Bijbel, Koran, Talmoed, heilige boeken en het eindeloze zoeken

flood_2.jpg

Het valt sommigen niet mee de heilige boeken te lezen

In een vreemde taal en ook vreemd in wezen

Het valt velen niet mee de heilige boeken te lezen

In eigen taal maar een wezensvreemd wezen

Het valt sommigen mee de heilige boeken te lezen

De woorden te zien maar niet het wezen

Het valt een enkeling niet mee de heilige boeken verslonden

Om al wat daar staat ook echt te doorgronden

Een zeldzame geest

Die snel snapt en vlug leest

De verzen doorziet, de horizon overwint

Hij/zij is heel eenzaam en verliest eer dan wint

 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service 

www.wereldeenheid.nl

www.proto.thinkquest.nl

www.forum.credible.nl

www.sikhgemeenschapnieuws.blogspot.com

www.spiritualiteit.blog.nl

www.allesoverde.skynetblogs.be

www.managementboek.nl

Advertenties

De kruik gaat net zolang te Beerenburg …

ontkenning.jpg

Een vrachtwagen vol zandzakken verspert vandaag de oprijlaan naar het huis van Kommer. De wagen is vastgelopen in een kuil in het pad en door het gewicht kan hij niet weg. Kommer staat er een beetje mistroostig bij te kijken. Hij had de zandzakken juist besteld voor het geval dat de regen zou toeslaan. “Mijn vrouw heeft een beetje veel naar de Engelse tv gekeken”, vertrouwt hij mij met een knipoog toe.

Het is natuurlijk ook dweilen met de kraan dicht. Onder het lopen naar het huis toe begint de oude en ook zeer wijze politicus zijn verhaal al. “Wij kunnen hier in Nederland nu wel dijken bouwen en verhogen en waterbuffers aanleggen, als meneer Boesj door blijft gaan zich niets aan te trekken van de opwarming van de aarde, zal het niets uithalen.” Met zijn rubber laarzen durft hij niet door de hoofdingang en de marmeren hal te lopen. Daarom kiezen we deze keer voor een zij-ingang die voert door kelders vol voorraden voor de keuken en de stallen en natuurlijk rekken vol wijn en Beerenburg. Bovendien vermoed ik in haast onzichtbare hoeken en gaten de bizarre uitvindingen die hij in de loop van de jaren heeft gedaan zoals de automatische zakdoek die als een soort airbag uit de bomen van je bril kon komen zakken bij een niesbui. Kommer zelf heeft ze ver weggestopt omdat hij ze als jeugdzonden beschouwt.

Het is duister in de kelders want Kommer staat bij zijn voorraden alleen maar spaarzaam licht toe. “Dat is beter voor de voorraden en voor het milieu. Weet je dat ik in mijn hele huis al lang spaarlampen heb? Voor mij zijn het echt spaarlampen geworden. Ik ben een liberale milieufreak”, lacht hij. “Sommigen denken dat die twee niet samengaan.”

Binnen in de werkkamer voelt het behagelijk aan en het eerste glas Beerenburg verdrijft kou en vocht uit ons binnenste. Juli 2007 en er zijn nog steeds mensen die denken dat het alleen maar gaat om een wat slechtere zomer. Kommer schudt zijn hoofd. “Het is de ontkenningsfase. Zolang je maar beweert dat de kwaal niet bestaat, kun je volhouden dat ze er niet is…totdat je eraan bezwijkt. Politici zijn helden in dat opzicht. De één beweert met het grootste gemak dat de uitstoot van CO-2 door de mens niets te maken heeft met de klimaatverandering. Hij of zij slaat ook waarschuwingen van de ozongaten in de wind. Ja, sterker nog, de grootste vervuiler van allemaal zorgt voor een piek door Bagdad aan barrels te gooien met een piek aan luchtvervuilend wapentuig.  De ander denkt dat het wel zal meevallen met de gevolgen van straling nabij zendmasten en zo gaan we maar door. Zelfs als het wetenschappeklijk bewijs er is, dan roepen politici nog dat het allemaal erg meevalt. Dan zoeken ze naar manieren om de technische noviteiten door te voeren op een ogenschijnlijk ongevaarlijke manier. Ik heb in mijn tijd altijd gepleit voor bedachtzaamheid  en voorzichtigheid.”

Hij zakt nog eens lekker onderuit in zijn stoel en neemt een forse nip van zijn Beerenburg. “Vandaag geen pijp”, zegt hij. “Zo’n ding is niet veel beter dan een mini-kolencentrale. “Het is natuurlijk wel raar als mensen ervan opkijken dat het wonen langs een snelweg ongezond is. Dat fijnstof op elke manier je lijf afbreekt, was onder de mijnwerkers al eeuwen bekend. Praat me niet van de klachten die daar voorkwamen behalve een stoflong: kanker, hartziekten en vergiftiging van organen. Hoe dom kun je zijn als je denkt dat het allemaal maar goed gaat? Er zijn echt dagen dat ik naar de Eerste Kamer terugverlang om al die hoofden eens flink door elkaar te schudden.” Het is duidelijk, het enige dat goed is voor een mens is: Beerenburg. “Nou ja”, glimlacht Kommer, “en een goede maaltijd en niet te vergeten nachtrust natuurlijk.” Hij kijkt me doordringend aan maar niet te lang. Al gauw dwalen zijn ogen weer af naar de troosteloos neerdruppende regen buiten en de storm in de kruin van de bomen. “Gewoon een slechte zomer!” spot hij.

Dan veert hij overeind om de glazen opnieuw vol te schenken. Tussendoor wijst hij op een kleine tekening, of eigenlijk een ets, in een donkere hoek van de kamer. “Kijk, daar staat een echte Friesche windmolen, een eeuwenoude uitvinding die gebruikmaakte van een natuurlijke energiebron. Nu verrijzen er ineens overal oerlelijke, eenbenige propellors om die energie op te vangen. Het zou minstens zo efficiënt zijn om huizen in het buitengebied in de vorm van een molen te bouwen en ze hun eigen energie te laten opleveren. Een leuker gezicht en ook toepasbaar in sommige delen van de stad.” Ik kijk even verbluft voor me uit en vrees te maken te hebben met een oprisping van één van zijn “jeugdzondige gedachten”. Kommer lijkt mijn verbijstering niet op te merken en gaat verder.

“Voor het verkeer en vervoer is er maar één oplossing, een revolutionaire overstap naar openbaar vervoer. Laten we zeggen tussen nu en 2017. Versmalling van snel- en binnenwegen, verruiming en verfijning van het net van spoorlijnen en de invoering van kleine bussen met tien tot twintig zitplaatsen. Het is helemaal niet nodig om de privé-auto in te leveren, het ding zal vanzelfsprekend veel minder gebruikt gaan worden.” 

Ondertussen blijven politici maar beweren dat “je de mensen de auto niet uitkrijgt”.  “Nee, natuurlijk niet”, lacht Kommer. “Niet als je de benzineprijs ééns in de tien jaar met een eurootje verhoogt. Daar worden de mensen niet angstig van. ” Politici in de ontkenningsfase, voor Kommer vormen ze een legioen staatsgevaarlijke en lugubere types. “De war on terrorism zou tegen hen gevoerd moeten worden”, besluit hij.

Lopen naar huis is net zo leuk als rijden met de auto. Ik durf de motor gewooon niet meer te starten na het milieu-infuus dat Kommer ten beste heeft gegeven. En onderweg krijg ik al de neiging omvergereden bloemetjes weer rechtop te zetten.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.yukiko.web-log.nl

www.gedichten-freaks.nl

www.members.lycos.nl

www.nujij.nl

www.martine-th.hyves.nl

www.johnito.blogspot.com

Rechts, links en Beerenburg

image006.jpg

“Wie niet kan laveren, moet niet in de politiek gaan”, Kommer Sybenga, de oude en wijze politicus, zakt onderuit in zijn relaxfauteuil met hocker en sabbelt aan zijn Friesche pijp. Hij weet waar hij over praat want in zijn vrijetijd, tegenwoordig bijna altijd, is Kommer een verwoed zeiler. Hij heeft kanalen, rivieren, meren en zeeën en zelfs de oceaan bezeild en elke keer weer kwam hij met man en muis gezond thuis.

Het valt mij op hoe de relaxfauteuil vloekt bij de rest van het interieur. De beige-bruin gestuukte muren, de witte schouw met eikenhouten lijst, de zware, bruine Friese stoeltjesklok en dan is er ineens de diarreekleurige relaxfauteuil. Kommer moet de verwondering in mijn ogen hebben opgemerkt. “Ik kon hem in geen andere kleur krijgen”, zucht hij. “Hoewel het ding me een godsvermogen heeft gekost. Alles is elektrisch, weet je. Er zit zelfs een automatisch massagebedrijf in zitting en rugleuning. Toch  ben ik wel eens bang dat als ik in deze stoel een hartaanval krijg, dat het ding me automatisch voorover eruit zal kieperen. Hij zit lekker maar hij houdt niet van me. Soit.”

Inderdaad, daarover zouden we het niet hebben. Ik ben deze keer met mijn blocnote bij de éminence grise van de Nederlandse politiek binnengevallen om over links en rechts te spreken. “Laveren`, herhaal ik. `Als een stuurman naast God?` Kommer barst in een onbedaarlijke maar door het pijproken aangevreten lach uit. `Kijk, dat is nu rechts`, zegt hij eindelijk. `Alles altijd koppelen aan wat het meest voor de hand ligt.`

`Laveren is een activiteit waarbij je links en rechts nodig hebt`, gaat hij verder. `Vooral bij tegenwind kom je er het beste mee vooruit al moet je goed opletten hoe ver je van de middenlijn afblijft. En`, laat hij daar nadrukkelijk op volgen. `Die middenlijn heeft niets te maken met een zogenaamd politiek midden. De middenlijn is de rode draad die jou als politicus (het woord `politica`ligt Kommer wat minder gemakkelijk in de mond, wat ik dan weer als rechts beschouw) op het juiste spoor houdt. De middenlijn bepaalt wat acceptabel is en wat niet en hoever je het evenwicht mag verstoren. Van jezelf.` Hij lurkt borrelend aan zijn pijp en stampt de tabak nog eens aan.

`Zin in een glaasje Beerenburg?` Ik ben geen liefhebber van het spul maar als Kommer je zoiets aanbiedt, kun je het niet weigeren. Je zou de man tot in het diepste van zijn Friese ziel treffen. Hij schenkt het roodbruine vocht haast liefdevol in en drukt de kurk met een absolutistisch gebaar op het kruikje. `Die moet goed  dicht zijn, anders gaat het aroma verloren`, lacht hij terwijl hij de pijp van zijn linker naar zijn rechter mondhoek beweegt. 

`Links is `zorg` voor de mensen en zien dat niemand verloren gaat of buiten blijft staan. `Rechts is handhaven van goede, oude gebruiken en gewoonten. `Links` is openstaan voor nieuwe mogelijkheden omdat je denkt dat de wereld er beter van zal worden. `Rechts` is het afkeuren van nieuwigheid omdat je bang bent dat de wereld verloedert. `Links` is welzijn, `rechts` is welvaart. `Links` is `letten op de behoeften van de individu zodat iedereen tot zijn recht komt. `Rechts` is initiatief nemen om er beter van te worden en te zorgen dat je gezin het goed heeft. `Links` is buiten op straat, `rechts` is lekker thuis bij de open haard`.

Kommer kijkt nu even zwijgend en nadenkend voor zich uit terwijl hij ziet dat zijn pijp uitgaat maar hij steekt hem niet opnieuw aan. “Links` en `rechts` hebben elkaar nodig. Het zijn twee paarden die de wagen van je leven vooruittrekken. `Midden` is niks. `Midden loopt in het tweespan niets, er bestaat evenwicht maar er gaat geen kracht van uit`, gaat hij verder. `Midden` is onverschilligheid omdat door de onbewegelijkheid niets er meer toe doet. Stuurmanskunst drijft je van links naar rechts en weer terug, steeds door het midden maar daar verblijf je maar heel kort. Bijna steeds ben je aan één van beide zijden van `midden`. Praat me dus niet van het politieke midden. Dat is dood en het absolute niets.` Nijdig stanpt hij nog een keer zijn uitgebrande pijp aan. `Praat me niet van het midden`, zegt hij nog een keer. Dan kijkt hij of hij zich bedenkt. `Alleen…het werkelijke politieke midden ligt in je zelf. Zoek het op en houd het vast, gewoon om overeind te blijven.`

Hij leunt nu achterover in zijn stoel en laat de rugleuning wat verder naar achteren zakken. `Nog een Beerenburg?` en ik stem opnieuw in. `Weet je, als een vrouw haar armen om je nek slaat dan raken haar handen elkaar achter je. De linker en de rechter hand en hoe steviger ze elkaar vastpakken, des te beter voel jij je.` Hij heeft zijn pijp opnieuw aangestoken en blaast een eerste onbeholpen wolkje uit. Daarmee geeft hij mij de tijd om over zijn woorden na te denken. Niet veel trouwens want ik moet het allemaal nog opschrijven ook. `Links en rechts, het is allemaal niet principieel, het is niet meer dan een verschil in graden ooster- en westerlengte. Wie vergeet op tijd over stag te gaan, valt van de aardbol af. Die heeft ons niets meer te zeggen. En daarbij wilde ik het graag laten, jongeman.`

Die laatste woorden van Kommer zijn kenmerkend voor hem. Ik ben 61.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service

www.fertiliteit.info

www.tamaraengert.wordpress.com

www.red-star.nl

www.digischool.nl

www.intensievemenshouderij.nl

marbel.info

www.denieuwereporter.nl

`

Het geloof kan ik u niet schenken

20050825-regenboog-005.jpg

Ik ben gek op katten, honden, paarden, futen, adelaars, beren, mollen, schapen, geiten, varkens, forellen, walvissen, dolfijnen, zilvervisjes en nog veel meer dieren zoals ook op kastanjes, beuken, berken, dennen, sparren, wilgen, elzen, hortensia’s, rozen, tulpen, afrikaantjes en ga zo nog maar even door. Alleen met mensen heb ik wel eens een probleem. Sterker nog, ik heb uitsluitend met mensen problemen.

Het komt denk ik doordat ik aan al die dieren en planten regelrecht kan zien wat en wie ze zijn. Ze verhullen niets, de buitenkant is hun ware gedaante en hun instinct is mij meer dan duidelijk. Dat geldt overigens niet voor al mijn soortgenoten want sommigen vergissen zich wel eens in het gevoelsleven van een gorilla. Het gezegde “Gedanken sind Frei” geldt, voor zover ik kan nagaan, niet voor dieren en planten omdat zij hun gedachten dagelijks aan mij tonen en dat maakt die gedachten kwetsbaar en gevoelig voor kritiek. Al moet je daar bij sommige dieren mee oppassen. Zeker is dat in menselijke hoofden zich een scala aan veelkleurigheid bevindt dat misschien de verschillen in de dieren-en plantenwereld nog overtreft. Misschien.

Aan mensen zie je niets. Natuurlijk ze kammen hun haar wel of niet, laten hun baard en snor wel of niet staan, maken zich wel of niet op en kleden zich op een manier die wel of niet bij hen past. Maar het is altijd “wel of niet” en wat mijn medemens met zijn of haar  uitdossing bedoelt, wordt lang niet altijd duidelijk. Hetzelfde geldt ook voor wat mijn soortgenoten zeggen en doen. Het kan allemaal altijd een andere lading of achtergrond hebben dan ik ooit had gedacht. Sommige mensen worden van al die misleiding en zinsbegoocheling rijk: reclamemakers en oplichters bijvoorbeeld. Dat is ook bijna hetzelfde.

Marketingboys die echt geen enkel gevoel voor mij hebben doen zich voor als mijn grote redder in de nood als het erom gaat mij iets aan te smeren waarvan ik zelf de noodzaak niet inzie. Als er één vaardigheid is waarin de mens goed is, dan is het valsheid in woord, daad, geschrifte en glimlach.

Nu heb ik samen met enkele anderen naar aanleiding van mijn column over `Livestro, zijn rechtse tuig etc… een langdurige discussie gevoerd met Ben Kok die zichzelf Joods-Christelijk pastor noemt. Wie meer wil weten over mijn zienswijze op zijn inzichten, moet die column en de commentaren maar eens nalezen. Ik wil uit het hele verhaal één onderdeel uitlichten.

Misschien dacht ik het altijd wel maar soms moet je een goede formulering vinden om te begrijpen wat je denkt. Het maakt niets uit wat een ander gelooft. Alleen de consequenties die hij of zij daaraan verbindt zijn voor mij belangrijk. Hoe gaat hij of zij zich gedragen naar aanleiding van het eigen geloof? Ik kan daar namelijk last van hebben. Wie zich vanwege zijn of haar geloof voortdurend bemoeit met mijn denken en handelen, wordt een steen des aanstoots op mijn weg. Hij of zij legt mij steeds weer meer dan een strobreed in de weg.

Daarom is de atheist die hoofddoekjes of  hangers met kruisbeelden verbiedt, mij een doorn in het oog. Daarom is de Joods-Christelijke pastor die vliegtuigjes laat vliegen met christelijke bekeringsteksten boven een moskee mij een doorn in het oog. En ik voel wel de doorn in mijn oog maar niet de balk in het oog van de pastor.

Als mens moet ik in deze, materiele wereld leven en mijn geloof, ja ook het mijne, is mij een troost. Het is MIJ een troost en daarmee wil ik een ander niet lastigvallen totdat erom gevraagd wordt. Dan wil ik daarover best iets vertellen. De pastor beroept zich op liefdevolheid. Ik stel daar tegenover dat juist mijn terughoudendheid een daad van liefdevolheid is. Ik vertrouw erop dat anderen heel goed in staat zijn zelf hun weg te vinden, totdat het tegendeel bewezen is. Bijvoorbeeld, totdat  je als arts zo diep bent gezonken dat je aanslagen gaat plegen.

Het geloof kan ik niemand schenken en al helemaal niet opleggen. Ik kan het presenteren als erom wordt gevraagd maar de mensen om mij heen moeten toch echt zelf weten of ze het koekje aannemen of niet, dat lijkt mij. En ondertussen sind Gedanken, en dus ook het geloof, frei.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

 

Service

www.regenboogsite.tk

www.walburgcollege.nl

www.sochicken.nl

www.turnhoutblogt.be 

www.cynthialog.com

www.lucaswashier.nl

De DDR en Arend Jan Boekesteijn

image0021.jpg

Het WC-papier in de DDR was zó hard dat met behulp daarvan zelfs “der letzte Arsch  rot wird’. Dat was humor in de communistische heilstaat van Erich Honnecker wiens portret nu voor 5 euro te koop is in het nieuwe DDR-Hostel in Berlijn. Alles doet er herinneren aan de DDR: grauwe eentonige buitenkant, krakkemikkig en slecht fumctionerend interieur, het WC-papier en noem maar op. Het enige wat niet gelijk is gebleven, is de service. De gast wordt er niet meer als een ongewenste hond behandeld zoals destijds gebruikelijk was. DDR-Hostels waren een schoolvoorbeeld van ongastvrijheid. En nog iets: de slaapkamers zijn niet meer voorzien van afluistermicrofoons, iets wat ik persoonlijk wel betreur.

De opening van het Hostel is een commerciële grap. Er is een bepaald publiek dat graag eens wil meemaken hoe het was om het als gast te doen met de opzettelijke en schandelijke armoe in de heilshoreca. De hoteleigenaar denkt er goed aan te kunnen verdienen, mede dankzij de souvenirs uit de DDR-tijd. Het mooie ervan is dat het gaat om een persiflage van iets dat inmiddels geen dagelijkse werkelijkheid meer is.

Ja, het is een bekende uitspraak “later lach je erom”. Ik vraag me af of dat ook het geval zal zijn met Arend Jan Boekesteijn. Deze zoetgevooisde agressieveling heeft volkomen ten onrechte een plaats verworven in de VVD-fractie. Dat zou nog niet zo erg zijn als hij zijn mond hield maar dat is beslist niet het geval. Boekesteijn lijkt wel een soort rijzende ster binnen de partij ook al staat hij even ver van het liberalisme af als Honnecker. Hij is het vleesgeworden verval van het liberalisme.

Het probleem met Boekesteijn is dat hij maar één mondhoek heeft: de rechter. Hij wil als het even kan in de komende vier jaar 1,2 miljard van mijn zuur verdiende centen over de balk smijten om de koloniale macht in Afghanistan in stand te houden. Ik krijg het gevoel dat je in zijn ogen beter 10 Afghaanse meisjes dood kunt schieten dan één Talibanstrijder laten ontsnappen. Hij gloeit van trots als hij kan melden dat Nederland aan dergelijke glorieuze operaties heeft meegedaan. Ja, ja, Hollands vlag  aan vreemde kust, of liever: in vreemde steenwoestijn.

Echte walging komt over mij als ik zie hoe deze man met een vriendelijk gezicht en op zachte toon zijn agressiviteit presenteert. Hij doet dat op basis van vermeende intellectualiteit die hij dan weer heeft ontleend aan een, op het eerste gezicht mislukte, studie geschiedenis.

Wat hij maar niet wil begrijpen, is dat terroristen geen “thuisland” nodig hebben. De laatste, mislukte aanslagen in Londen en Glasgow onderstrepen dat. Eén van de verdachten is nota bene arts in een ziekenhuis in Australië. Niks Afghanistan, niks Irak, niks Taliban en zelfs niks Osama. Gewoon met vrienden in de garage gezellig bommetjes in elkaar knutselen en die heel ergens anders in de wereld af laten gaan. Het mag nu toch wel duidelijk zijn dat de zogenaamde succesvolle strijd tegen Talibandieten in Afghanistan geen enkele invloed heeft op het handelen van dit soort “artsen”. Misschien dat er binnenkort ook priesters en soldaten van het Leger des Heils bij betrokken zijn.

Boekesteijn lijkt geïnvesteerd te hebben in terroristische netwerken. Hij wil ze stimuleren door de bevolking van Afghanistan en Irak en het hele Midden-Oosten tegen ons in het harnas te jagen. Als historicus zou hij moeten weten dat al dat wapengeweld nog nooit een probleem heeft opgelost en dat geldt dubbel en dwars voor de waanzin van vredesoperaties. En tegen zulke echte mannen moet onze nationale sufmuts Gerdi Verbeet het opnemen (sorry hoor, in mijn ogen gaat het met haar van kwaad tot erger en dat is vooral zo erg omdat zij een belangrijke representante is van de sociaaldemocratie).

Ja, daarom heb ik Boekesteijn en het DDR-Hostel in één verhaal gegoten. Ik kan gewoon niet wachten tot het vriendelijk klinkende maar o zo verraderlijke stemgeluid van Boekesteijn tot het verleden is gaan behoren zodat we hartelijk kunnen lachen om de Bokito-praat die hij heeft uitgekraamd. Begrijp me goed, het gaat me om zijn  optreden in de politiek en in de publiciteit. Voor het overige doet hij maar want ja, geen mens is feilloos. Daar moet ik altijd aan denken als ik de portrettengalerie van Adolf Hitler, Erich Honnecker, Kurt Waldheim, Walter Ulbricht, Lenin, Marx, Poetin, George Bush senior en junior, maar ook Kennedy, De Gaulle, Churchill, Kaj Elhorst, Said (volgens sommigen is dat mijn pseudoniem) en Prins Hendrik, zie. Geen mens is feilloos, de één heeft meer fouten dan de ander maar fouten zijn er altijd. Ik hoop dat we over een paar jaar voor vijf euro een foto van Boekesteijn te koop zien staan in Kaboel.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.bouhammer.com/nucleus/AfghanBlog.php

www.afghanwarrior.blogspot.com

www.afghanistan.blogvandaag.nl 

www.wikipedia.org/wiki/Liberalisme

http://www.vvd.nl/index.aspx?ChapterID=1159 http://www.vvd.nl/index.aspx?ChapterID=1159

Knus, snus en de koddebeier

veldwachter.jpg

Nooit heb ik er één meegemaakt maar de grootvader van mijn vrouw was één van de  onbezoldigde veldwachters die ons land ooit rijk was. Hij hield het dorp waar hij woonde goed in de gaten en spaarde de appeltjesgappende en vuurtjes stokende dorpsjeugd niet. Eéns in de week zat hij bij meneer burgemeester aan het bureau om de stand van zaken rond orde en rust in het dorp door te nemen. Het leuke van de veldwachter was dat iedereen hem kende.

Hij dronk koffie bij Marie, ging op de thee bij Jannes en tussendoor nuttigde hij het warme eten netjes bij moeder de vrouw thuis. Onderweg sprak hij met de postbode, de straatveger en de veearts en iedereen wist “als er stront aan de knikker is, moet je bij hem zijn”. Het contact tussen burger en gezag was van een natuurlijk, speels karakter. Sterker nog, de burgemeester moest zich snor, baard, hoge hoed, pandjesjas en vestzakhorloge aanschaffen om enige afstand tot het gewone gepeupel te scheppen.

Tegenwoordig heeft in mijn gemeente de wijkagent zijn intrede gedaan. Dat was hard nodig want in de roes van de efficiencyvergroting zijn scholen tot  leerfabrieken uitgegroeid en politiekorpsen tot regionale veiligheidslegers. Efficiënt. Nou ja, dat is nog maar de vraag want de tijd die agenten verliezen met het zoeken van de weg in een plaats die ze niet kennen, werd vroeger gebruikt aan doelmatige surveillances. Maar daarvoor hebben ze toch een routeplanner? Ach ja, elektronica. Zucht, het blijft tobben hè?

De wijkagent moet daarom het contact tussen burger en politie gemakkelijker maken en het vertrouwen versterken. Nu zijn dat twee dingen die je in de goede volgorde moet zeggen. Om goed contact te hebben, moet er eerst vertrouwen zijn. Als het vertrouwen er is, kun je zelfs aan een draagvlak gaan denken. In het geval van de onbezoldigde veldwachter was dat vertrouwen er al. Elke dorpeling wist precies wie de veldwachter was en wat je aan hem had. Bij de wijkagent ligt dat wat anders. Hij heeft om te beginnen niet te maken met 500 maar met 10.000 burgers. Tienduizend burgers die hij allemaal moet kennen en die hem allemaal moeten kennen. Daarbij komt dat hij tijdens zijn surveillances nog eens een afstand van zo’n zes tot tien kilometer tussen de uitersten van zijn gebied moet afleggen. Op de fiets want als automobilist leg je geen contact met burgers.

Iedereen voelt het al aan: de efficiency heeft opgeleverd dat niemand de wijkagent kent en hem of haar ook nooit in de eigen omgeving tegenkomt. Een foldertje door de brievenbus, samen met de reclame van Piet Textiel, dat was alles. Ik vraag me dus af wat nu precies de winst is van deze efficiencyslag. Natuurlijk, de geleerde heren en onderzoekers zullen wel weer komen met een lange reeks van enquêtes en leermomenten maar in werkelijkheid gaat het daarbij natuurlijk alleen om bazelarij. Dat een wijkagent in zo’n groot gebied met zoveel mensen geen contacten tot stand kan brengen, was van te voren al duidelijk.

Het is het zoveelste bewijs van de onzin van de schaalvergroting die efficiency met zich meebrengt. In theorie is het mooi. Verhalen over beschikbaarheid van volle politiehulp, inzetbaarheid van faciliteiten waar het nodig is en dat soort klets. In de praktijk komt het er op neer dat de gemiddelde burger geen agent meer heeft om op persoonlijke wijze tegen te zeuren en dus verliest hij ook op dat gebied het vertrouwen. En met het vertrouwen vliegen contact en draagvlak de deur uit.

Schaalvergroting lijkt een mooie oplossing voor de inzet van onze omvangrijke, technische hulpmiddelen maar het is het niet. Met al oze technische rotzooi zijn we minder goed in  staat de politie haar taak te laten doen dan vroeger. Dat wordt niet opgelost door websites, mobiele telefoons of elektronische netwerksystemen. Dat kan alleen een oplossing vinden in menselijk contact.  

Mensen hebben de neiging om hun leventje in eigen kleine kring op te bouwen. Binnen de Europese Unie wordt de lokale bestuurlijke eenheid, de gemeente, steeds belangrijker. Sommigen gaan het liefst in een dorp wonen omdat ze daar hun buren nog kennen. Anderen wenden zich tot de snus nu het rookverbod door de Europese Commissie ongeveer over heel Europa is uitgevaardigd. Alleen kolencentrales mogen nog roken, vanwege de grootschalige energiebehoefte. De Europese burger zoekt zijn of haar eigen genoegen en verstopt het desnoods onder de bovenlip. “Snus”, een zakje met tabak waarop gesabbeld kan worden zodat je toch nicotine binnenkrijgt. Het mag natuurlijk weer niet van de grootschalige bestuurders in Brussel maar wie kijkt er onder andermans bovenlip? Leve de kleinschaligheid. Doe mij maar knus, snus en de koddebeier. 

Tot sterkte,

 

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

http://www.regelzucht.nl

http://www. johnito.blogspot.com

 http://www.beteronderwijsnederland.nl

http://www.veldwachter-bathmen.nl

Van nozem tot zeikende 55 plusser

10vetku1.jpg

Hoe zat dat ook al weer met Jean Paul Sartre? Hij riep het existentialisme als filosofisch gedachtengoed in het leven en kreeg daarmee massa’s aanhangers. De ‘blousons noirs’ die in de Parijse straten existeerden en daar ook niet zo gek veel meer deden dan existeren. Een soort bewuste comapatiënten. Het existentialisme dreef een flink aantal jongeren tot wanhoop en wat iedere pedagoog weet, gebeurde: wanhopige pubers pleegden zelfmoord. Soms expres op de meest afgrijselijke manier. Sartre is na zijn existentie al vele jaren benoemd tot groot filosoof en schrijver want zelfmoord is je eigen verantwoordelijkheid.

Die gedachte dat alles terug te brengen is tot eigen verantwoordelijkheid paste niet alleen goed in het existentialisme. Ze maakt er een wezenlijk onderdeel van uit. Dat pubers daarmee niet zo goed om kunnen gaan, blijkt nog steeds elke dag. Trouwens, meer gerijpte personen weten veelal ook niet wat ze met die eigen verantwoordelijkheid aanmoeten. Ze leren het thuis niet en ook lang niet altijd op school. Voor de kabinetten van de laatste jaren ligt het eenvoudiger. Iedereen moet gewoon zijn of haar eigen verantoordelijkheid nemen als het goed uitkomt. Op andere momenten bemoei ik, als overheid, me “vet” met andermans leven.

De zinloos rondhangende jeugd uit de vijftiger en begin zestiger jaren stond bekend als “nozems”. Ze “hingen” in de straten, vraten friet en scheurden op hun knetterende brommers zo hard mogelijk heen en weer door de belangrijkste straat van de stad waar ik toen woonde: Almelo. “Grotestraat” heettte die straat heel toepasselijk. Omdat de nozems zich tot op het bot verveelden, sloegen ze ook wel eens een passant in elkaar. Ik ben daar twee keer het slachtoffer van geweest. Maar: de politie was waakzaam.

Dat wilde kortgeleden in elk geval een ex-nozem mij op een ander blog doen geloven. Nozems werden bij tijd en wijle opgepakt en dan kregen ze op hun donder.’Wij ook”, vertelde de ex-hangjongere mij en het leek wel of hij er trots op was. “Tegenwoordig doet de politie niets meer”, snaterde hij verder. “Ze rijdt voorbij en doet of ze niets ziet.” Dat klinkt haast als jaloezie: tegenwoordig mogen die hangjongeren maar doen waar ze zin in hebben. De politie doet er niets aan.”

De ex-nozem vergat, of wist niet, dat in de zeventiger jaren van de vorige eeuw Sociale Academies zijn opgericht waar niet-nozems konden leren voor straat- en jongeren- of opbouwwerker. Het zijn deze sociaal geschoolde mensen die zich intensief met hangjongeren bezighouden. Zij zetten zich in om jongeren tot een productiever en socialer leven te brengen. Dat had je niet in de nozemtijd. Trouwens, is onze ex-nozem beter geworden van al die keren dat hij van de politie op zijn donder kreeg? Ik betwijfel het heel erg als ik zijn teksten lees.

Ik vind wel dat hangjongeren veel te vrijblijvend worden benaderd. Mijn oplossing zou het zijn om ze een taak te geven in hun woonomgeving. Elke leerkracht weet dat vervelende leerlingen bijdraaien als ze verantwoordelijkheid te dragen krijgen . Geef jongeren dus opdracht de trapveldjes te onderhouden, voetbalvelden schoon te houden, rotzooi in de buurt op te ruimen, elke dag een scherp omschreven taak. Niet gedaan?  Dan gaan we in het weekend sloten uitbaggeren en schoonmaken onder begeleiding van strenge mannen en vrouwen.

Hangjongeren zijn namelijk niet van alle tijden. Volgens mij zijn ze de vrucht van de Leerplichtwet, de wetten tegen kinderarbeid en in toenemende mate van verwennerij.  Ze kunnen zichzelf niet goed bezighouden en krijgen geen taak of verantwoordelijkheid toegeschoven die ze best aan zouden kunnen. Vóór de leerplicht en de kinderwetten hadden jongeren geen tijd om te hangen. Ze moesten zich kapotwerken in de fabriek. Dat was niet goed maar hangjongeren had je niet.

En die verwennerij?  Bij mij vier huizen verderop woont een politieman die de helft van de krantenwijk van zijn zoontje loopt. Zoonlief krijgt wel de volledige poen. Waarom? Het rotjoch heeft er geen zin in! Ik zou hem zo’n verschrikkelijke schop onder z’n hol verkopen dat hij nooit meer zou weten of hij ergens zijn in had of niet. Ja, politiemeneer, op jouw manier kweek je lastige jeugd. Hangjongeren hebben we zelf bij elkaar geneukt en daarna verpest.

Nu de ex-nozems zelf “oudere” zijn geworden, voelen ze zich bedreigd en eisen ze streng optreden van de politie die inmiddels de handen vol heeft aan een zin- en nutteloze strijd tegen drugs. Want ja, ook dat vinden de ex-nozems heel hard nodig. Verder moet de grote criminaliteit worden aangepakt, de fraude, overvallen en berovingen of verkrachtingen en natuurlijk regelrechte moord en inbraak. Even zo goed eisen ex-nozems dat de politie hangjongeren oppakt en op hun falie geeft. Ex-nozems eisen nu iets van de politie die ze vroeger vervloekten. Dat doen ze door zich op weblogs te presenteren als negativistische zeikende 55 plussers.

Eigenlijk zijn ze niets veranderd. Ze tooien zich nog steeds met intimiderende namen als “demon” of “bolleke”. Het is echt te bespotttelijk voor woorden dat je je als senior achter zulke termen moet verschuilen. Ze rammen er niet meer op los maar zeiken, eindeloos zeiken omdat ze nooit geleerd hebben naar zichzelf te kijken. Er is een eeuwenoude regel die luidt:  “de oude grijsaard zingt een liedje van verlangen”. Terugkeer naar betere tijden toen de politie de hangjongeren nog op hun falie gaf en op die manier verschrikkelijke zeikerds kweekte. Dat lijkt het ideaal te zijn. 

Ik kan ze verzekeren dat de tijden van weleer nooit weerom komen. De geschiedenis herhaalt zich maar tijden komen nooit terug. Ze zullen echt moeten leren leven met “hangjongeren nieuwe stijl” en, o ja, daaronder bevinden zich inderdaad ook Marokkanen en andere allochtonen.  Ik schreef het al eens eerder: de tijden veranderen maar wij niet.

Hoewel, ik heb een jonge vrouw gekend die de hangjongeren uit haar buurt thuis uitnodigde, ze te eten en te drinken gaf en naar hun verhalen luisterde. Ja, ze ried ze zelfs aan om weer naar school te gaan in plaats van te hangen. Niet bij iedereen had dat succes  maar wel bij een aantal. Helaas is deze goede vriendin van mij overleden maar ze kan als voorbeeld dienen voor al die scheldende ex-nozems die moeten aanzien hoe “hun” land verloedert zonder dat ze er iets tegen doen. Ze doen wat ze gewend waren: hangen, maar dan achter de computer.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service 

www.20eeuwennederland.nl

www.rhinegroup.nl/

www.hangjongeren.nl

www.hansvanegdom.nl

www.hetkanwel.net

www.be.gizmodo.com

Zes plus

rv_04.jpg

Vanmorgen ben ik gefeliciteerd omdat ik 61 ben geworden, zegge en schrijve “zes plus” dus. Die felicitatie vind ik altijd wat vreemd omdat ik er helemaal niets voor heb hoeven doen. En waarmee word ik eigenlijk gefeliciteerd? Dat ik het gehaald heb? Dat ik zo’n bron van geluk ben voor mijn omgeving? Dat ik alles, inclusief mijn directe omgeving, zolang heb doorstaan? Het is me echt niet duidelijk. Hoe dan ook, vanavond ga ik niet naar de raadsvergadering. Ik heb andere verplichtingen, zeker nu mijn dochter op het punt staat te verhuizen naar Spanje.

In elk geval zal ik mijn lezers en opponenten, zoals Ben Kok, met dubbele energie lastig vallen. Zie het als een soort tractatie, een toefje slagroom op een jaarlang kritiek leveren. Voouit met de geit. Vandaag las ik in de krant dat studenten bijna allemaal genoegen nemen met een zesje voor welk onderdeel van hun bachelorschap of noem maar op dan ook. Een zesje want ze willen genieten van het leven ondanks dat ze studeren. Dat is wel grappig. Kennelijk vinden maar heel weinig studenten hun studie leuk genoeg om zich ervoor in te zetten. Je kunt je dus afvragen of ze echt iets studeren dat ze leuk vinden. 

Nu is de studentenjool natuurlijk niet iets van deze tijd. De Middeleeuwse “Canterbury Tales” staan er al vol van. De vraag is dan ook wat de bedoeling is van een dergelijk onderzoek of wat voor conclusies je eruit zou kunnen trekken. Dat altijd maar een heel klein deel van de studenten uit is op zeer hoge cijfers, is ook al zo oud als de jaartelling. Dat meisjes het beter doen dan jongens, is wel iets van de laatste jaren. Ho! Vroeger zaten er dan ook nauwelijks meisjesstudenten op de universiteit. Of de gebrekkige resultaten van jongens samenhangen met het zoeken naar een nieuwe positie van de man in de samenleving, is wat mij betreft nog wel heel erg discutabel.

De zesjescultuur, dus niet eens zes plus. Studenten met de hoogste cijfers blijken later ook niet eens altijd de meest briljante beoefenaren van hun vak te zijn. Toch kun je er vraagtekens bij zetten. De waarde van een universitaire studie wordt schromelijk overschat. Academisch denken wordt als eis gesteld bij vacatures waarvoor echt geen academicus nodig is. Daarmee komt een heel andere bedenkelijke kant van het vraagstuk naarboven.

Het vertrouwen in  het onderwijs dat niet academisch is, is heel laag. Wie personeel vraagt, durft misschien nog een hbo-er voor een gesprek uit te nodigen maar daarmee houdt het wel zo’n beetje op. Zelfs onderwijzers kunnen niet rekenen en over taalvaardigheid zullen we het maar niet hebben. In de afgelopen dertig jaar is het onderwijs naar de knoppen geholpen, inclusief de universiteit. Feit blijft dat de laatste nog steeds de bovenlaag vormt van het krakkemikkige onderwijsgebouw.

De zesjescultuur op de universiteit maakt misschien vooral duidelijk dat studenten niet gedreven zijn om zich een bepaald vak eigen te maken maar slechts een goedbetaalde baan. De bul geeft daartoe de beste kansen. Wij vinden dat nog prachtig ook want die zesjesmentaliteit spreekt toch van een voortreffelijk gevoel voor efficiency? En daar draait het om in ionze samenleving, met een minimum aan inspanning een zo hoog mogelijk resultaat bereiken. Weg met gevoel voor het vak of verbondenheid ermee. Allemaal onzin. 

Met de afgang van het onderwijs ging de waardering voor veel geld verdienen de afgelopen jaren omhoog. Haast als communicerende vaten (weten de studenten nog wat dat is?).Die baan moet zich bij voorkeur niet op wetenschappelijk gebied bevinden want elders valt met een titel veel meer te verdienen. Dat het gestudeerde vak daarvoor niet nodig is, zal de nieuwkomer een grote rotzorg zijn. Hij wil een BMW en een vrijstaande bungalow, punt uit!

De minister van Onderwijs wacht dan ook een schone taak om de waardering voor vakken en beroepen op alle niveaus op te krikken. Het is heel goed als een scholier een vak leert dat hij niet direct voor zijn werk nodig heeft. In het verleden is dat als overbodige onzin van de hand gedaan. In werkelijkheid draagt deze “overload” bij aan de persoonlijke vorming en die is weer van belang voor zijn of haar gedrag en vaardigheden, communicatieve eigenschappen en inzicht. Tegelijkertijd is het waanzinnig dat rechtenstudenten een vak uitoefenen waarvoor niet meer juridische kennis nodig is dan voor een goede verdediging voor een te hoge snelheid in de felbegeerde BMW.

Het zou mooi zijn als, bijvoorbeeld, een mbo-er niet alleen zijn vak leerde maar ook allerlei “overbodige rompslomp” zoals de Nederlandse taal of de plaats waar Nederland ligt. Al die `overload` maakt hem of haar voor collega’s en anderen tot een aangename gesprekspartner, iemand die snel begrijpt wat de ander bedoelt en kan hij of zij zelf een brief schrijven zonder fouten. Dat laatste is al heel wat want zelfs academici zijn er heden ten dage nauwelijks toe in staat. In elk geval hoeven garages dan geen academisch denkvermogen meer te vragen als zij een autoverkoper zoeken. 

Ik ga voor de zes plus en hoger. Mooier dan een hoog inkomen is de briliance waarmee je je vak kunt uitoefenen. Dat geeft dagelijks werkplezier dat uitgaat boven de gebruikelijke gesprekken over auto’s en babykleertjes met collega’s die ook geen andere onderwerpen van gesprek weten. Nou Ronald, aan de slag, zou ik zeggen. Wat we nodig hebben zijn kleine scholen met zorg en aandacht voor de leerling en zijn of haar capaciteiten. Daar moeten leerkrachten rondlopen die beschikken over voldoende parate kennis en inzichten om een diepgaand gesprek over hun vak en maatschappij te voeren. Leerkrachten ook die geen rekenmachine of vingers nodig hebben om tot tien te tellen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Nu ik de 60 ben gepasseerd, vraag ik iedereen in het vervolg wat consideratie in het geval van typfoutjes. Ik bedoel 61=oogjes moe=niet zo goed zien. Snap?

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.computable.nl

www.diskidee.be

www.allesopeenrij.nl

www.fi.uu.nlwww.fi.uu.nl

http://www.gedichten-freaks.nlhttp://www.gedichten-freaks.nl

Het ware geloof (Of “Hoe Sjonnieponnie de mist in ging”)

post-amsterdam.jpg

Tja, Sjonnieponnie, het is natuurlijk wat te platvloers om je te feliciteren met de mislukking van Tien of Talpa of hoe het anders nog allemaal had kunnen heten. Ik houd daar niet van. Niet van leedvermaak vanwege een neergehaalde onderbroek en ook niet vanwege een neergehaalde tv-zender. Niets van dat alles.

Nee, ik weet wat je doormaakt en eerlijk gezegd dat is niet leuk maar speciaal voor jou is het wel goed. Weet je, als alles je altijd meezit dan is het een opsteker om ook eens een afgang mee te maken. Speciaal voor jou is dat zo goed omdat je zo bekend bent dat je de hele tijd eigenlijk in een soort Gouden Kooi rondloopt. Nu ervaar je in het openbaar wat zoveel mensen dagelijks meemaken: hard werken en toch tegenvallers.

Voor jou speciaal is dat natuurlijk niet zo erg want je eet er geen potje pindakaas minder om. Dat hoeft van mij ook niet hoor, al zou het voor je cholesterolniveau wel beter zijn. Nee, maar het feit dat je er niets van merkt in je portemonnee, is eigenlijk een slechte zaak. De ellende die zoveel mensen geregeld meemaken, komt op die manier nog steeds niet tot volle wasdom. Sterker nog, je hebt natuurlijk wel weer een stevige duit verdiend aan die deal met RTL4.

Eerlijk gezegd kan ik het nog steeds niet geloven. Je had toch echt alles gedaan om succes te hebben. Je had de voetbalrechten voor andermans neus weggeript door er gewoon wat geld tegenaan te gooien, hetzelfde had je gedaan met een legioen bekende Nederlanders, je had de platvloersheid tot een minder dan bedenkelijk niveau laten afdalen, je had blote meiden en nichten in je programma’s en bij tijd en wijlen zelfs een redelijk goede film.

Jammer alleen dat in jouw koppie alleen maar munten worden gedraaid en geen echte gedachten. Daardoor zat er geen boodschap, geen visie achter de pogingen om met een masturbatieshow  naar de eeuwige roem op te rukken. Ik krijg dan ook het idee dat je het ware geloof mist. Nu wil het toeval dat ik de laatste tijd in contact sta met iemand die beweert het ware geloof te hebben: Ben Kok. Hij haalde het in zijn hoofd boven een moskee bij de opening een vliegtuigje rond te laten cirkelen met een tekst die de Islam tot een soort knikkergeloof terugbracht. Deze promotor van de Joods-Christelijke waarden en normencultuur zou je de kracht kunnen toedienen van het ware geloof.

Qua platvloersheid moeten jullie elkaar kunnen vinden. In je pogingen om mensen te kwetsen en te provoceren, ben je minstens de gelijkwaardige van Ben. Zal ik je zijn telefoonnummer eens geven? Misschien dat jullie samen kunnen komen tot een tv-zender “Sodom en Gomorra” en dan nog allebei denken dat je je idealen daarin terugvindt. Hij heeft mij gevraagd hem te interviewen en dat wil ik dan graag in dat programma doen. Dan heb ik er ook nog wat aan.,

Tja, Sjonnieponnie, soms zit het mee en je ziet maar. Als die Talpa niet voor goed in de grond was gekropen, was je nooit in aanraking gekomen met het ware geloof. Nu ligt daar een prachtige kans.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com 

Service 

www.express.be

www.blikopdewereld.nl

www.zonderzever.be

www.forum.at5.nl

www.forumbnn.nl

Het uitstel van de menselijke maat

maat03.jpg

“Misschien moet een huis wel je buddy worden, een overjas met veel binnenzakken die we kamers noemen.” Dat zijn van die passages die soms door mijn hoofd spoken na een interview. Niet zo vaak en zeker niet als ik net een gesprek heb gehad met een projectleider van een bouwbedrijf. Dan hoort je hoofd te gonzen van beton, baksteen en aluminium of glas.

Gisteren was het anders. Gek genoeg verliep het gesprek helemaal niet zo gesmeerd. Pas toen het grotendeels was afgelopen, kwam het op gang. Of de projectleider zou willen wonen in het appartementencomplex dat hij zelf aan het bouwen was? “Ik ben niet zo’n appartementenmens”, bekende hij heel snel. Al gauw kwam hij tot de uitspraak dat hij meer iemand was voor een wat oudere woning, zoiets van halverwege de vorige eeuw en daar woonde hij dan ook. Hij genoot ook van het historisch centrum van de stad waar hij woonde en in het buitenland waren het vooral het Forum Romanum en de middeleeuwse centra van Italiaanse steden die hem trokken. “Ik ga nooit kijken naar de hedendaagse buitenwijken.”

Even zo goed beleeft hij wel plezier aan het bouwen van het grote appartementencomplex waarmee hij op het ogenblik bezig is. Niet alleen omdat hij er zijn brood mee verdient. Belangrijk voor hem is het denken over logistieke problemen, de coördinatie van werkzaamheden en het inzicht in de mogelijkheden daarvan. Straks als het complex klaar is, heeft hij er niet zoveel meer mee.

De projectleider is geschoold in getallen, cijfers en afmetingen die ver boven de menselijke maat uitgaan. Afmetingen die ook hij nauwelijks kan bevatten, lijkt me. Hij pijnigt zijn hersens af om die massale grootheden in te delen in overzichtelijke eenheden van bouwvolume en tijd. Alleen op die manier kan hij er greep op houden. Hij brengt de onmetelijke grootte van zijn project terug tot eenheden met een menselijke maat. Zijn ratio is op dat gebied geoefend en talentvol. Dat is leuk.

Temidde van de cijfers en afmetingen ontbreekt de emotie en die vindt hij terug in zij bewondering voor oude stadscentra. Hij kan weer iets mooi en gezellig vinden zonder dat getallen en maten hem in de weg zitten. De principes van de bouw zijn niet veranderd maar de liefde ervoor is wel teruggekeerd. Emotie en liefde zijn tweelingen.

Later op de dag ontmoet ik een politicus die zich beklaagt over de holle emotie die op veel weblogs en fora terug te vinden is. Het kan zijn. Misschien is ze hol maar even goed emotie. Het is aan de politici om aan die holle emotie weer inhoud te geven, een richting, een doel. Dat is lastig maar niet onmogelijk want ook de bouwkundige projectleider kent beide. De politicus van vandaag is net als de projectleider geschoold in analyse en die moet hij of zij daartoe inzetten.

Net als de hedendaagse bouw gaat ook de politiek van vandaag de menselijke maat te boven. Misschien moeten politici eerst maar eens leren weer te genieten van de producten van hun voorgangers zonder ernaar te kijken als verleden en afgedaan. Nee, symbolen en producten zijn geen “dingen die voorbijgaan” maar spiegels van gedrevenheid en ambitie, van behoeften en verlangens. Zie de schoonheid en bruikbaarheid ervan. Wie daarvoor liefde heeft opgevat, kan zich storten op de hedendaagse cijferbergen van globalisering, massahuisvesting, schaalvergroting en noem maar op.

Dat is uitstel van de menselijke maat maar geen afstel en menselijke maat is waar de kiezers naar snakken. Geen tijd? Ach kom, we hebben alle tijd. We hebben pas tijd gemist als de menselijke maat ons is ontschoten. Haast is de vijand van genieten en doodt gevoelens. Doe eens net of de burger een man of een vrouw is die je wilt verleiden en zet je charmes in of, politicus/a, ben je die ook al kwijt? 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.it4humans.org

www.menselijkemaat.nl

www.godendemenselijkemaat.tasmedes.nl

www.keepthefaith.nl