Een nieuw volkslied

volkslied.jpg

De dominee van Scheveningen

Liep luidkeels langs het strand te zingen

Dat hij zee en golven moe was

En dat hij aan iets anders toe was

Daarom ging hij met gezwinde spoed

Een heel nieuw leven tegemoet

 

Hij kocht dus van zijn laatste centen

Een enkle reis voor richting Twente

Daar galmde hij tussen heuvel en bos

Uit volle borst er weer op los

Zijn stem klonk langs de Dinkel en Regge

En je hoorde heel Tukkerland al zeggen

De man die je daar zo hard hoort zingen

Is de dominee van Scheveningen 

Hij toog ook aan’t Midwinterblazen

En liet zijn toeter erbarmlijk razen

Totdat hij Twente ook weer zat was

En naar elders weer op pad was

 

Zo geraakte hij al binnen een week

In de Friese stad van Sneek

En ging van daar naar Hindeloopen

Om een megafoon te kopen

Nu kon hij zingend de storm bezweren

Al zeilend over ruige meren

En trok met zang dus naar het Bildt

Waar een ieder met hem heeft meegegild

En bij zijn aankomst in Stavoren

Overstemde hij de Friese koren

 

Maar Friesland was hem toch wat koud

Hij verruilde het voor kreupelhout

En galoppeerde als een dwaas

Met de noorderzon weer richting Maas

Daar bracht hij zingend grote schade

Toe aan de torens van Kerkrade

En eigenlijk had hij ’t gemunt

Op een concert op het Drielandenpunt

Hij zong van wandlen langs de Geul.

Van witte stadjes en weut ik veul

De klokken loeiden met hem mee

Ook toen hij riep: “Nou dag, tabee!”

 

“Op naar Flevoland getrokken”,

En de stinkerd nam de sokken

Bij Zeewolde klonk zijn stem heel laag

Hoe dat kwam was de grote vraag

Maar volgens mij is dat toch kolder

Want zoiets heb je in de polder

Berooid van al het potverteren

Kwam hij als kerkrat naar Almere

Maar op de Lelystadse Dijk

Zong hij zich toen weer stinkend rijk

Hij kreeg veel fans door zijn aubade

In de vorm van de Zuiderzeeballade

 

Zo opgejaagd langs rand en meer

Wilde hij dat nieuwe land niet meer

Misschien kan  ik het beste zingen

In ’t vlakke land van Groningen

 

Opnieuw op reis en onverdroten

Trok hij naar ’t stadje Winschoten

Waar hij de Schönfeldrhapsodie bedacht

Die hij zong uit alle kracht en macht

En lopend over de torentrans

Bleek hij als zanger nog meer mans

Want walsend over smalle stang

Zong hij voluit “Ik ben niet bang”

Zo raakte hij ’t hart van strokarton

Nog voor hij met zijn lied begon

 

Maar beneden op de Venne

Bleek geen mens hem nog te kennen

En dus besloot hij weg te gaan

Met geen verdriet en zonder traan

 

Een gooi naar Noord-Holland, niet gering

Bracht hem bij de Honsbossche Zeewering

Hij zong hier naar een ieders lust

Langs Hollands strakke, smalle kust

Maar met Petten in het zicht

Hield hij zijn mond toch schielijk dicht

In de kerncentrale grote scheuren

Dat mocht toch waarlijk niet gebeuren

Dus sloop hij naar de stad IJmuiden

Dat ligt wat verder naar het zuiden

 

Het zand dat jeukte bij zijn tenen

Al gauw was hij dus weer verdwenen

En tot zijn vreugd kwam hij te Veere

Waar hij luidruchtig kon repeteren

Hij was welkom bij de Zeeuwen

Die zingen zelf al vele eeuwen

En samen brachten zij, geen woord teveel

Gekweelde liedren, sentimenteel

Het was van West- en Oosterschelde

Dat domi’s stem zich helder meldde

De tranen uit de ogen welden

Van zijn publiek op vlakke velden

 

Toen kreeg hij een tunnel in ’t vizier

En uit was het met zijn plezier

Hij dacht al aan een dagje rente

In het stille land van Drente

Waar geiten mekkren en schapen blaten

En zangers hun gezang maar laten

Maar ook Drenten werden als snel overmand

Door lied van veen en heideland

Over Ruinen met het hunebed

En olieknikkers, oud en vet

Toch eenmaal bij het plaatsje Diever

Dacht hij : “ik kies toch maar weer liever

Voor weer een heel nieuw, fris begin”

En hij was dan ook goed van zin

 

Naar Oeteldonk is hij vertrokken

Waar ’t goede leven hem zo lokte

Zodat zijn stem wel even stokte

Maar met de nonnen graag ging galmen

Alle meest bekende psalmen

En de monniken gauw spijtig merkten

Hoe die meisjes gerne met hem werkten

“Hij moet hier gaan” was toen ’t idee

“Wat moet hij hier, die dominee?’

 

Haastig ging hij weg uit Brabant

En zocht een nieuw en ander land

Maar Utrecht zat hem veel te krap

Daar is geen plaats voor zangerschap

Zo kwam hij op ’t Gevers Deynautplein

En dacht, “o ja, hier moet ik zijn”

En bij het Kurhaus aangekomen

Raakte hij voor goed in dromen

Nu rust hij zwijgend bij golf en zee

Al zingt een meermin met hem mee

“Misschien was beter nog de Achterhoek

Helaas, te vroeg viel al het doek.”

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.wilhelmus.nl

www.volkslied.startpagina.nl

Advertenties

The URI to TrackBack this entry is: https://politiek.wordpress.com/2007/03/06/een-nieuw-volkslied/trackback/

RSS feed for comments on this post.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: