het al eens eerder: de tijden veranderen maar wij niet.

Hoewel, ik heb een jonge vrouw gekend die de hangjongeren uit haar buurt thuis uitnodigde, ze te eten en te drinken gaf en naar hun verhalen luisterde. Ja, ze ried ze zelfs aan om weer naar school te gaan in plaats van te hangen. Niet bij iedereen had dat succes  maar wel bij een aantal. Helaas is deze goede vriendin van mij overleden maar ze kan als voorbeeld dienen voor al die scheldende ex-nozems die moeten aanzien hoe “hun” land verloedert zonder dat ze er iets tegen doen. Ze doen wat ze gewend waren: hangen, maar dan achter de computer.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service 

www.20eeuwennederland.nl

www.rhinegroup.nl/

www.hangjongeren.nl

www.hansvanegdom.nl

www.hetkanwel.net

www.be.gizmodo.com

Zes plus

rv_04.jpg

Vanmorgen ben ik gefeliciteerd omdat ik 61 ben geworden, zegge en schrijve “zes plus” dus. Die felicitatie vind ik altijd wat vreemd omdat ik er helemaal niets voor heb hoeven doen. En waarmee word ik eigenlijk gefeliciteerd? Dat ik het gehaald heb? Dat ik zo’n bron van geluk ben voor mijn omgeving? Dat ik alles, inclusief mijn directe omgeving, zolang heb doorstaan? Het is me echt niet duidelijk. Hoe dan ook, vanavond ga ik niet naar de raadsvergadering. Ik heb andere verplichtingen, zeker nu mijn dochter op het punt staat te verhuizen naar Spanje.

In elk geval zal ik mijn lezers en opponenten, zoals Ben Kok, met dubbele energie lastig vallen. Zie het als een soort tractatie, een toefje slagroom op een jaarlang kritiek leveren. Voouit met de geit. Vandaag las ik in de krant dat studenten bijna allemaal genoegen nemen met een zesje voor welk onderdeel van hun bachelorschap of noem maar op dan ook. Een zesje want ze willen genieten van het leven ondanks dat ze studeren. Dat is wel grappig. Kennelijk vinden maar heel weinig studenten hun studie leuk genoeg om zich ervoor in te zetten. Je kunt je dus afvragen of ze echt iets studeren dat ze leuk vinden. 

Nu is de studentenjool natuurlijk niet iets van deze tijd. De Middeleeuwse “Canterbury Tales” staan er al vol van. De vraag is dan ook wat de bedoeling is van een dergelijk onderzoek of wat voor conclusies je eruit zou kunnen trekken. Dat altijd maar een heel klein deel van de studenten uit is op zeer hoge cijfers, is ook al zo oud als de jaartelling. Dat meisjes het beter doen dan jongens, is wel iets van de laatste jaren. Ho! Vroeger zaten er dan ook nauwelijks meisjesstudenten op de universiteit. Of de gebrekkige resultaten van jongens samenhangen met het zoeken naar een nieuwe positie van de man in de samenleving, is wat mij betreft nog wel heel erg discutabel.

De zesjescultuur, dus niet eens zes plus. Studenten met de hoogste cijfers blijken later ook niet eens altijd de meest briljante beoefenaren van hun vak te zijn. Toch kun je er vraagtekens bij zetten. De waarde van een universitaire studie wordt schromelijk overschat. Academisch denken wordt als eis gesteld bij vacatures waarvoor echt geen academicus nodig is. Daarmee komt een heel andere bedenkelijke kant van het vraagstuk naarboven.

Het vertrouwen in  het onderwijs dat niet academisch is, is heel laag. Wie personeel vraagt, durft misschien nog een hbo-er voor een gesprek uit te nodigen maar daarmee houdt het wel zo’n beetje op. Zelfs onderwijzers kunnen niet rekenen en over taalvaardigheid zullen we het maar niet hebben. In de afgelopen dertig jaar is het onderwijs naar de knoppen geholpen, inclusief de universiteit. Feit blijft dat de laatste nog steeds de bovenlaag vormt van het krakkemikkige onderwijsgebouw.

De zesjescultuur op de universiteit maakt misschien vooral duidelijk dat studenten niet gedreven zijn om zich een bepaald vak eigen te maken maar slechts een goedbetaalde baan. De bul geeft daartoe de beste kansen. Wij vinden dat nog prachtig ook want die zesjesmentaliteit spreekt toch van een voortreffelijk gevoel voor efficiency? En daar draait het om in ionze samenleving, met een minimum aan inspanning een zo hoog mogelijk resultaat bereiken. Weg met gevoel voor het vak of verbondenheid ermee. Allemaal onzin. 

Met de afgang van het onderwijs ging de waardering voor veel geld verdienen de afgelopen jaren omhoog. Haast als communicerende vaten (weten de studenten nog wat dat is?).Die baan moet zich bij voorkeur niet op wetenschappelijk gebied bevinden want elders valt met een titel veel meer te verdienen. Dat het gestudeerde vak daarvoor niet nodig is, zal de nieuwkomer een grote rotzorg zijn. Hij wil een BMW en een vrijstaande bungalow, punt uit!

De minister van Onderwijs wacht dan ook een schone taak om de waardering voor vakken en beroepen op alle niveaus op te krikken. Het is heel goed als een scholier een vak leert dat hij niet direct voor zijn werk nodig heeft. In het verleden is dat als overbodige onzin van de hand gedaan. In werkelijkheid draagt deze “overload” bij aan de persoonlijke vorming en die is weer van belang voor zijn of haar gedrag en vaardigheden, communicatieve eigenschappen en inzicht. Tegelijkertijd is het waanzinnig dat rechtenstudenten een vak uitoefenen waarvoor niet meer juridische kennis nodig is dan voor een goede verdediging voor een te hoge snelheid in de felbegeerde BMW.

Het zou mooi zijn als, bijvoorbeeld, een mbo-er niet alleen zijn vak leerde maar ook allerlei “overbodige rompslomp” zoals de Nederlandse taal of de plaats waar Nederland ligt. Al die `overload` maakt hem of haar voor collega’s en anderen tot een aangename gesprekspartner, iemand die snel begrijpt wat de ander bedoelt en kan hij of zij zelf een brief schrijven zonder fouten. Dat laatste is al heel wat want zelfs academici zijn er heden ten dage nauwelijks toe in staat. In elk geval hoeven garages dan geen academisch denkvermogen meer te vragen als zij een autoverkoper zoeken. 

Ik ga voor de zes plus en hoger. Mooier dan een hoog inkomen is de briliance waarmee je je vak kunt uitoefenen. Dat geeft dagelijks werkplezier dat uitgaat boven de gebruikelijke gesprekken over auto’s en babykleertjes met collega’s die ook geen andere onderwerpen van gesprek weten. Nou Ronald, aan de slag, zou ik zeggen. Wat we nodig hebben zijn kleine scholen met zorg en aandacht voor de leerling en zijn of haar capaciteiten. Daar moeten leerkrachten rondlopen die beschikken over voldoende parate kennis en inzichten om een diepgaand gesprek over hun vak en maatschappij te voeren. Leerkrachten ook die geen rekenmachine of vingers nodig hebben om tot tien te tellen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Nu ik de 60 ben gepasseerd, vraag ik iedereen in het vervolg wat consideratie in het geval van typfoutjes. Ik bedoel 61=oogjes moe=niet zo goed zien. Snap?

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.computable.nl

www.diskidee.be

www.allesopeenrij.nl

www.fi.uu.nlwww.fi.uu.nl

http://www.gedichten-freaks.nlhttp://www.gedichten-freaks.nl

Tijden veranderen

8_klok-copy.gif

“For the times, they are a changing”, dichtte en zong Bob Dylan eind zestiger jaren van de vorige eeuw. Het verderfelijke tijdperk van vrije seks, lang haar en goede moed. Weg met de zinloze oorlog in Vietnam en zijn napalmbommen op kinderen en weg vooral met de zinloze hebberigheid en inhaligheid. Weg van de tijden waarin alles om geld draaide.

De laatste jaren hebben we meer met Frans Bauer die vraagt of we even tijd voor hem hebben want iedereen heeft het druk, druk, druk …om zijn of haar carrière na te jagen. Vanwege het geld natuurlijk. Ondertussen zitten we tot aan onze nek in twee zinloze oorlogen, Irak en Afghanistan. Tesamen vormen ze een onbegrepen moeras waarin we steeds verder wegzakken. En dan te denken dat ik eind zestiger jaren nog heel vriendelijk met Afghaanse wietboertjes in de buurt van Tarin Kowt om kon gaan.

Vaak heb ik het gevoel dat de tijden wel veranderen maar wij niet. De tijd heeft ons al lang ingehaald en dendert voort terwijl wij als mens in onze ontwikkeling stil zijn blijven staan. Het geloof in geweld is gebleven, de gedachte dat je de hele wereld naar je hand kunt zetten, beheerst ons nog steeds. Dat is ook logisch voor een volk dat eeuwenlang gewend is geweest dat “de wilden” precies deden wat we zeiden.

Ja zeker, “de wilden” dat is in negentiende eeuwse literatuur een uitdrukking die van toepassing is op alle inwoners van Afrika ten zijden van Egypte en Marokko, op Noord- en Zuidamerika voor zover het gaat om mensen van niet-Europese afkomst, op de inwoners van de onbeduidende eilandjes van de Stille Oceaan, Nieuw-Guinea, Australië en Nieuw-Zeeland, India en op een deel van de bewoners van Centraal Azië. Daarmee houdt het dan wel op want de uitdrukking “de wilden” is nooit toegepast op Indonesiërs, Chinezen, Japanners. Nee, daar kregen we een brok in de keel want die mensen bleken een cultuur te hebben opgebouwd. Dat was schrikken!

Het sloeg ook niet op de Arabieren die zo goed waren geweest ons technisch en cultureel erfgoed voor ons te bewaren en te verrijken totdat we het spul weer kwamen ophalen. Tegenwoordig gebruiken sommigen het woord “wilden” wel het liefst voor Arabieren of volkeren die ze daarvan niet kunnen onderscheiden zoals de Afghanen. En dat allemaal vanwege de Islam.

Natuurlijk, de tijden veranderen. Er zijn computers gekomen, massavernieitigingswapens, een terreinwagen voor iedereen en een heel nieuwe indeling van beschaafde volkeren en wilden. Een nieuwe indeling maar nog steeds een indeling. Dat was nu precies hetgene waartegen de liedjes van Bob Dylan waren gericht: het onderscheid en vooral het denken in termen van “wij” en “zij”. Daarom putten we daar geloof, hoop en liefde uit die inmiddels alle drie zijn begraven onder het stof dat de veranderde tijd heeft doen opwaaien met aanslagen en oorlog.

Vanmorgen was de meest volkse krant van Nederland uitgerust met een katern over de stand van zaken rond de emancipatie, het verdwijnen van onderscheid. De bijgeplaatste foto’s wekten bij mij een gevoel van misselijkheid op. Ze drukten niet de verdwijning van onderscheid maar van verschillen uit. Daarin ligt het gezichtsbedrog, lijkt mij. We heffen de verschillen op en zeggen dat het onderscheid is verdwenen. Precies het omgekeerde zou moeten gebeuren, naar mijn idee. Ik zou willen dat het onderscheid verdween terwijl we meer pracht en glans zouden moeten geven aan de verschillen.

Nadat ik me een tijdlang aan het katern had zitten vergapen, ging ik uit met de hond en daarbij passeerde ik drie mannen die druk aan het riool werkten. Eén van hen sprak de anderen toe: “De tijden veranderen”. Geen idee waarom hij dat zei maar het klonk zo’n beetje filosofisch. Toch kwam het anders over dan die zinnen van Bob Dylan. Het geloof kon de man bij het riool me niet geven. Vooral niet toen ik zag hoe hij onaangedaan een benzinemotor startte en deze zichtbaar nodeloos een half uur door liet draaien. We veranderen nooit en de tijd gaat verder.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

 

www.bloggen.be

www.sampol.be

www.muiswerk.nl

www.gummbah.nl

Karzais verjaarsfeestje (Zo zijn onze manieren)

2005-09-13.jpg

We bedriegen en liegen er wat op los. In naam van de westerse “waarden en normen” en van de commercie mag alles. Om met het laatste te beginnen. Vanmorgen moest ik tien minuten in een winkelcentrum zijn waar je 10 eurocent betaalt voor 17 minuten parkeren. Al gauw bleek mij dat er een addertje onder het gras zat want je moest minimaal 30 eurocent in de automaat gooien. Genaaid dus! Na tien minuten kwam ik naar buiten en ik had betaald voor bijna een uur. Tja, voor de onthaasting zou het goed kunnen zijn want ik had dus nog veertig minuten over voor een kop koffie, waarvoor ik dan natuurlijk ook weer had moeten betalen. Ik had ook de nabijzijnde bibliotheek binnen kunnen lopen om te niksen. Hoe dan ook, ik zou bedrogen uitgekomen zijn.

Terwijl onze premier `waarden en normen` (steevast in de verkeerde volgorde dus dat zet ik hierbij maar even recht) `op de agenda heeft gezet`, ziet hij er geen been in ons dagelijks te bedriegen. Zijn permanente verhaal dat wij de Afghanen komen helpen is een leugen van de bovenste plank die levens en heel veel geld kost. Nu ken ik de Afghanen wat beter dan Balkenende en mijn kennis van dit `volk` werd nog weer eens ondersteund door een bericht in de krant. President Karzai van Afghanistan stuurt alleen extra troepen naar crisisgebieden als de plaatselijke gouverneur een stamgenoot van hem is. Dat is ook logisch.

In mijn meest optimistische momenten ben ik bereid te geloven dat de president streeft naar een veilig en rustig land. Maar hoe zit het dan op zijn verjaardasgsfeestje? Stel dat hij een gouverneur helpt die niet tot de stam behoort. Op zijn feestje wordt hij meteen aangevallen met vragen `ga je die gekken van tien dorpen verderop helpen? Laat die lui elkaar afmaken. Des te eerder zijn wij de baas.` Daar ga je met je mooie ideeën. 

Heus, ik ken het land, en Afghanistan zonder koning is geen land maar een bundel regio´s die volledig lak aan elkaar hebben behalve als het om de handel in drugs gaat. Volgens onze premier zijn wij daar om die mensen te helpen. Wij moeten de plaatselijke bevolking voor ons innemen. Dat is echt helemaal lachwekkend. Ik zal even een verhaaltje van voor mijn tijd vertellen.

Toen de Duitse troepen op 19 mei 1940 ons land binnenvielen, waren de Duitse soldaten en officieren gelijmd met de prachtigste verhalen. Zij zouden Nederland uit de klauwen van Joden en Britten redden. Nederlanders vormden een Germaans broedervolk en wat was er mooier dan samen met hen één groot Germaans rijk te vormen.? Om de mogelijkheden daartoe open te houden, moesten de Duitse soldaten zich keurig gedragen in ons land. Behalve dat bombardementje op Rotterdanm, hebben ze dat ook gedaan.

 Ze zeiden netjes goedenmorgen en goedenmiddag, betaalden de chocoladerepen, roomboter en koffie die zij bij tonnen inkochten en lieten de dames altijd voorgaan. Schurk der schurken Seyss Inquart zag de Nederlanders als raszuivere aanvulling op het Duitse volk. Hij was ervan overtuigd dat wij ons gelukkig zouden voelen in het komende Duizendjarige Rijk. Ja, de Duitse soldaten probeerden de bevolking voor zich te winnen.

De één deed vriendelijk en aardig, de ander wat minder tegen de indringer en sommigen verzetten zich. Tegen het verzet trad de bezetter hard op en zie…het verzet groeide tegen de verdrukking in. Maar wij zijn toch geen nazi´s?  Nee, maar we proberen wel onze overtuiging en levensvisie op te leggen aan een volk dat daar geen behoefte aan heeft. Even overdrachtelijk denken dus, svp!

In Afghanistan doen de dorpelingen heel vriendelijk tegen onze soldaten maar daar hebben zij een goede reden voor. Ze vinden ons niet echt aardig maar we zijn met ons wapentuig ter plekke wel de baas. Daar moet je je voor indekken. Ondertussen groeit het verzet want voor elke 100 gedode `Taliban` komen er vijfhonderd in de plaats. Tijdens onze pogingen om Afghanen voor ons in te nemen, schieten we andere Afghanen dood. In de ogen van de dorpelingen zijn we dus niets beter dan de Taliban. 

Lang genoeg heb ik in Afghanistan vertoefd om te weten waar het om draait en het draait altijd om de vraag wie de baas is. Voor het oog zullen ze onze vrienden worden en onze goede gaven zullen ze met graagte aanvaarden maar uiteindelijk zijn de Taliban belangrijker. Als wij vertrokken zijn, wonen er nog steeds Taliban in het land en je hoeft je nauwelijks af te vragen met wie de Afghaanse boeren dus het meeste rekening houden.

`Wij gaan die mensen helpen` zoals de Nazi´s ons kwamen helpen op weg naar een prachtige Germaanse heilstaat. Het gaat er niet om wat het ideaal is maar in welke mate je er in gelooft. Wie denkt dat zijn eigen toekomstbeelden het heil van de hele mensheid zullen inhouden, stapt als een pantserwagen op rupsbanden heen over verschillen in godsdienst, traditie, familieverband, vijandschappen en goede betrekkingen, afhankelijkheden en persoonlijke belangen.

Nu weet ik wel dat christenen nog wel eens de gedachte hebben dat hun Heiland het geluk voor de hele wereld betekent. Misschien is dat waar en misschien hebben ze gelijk. Ze zullen niet gelijk krijgen.  Nu weet ik wel dat onze atheìsten denken dat hun materialistische wereldbeeld voor de hele menseheid het grootste geluk zal brengen. Misschien is dat waar en misschien hebben ze gelijk maar ze zullen niet gelijk krijgen.

De conclusie kan alleen maar zijn dat onze van gereformeerden huize zijnde premier en vice-premiers op grond van naieveteit zich laten leiden tot de verkondiging van leugens. Dat wij ooit de Afghanen voor ons kunnen innemen en kunnen helpen is het grootste massabedrog van de laatste vijftig jaar. Alleen de wat simplistische militairen in Afghanistan geloven er hopelijk nog in. Helaas zijn ook zij bedrogen door regeerders die waarden en normen prediken.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service

 

www.forum.funx.nl

www.frontpage.fok.nl

www.oruzgan.web-log.nl

www.forum.politics.be

 

 

http://www. 

Republikska Zombia Polskaja. Als de Poolse regering alle Polen die in de Tweede Wereldoorlog vermoord zijn bij haar bevolking wil optellen moet ze daar de homoseksuele slachtoffers weer aftrekken. Bovendien moet ze alle Joden die door toedoen van Poolse burgers in de loop van de eeuwen bij pogroms stierven ook aftrekken. Verder ben ik voor een systeem van “one egg, one vote”. Eéneiïge tweelingen krijgen dus maar één stem.

zombies.jpg