Kommer en de Witte Kerst (2)

amsterdam_redlights1.jpg

Ik schrik. Kommer toont zich uitgeblust. Hij strompelt van de voordeur naar zijn studeerkamer en zakt daar met een zucht onderuit in zijn relaxfauteuil. Geen Friesche pijp en zelfs geen Berenburg. ” Als je een glaasje wilt, schenk het dan zelf maar in”, zegt hij nog enigszins joviaal en ik volg dat advies op. Aan de ene kant ben ik bang dat ik anders niets te drinken krijg, aan de andere kant lijkt het net of ik liever van het drankje af ben als het me niet word aangeboden. Beide wil ik voorkomen. Ja zeker, mijn borrel komt vandaag uit een verborgen agenda voort. Een beetje schone schijn.

” Heb je griep?”  vraag ik bezorgd en Kommer veert alleen bij die bezorgde klank in mijn stem al weer een beetje op. Aandacht vindt hij natuurlijk altijd leuk. Maar ja, wie niet? “Nee, geen griep”, mompelt hij. ” Griep is voor de gewone mensen. Bij mij zit het dieper, niet in de darmen maar in de darmwand. Of liever, in mijn middenrif.” ” Maar, wat is er dan?” herhaal ik bijeen slok Berenburg. ” De ramp is niet te overzien”, legt Kommer uit. ” Het is Antje, Antje…”. ” Is ze ziek?”  vraag ik bezorgd maar Kommer schudt meteen zijn hoofd. ” Nee, ze is niet ziek, ze maakt me ziek. Vanmorgen stelde ze voor om kunstsneeuw uit een spuitbus op de ramen te spuiten. Ze had het bij de buren gezien en het deed haar denken aan die Engelse schrijver waarvan ze de naam was vergeten.”

” Dickens”, vul ik in. Komer knikt. ” Kunstsneeuw op mijn ruiten, kun je het je voorstellen?” Ik schud ontkennend mijn hoofd. Nee, bij Kommer komt er geen kunstsneeuw in huis. Dat begrijp ik maar al te goed! ” Je snapt het”, glimlacht Kommer. ” Ik word doodziek van al die ” pimperij”. Dat mooi maken en daardoor verknoeien van dingen die al lang mooi zijn. Je vindt het overal.”  Zijn stem klinkt nog steeds vermoeid al gaat het praten hem wat beter af dan toen ik pas was aangekomen. ” Ze doen het overal. Nu gaan ze de binnenstad van Amsterdam weer oppimpen. Allerlei leuke bric a brac winkeltjes moeten het veld ruimen voor luxe, haute mode magazins met veel te duur geprijsde artikelen. Amserdam krijgt dezelfde uitstraling als Londen of Parijs!” Komer schudt zijn hoofd en trekt een meewarig gezicht. ” Waarom doen ze dat toch? Waarom zou een buitenlander naar Amsterdam gaan als hij zijn luxe aanbod veel dichterbij huis kan vinden? Het zijn juist de coffeeshops en de rosse buurt die het aanlokkelijke karakter van de stad vormen. Of je nu naar de hoeren gaat of niet, het blijft toch een karakteristiek tafereel?” Langzaam staat hij op en hij wankelt in de richting van de kast waar de Berenburg staat. ” We doen toch maar een glaasje”, zegt hij. Met een bezorgd gezicht draait hij zich om en dan ziet hij mij met een glas van het rode vocht in de handen zitten. ” O je hebt al. Nou ja, je bent hier ook zo goed als thuis.”  Het lijkt of hij zijn eigen uitnodiging is vergeten.

Met trillende handen schenkt hij voor zichzelf in. ” Ik hoef jou niet te vertellen”, zegt hij terwijl hij een eerste slok wegslobbert, hoe erg ik aan ” echt”  hecht. Er bestaat geen synoniem voor het woord ” echt”. Ik zal mijn vrouw nooit een bontmantel cadeau doen omdat ik geen mantel van nepbont zou willen kopen. En echt bont…”, hij aarzelt even. ” Dat is toch echt uit den boze. Je moet wel bijna psychopaat zijn om zoiets te willen kopen of te dragen.” Zijn stem begint weer kleur en scherpte te krijgen, de gedrevenheid waarom ik Kommer zo bewonder.

” Maar nepbont is toch ook echt?”  vraag ik prikkelend en expres uitdagend. Kommer verslikt zich bijna in zijn Berenburg. ” Ik dacht dat je dat wel beter wist, jongeman”, roept hij. Zijn energie is terug. ” Nepbont is natuurlijk van bestaande materialen gemaakt maar het suggereert iets anders te zijn dan het is. Daar draait het om. Als volksvertegenwoordiger heb ik altijd gezorgd dat iedereen wist wat ze aan me hadden. Ik vond in de principes van mijn overtuiging een vast richtsnoer. Daarom was ik ook nooit vatbaar voor verleiding  van halfwassen voorstellen van mijn tegenstanders. Ik liet me nooit in met mooipraterij. Ik was wie ik was, en daaraan werd ik herkend. Niet aan de opsmuk die een ” spindoctor”  me voorschreef.”

De oude, wijze politicus gaat weer zitten in zijn relaxfauteuil en legt zijn voeten met pantoffesl behagelijk op de hocker voor hem. ” Schenk nog maar bij hoor”, nodigt hij me gul uit. ” Dat ging de vorige keer ook goed. He, je hebt me echt weer een beetje leven teruggegeven. Jij bent ook echt, zonder opsmuk en flauwekul. Misschien mag ik je daarom wel zo graag.” Ik denk aan de dure kleren die ik totaal overbodig zo graag uitzoek en aan de nieuwe bril waaraan ik uit pure ijdelheid al weken zit te denken. Maar ja, ik denk niet dat ik een bril met namaak hoornen benen wil hebben en mijn overhemd moet echt katoen of zijde zijn, mijn jasje echte wol en mijn schoenen van leer. Misschien heeft Kommer gelijk.

” Eerlijk gezegd, Kommer”, ik heb zin om iets aardigs te zeggen. ” Eerlijk gezegd hoop ook ik dat Amsterdam zijn eigen, shabby winkeltjes en uitstraling houdt. Ook ik wil er liever niets anders dan een draaiorgel en een trekharmonica horen. Echt is echt, al krijgt het wel eens een nieuw kleurtje.” Kommer snurkt. Mijn laatste woorden heeft hij niet gehoord. Hij wordt oud, echt…

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.bma.amsterdam.nl/adam/nl/groot/agnieten1.html

www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/214/oogvoordetail.html

www.echt.synoniemen.net

www.watisecht.web-log.nl

www.echtblog.wordpress.com

www.india.blog.nl

Advertenties

Beerenburg normaal

zonsondergang.jpg

Voor de laatste keer zie ik vanaf Kommers veranda hoe de zon ondergaat aan de horizon. Ze kleurt prachtig rood als wil zij zeggen “Nou, tabé, tot volgend jaar.” Maar wie zegt dat ik hier niet opnieuw ben met Kerstmis als de sneeuw hopelijk rijkelijk neerdaalt op het , dan, ongerepte weiland? Of misschien lokt de lust naar Beerenburg mij nog wel eerder naar de vorstelijke stins van de oude, onvolprezen politicus. 

Bijna zouden de tranen je in de ogen schieten maar ja, dan dringen zich weer allerlei typisch Nederlandse plattitudes op zoals “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” of “doe normaal”. Wie heeft die verschrikkelijke uitdrukkingen eigenlijk ooit uitgevonden?

“Ze zitten in het bot”,mijmert Kommer naast me. “In het bot van de Hollander die denkt dat grassprieten de hoogste planten ter wereld zijn. In het bot van de immer concurrerende koopman die bang is dat een ander hem zal overtreffen. Hoe sterk is de eenzame fietser.” Ja, Kommer kan bij tijd en wijle heel filosofisch zijn en dan, volgens mij, ook nog de plank precies raak slaan.

Hij zucht en neemt hoofdschuddend een slok Beerenburg. “Want wat is normaal?” zegt hij half luid. “Ik weet zeker dat de meeste mensen in Nederland mij niet normaal vinden. Misschien vind ik mezelf ook wel niet eens normaal maar doet dat er wat toe? Het gaat er toch om dat je gelukkig bent, dat je blij bent met je bestaan op aarde en dat je anderen niet in de weg zit bij hun zoektocht naar dat gevoel?” Hij neemt weer een slok en grinnikt zachtjes. “Nu heb ik een buitenhuis en een landgoed met paarden, schapen, een moestuin een orangerie en een prachtige siertuin. Ik heb een vrouw die schildert, een zeilboot, kinderen die het goed doen, Antje en…”hij tilt het glas even op “Beerenburg”.  En toch, op de keper beschouwd ben ik net zo gelukkig als in mijn beginjaren toen ik op een kamer woonde in de binnenstad van Leeuwarden, ja ik heb altijd in Friesland gewoond.”  

De oude, wijze politicus gaat iets verzitten in zijn stoel en kijkt samen met mij naar de ondergaande zon. “Daar gaat ze. Ze zal zich nooit iets aantrekken van normaal of merkwaardig gedrag”, zegt hij. “Wie zegt “doe normaal” bedoelt eigenlijk “doe net als ik”. Dat is behoorlijk autoritair, jezelf als maatstaf nemen voor elk zedelijk of wat voor gedrag dan ook.” Dan staat hij op en hij gaat precies in mijn blikveld, in mijn zon staan.

“Ja, jongeman, op het ogenblik heb ik je niet zoveel meer te vertellen. Ik ben een beetje emotioneel, misschien komt het door de zon, misschien ook van de geuren die uit het veld opstijgen. Ik heb er eigenlijk behoefte aan om even alleen te zijn. Eén ding wil ik nog wel kwijt: “Schrijf Berenburg in het vervolg met één “e”.” De oude man drukt me stevig de hand. “Kom rustig nog eens langs. De deur staat altijd voor je open.”

Op de oprijlaan keer ik me niet meer om. Dat is niet nodig. Ik weet dat ik hier nog ontelbaar vaak zal komen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 Service

www.dutchtvcentral.nl

www.frontpage.wezkaz.nl

www.vrouw.blog.nl

www.doenormaal.nl

www.doe-effe-normaal.nl

www.waterlandstichting.nl