Ben ik “Camp”?

koperen_ko4.jpg

Er komt een moment in je leven dat je het moet toegeven: je bent uitgerangeerd en staat met één been in je graf. Vanonder de steen valt het niet mee om de ontwikkelingen in de wereld van de levenden nog te volgen. Als pseudo-letterkundige kun je bijvoorbeeld de ontwikkelingen zelfs in de taal niet meer volgen.

Dat gevoel kreeg ik gisteravond toen het begrip “camp” passeerde in een gesprek. Ik had geen flauw idee wat ermee bedoeld werd en kreeg meteen last van mijn nostalgiesyndroon: ik leef in de wereld van Beatles en hooguit Blondie. Shakira is aan mij voorbij gegaan. Ja zeker die naam ken ik nog. En dan is er nog zo’n schepsel als Birgit of Brigittte Maasland en ook dat is, denk ik gelukkig, aan me voorbij gegaan.

Maar goed “camp” dus. “Voor zover ik begrepen heb is “camp” een woord om aan te duiden dat iets in zo ernstige mate uit de trend ligt, dat het toch weer leuk is. Ik zal maar zeggen: de Teletubbies. Of nog beter: het kapsel van Jan Peter in zijn eerste jaren als premier. Of …nee…ik wilde zeggen het kapsel van Geert Wilders maar daar is niets leuk aan dus vergeet het maar.

Sinds drie maanden draag ik een hoed met slappe rand. Ben ik nu “camp”? Geen flauw idee. Eerlijk gezegd heb ik me er nooit iets van aangetrokken of ik binnen de smalle marges van een trend paste. Ik ben altijd gewoon mijn eigen weg gegaan omdat er altijd wel een schreeuwlelijk is die je in de grond probeert te boren. Wat je ook doet. Niet dat zoiets aan de orde was gisteravond maar het ligt wel aan de basis van mijn eigenzinnige gedrag. De andere kant van de medaille is dat ik nooit carrière zal maken. 

Ik heb altijd geleerd dat eigenzinnigheid in tegenstelling tot eigenwijsheid een positieve eigenschap was. In mijn eigenzinnigheid heb ik me de laatste jaren al herhaaldelijk gedachten gemaakt (dat is een Germanisme) over politieke partijen die zich vervreemden van hun beginselen en achterban. Vanmorgen stond er een artikel in de meest volkse krant over de PvdA die als “los zand” aan elkaar zou hangen. Dat was voor mij geen openbaring maar ik heb me wel aan het artikel gestoord.

Dat kwam doordat volgens het stuk “populisten van links en rechts” stellen dat de PvdA een vernieuwer is die de “gewone man” verraadt. Ik heb daar moeite mee. Zoals gezegd ben ik al jaren met het probleem aan het worstelen en nu lijk ik ineens te worden neergezet als een populist. Volgens mij is een populist iemand die iets roept omdat het hem goed uitkomt, bijdraagt aan zijn eigen meerdere eer en glorie. Bij mij gaat het om het welzijn van de politieke samenhang in dit land. Dat is iets heel anders.

Ik heb ook nooit gesproken over “verraad”. Naar mijn mening is de PvdA wel het zicht op de oorspronkelijke, erg omvangrijke achterban kwijt. Dat geldt overigens even goed voor de VVD, zij het dat die achterban kleiner is. Mijn bedoeling is het om de “Parteileitung”  ervan te doordringen dat zij een keuze moet maken over de te volgen weg. Een heldere ideologie die niet parlementair grijs mag zijn maar wel het midden zou kunnen houden tussen het Morgenrood en monarchistisch Oranje. En laten de dames en heren vooral begrijpen dat mijn verhaal niet in deze beeldspraak blijft hangen.

Mocht die duidelijkheid leiden tot het verdwijnen van een deel van de achterban, dan is dat jammer. Het is onmogelijk om het hele volk te laten vertegenwoordigen door één ideologie. Dat kan alleen “voor de schone schijn” in staten die heel ver verwijderd zijn van ons democratisch bestel. Schone schijn want ook een land als Iran slaagt daar niet in. Grote groepen van de bevolking proberen zich te onttrekken aan het officieel verkondigde fundamentalisme. Wat hen rustig houdt, is nationalisme. Niet de Islam.

Nou, ben ik nog een beetje bij de tijd? We zullen het zien. Duidelijk is wel dat de tweedeling binnen de PvdA, zoals de Wiardi Beckmanstichting dat noemt, misschien het beste zou kunnen leiden tot een oplsplitsing waarbij beide “lagen” zelf hun weg gaan zoeken. Dat is niet erg al kan het pijn doen. Het houdt in elk geval de mogelijkheid open voor de partijleden om trouw te blijven aan zichzelf. Volgens mij kun je op die manier populair worden of heel  erg “camp”. Ook dat laatste leidt tot het gewenste doel: aanhang. Die kun je dan weer verenigen en bij elkaar harken door “op camp” te gaan.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.jeugdsentimenten.net

www.nl.trendmicro-europe.com

www.trendystyle.net

Advertenties

Ormel contra mormel

1534.jpg

Het kost me geen enkele moeite om toe te geven dat ik graag in het gezelschap verkeer van mensen die meer maatschappelijk aanzien hebben dan ik. Sommigen menen dat het voor mij net zoiets is als de zonnebank voor anderen. Ik moet er niet aan denken.

Volgens mij moet je altijd aan het goede uiteinde beginnen van de pijp kaneel die het leven is. Met je talenten begeef je je onder die mensen die zich net iets boven je bevinden zodat ze je mee omhoog kunnen trekken. Alleen al het feit dat je je in hun directe nabijheid bevindt, kan positieve gevolgen hebben. Anderen krijgen de indruk dat er toch wel iets aan je te beleven zou moeten zijn, anders zou je je niet in dergelijk gezelschap bevinden. Bovendien kan je omgeving je de weg wijzen naar een betere maatschappelijke positie. Tot zover de geheimen van wat tegenwoordig wordt aangeduid als `netwerken`.

Aan het goede eind van de pijp kaneel en ook aan het juiste eind van een probleem. Wie schetste mijn verbazing toen ik las dat kamerlid Ormel  een soort Cito-toets voor honden wil invoeren. Zij moeten het gewenste hondengedrag tonen. Zo niet, dan kunnen zij de verplichting krijgen een muilkorf of iets dergelijks te dragen. Volgens het kamerlid zijn er teveel bijtincidenten.

En dan komt he. Je kunt de baas niet uit de `hondelijke macht` ontzetten. Het zou trouwens moeten zijn `bazelijke macht`. Daar draait het hele verhaal om. Niet de hond is fout maar de baas. Om te beginnen geldt voor heel Nederland al vanouds een aanlijngebod. Honden behoren aan de lijn te lopen en officieel kunnen ze zelfs worden afgeschoten als het niet zo is. Gemeenten hebben de bevoegdheid gebieden aan te wijzen waar de hond los mag lopen. Of liever: waar de baas zijn hond los mag laten lopen.

Nu groeit het aantal Nederlanders snel dat zich van deze wet niets aantrekt. Geen wonder want de politie let er niet op. Sterker nog, bij mij in de buurt woont een politiefiguur die de gemeentelijke regels aan zijn laars lapt. Hij en zijn vrouw laten de twee honden altijd los lopen. Daarmee geeft zo´n hermandadder wel helemaal een verkeerd signaal af. Kijk, de politieman doet het ook! Dat gaat allemaal onder het mom `ze doen niets` maar die formulering deugt niet.

Het zou moeten zijn, `ze hebben nog nooit iets gedaan`. Dat is heel andere koek want in het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst. Het komt méér dan ééns voor dat een hond die jarenlang allerliefst is geweest, plotseling aanvalt. Tja, het blijven dieren en ze houden er nu eenmaal een andere cultuur op na dan wij. Meneer Ormel zou zich dan ook hard moeten maken voor een strenger toezicht op het aanlijngebod. Dat is ook veel eenvoudiger te handhaven dan de “individuele papieren” van een hond elke keer te controleren.

Ik ben gek op honden en ik laat de mijne graag een eind los rennen. Daarbij zoek ik altijd een plek uit waar het kan en mag en dan nog ben ik uiterst waakzaam. Wat dat betreft heb ik de waakzaamheid van een hond. Zo handelt niet elke baas. Er zijn er die hun vierpotige vriend zelfs solo de straat op sturen. Niet leuk voor de hond en niet leuk voor de tuintjes waar gepoept en gegraven wordt.

Meneer Ormel, als het u werkelijk ernst is met de strijd tegen het mormel, richt uw aandacht dan op de baasjes. Dat zijn veelal de werkelijke mormels omdat ze weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen. Er is geen enkele reden om een ondeugdelijke hondenbegeleider eens flink aan te pakken. Boetes en wat mij betreft celstraf. Ga niet een splinternieuw lapmiddel verzinnen voor een probleem waarvoor al een goede regeling bestaat. Dat leidt alleen maar tot nieuw wettelijk afval.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http ://politiek.wordpress.com

 

Service

www.puckenco.com

www.petition.com

www.linkteller.com

Oorlogszucht

soldaat_van_oranje.jpg

“Hebben wij daarvoor gevochten?” las ik kortgeleden op een website van oorlogsveteranen. De schrijver wond zich op over een rechterlijke uitspraak die wat hem betreft veel te coulant uitviel. Ik kan dat begrijpen. Als je gewend bent aan de cultuur van het schuttersputje is elke uitspraak bijna te soepel.

Het is een oorlogszucht die geslaakt wordt door mannen die, bijvoorbeeld, in de Tweede Wereldoorlog voor onze vrijheid streden. Ik ontken niet dat zij zich hebben ingezet voor een zaak die in hun ogen de juiste was en dat zij met gevaar voor eigen leven dat doel hebben nagestreefd. Daarvoor kun je respect hebben. Of ik ook dankbaar ben, dat zal zo blijken.

Even zo goed wil ik nu van hun kant respect voor en vooral inzicht in het doel waarvoor zij hebben gevochten. Het resultaat was een samenleving waarin iedereen, ook de veteranen, het recht heeeft het hartgrondig oneens te zijn met de bestuurders. Dat recht werd de mensen onthouden door degenen tegen wie zij streden.

In mijn ogen hebben zij niet gestreden voor een samenleving waarin iedereen zich zou gedragen zoals zij dat graag zouden wensen. Wie dat beeld voor ogen had, was vermoedelijk tot in de loopgraven van zijn zinnen beroofd. Zelfs koningin Wilhelmina, niet vies van een beetje autocratie, wilde niet een dergelijk dichtgetimmerde samenleving.

Het dunkt mij dat een realistische beoordeling van de huidige samenleving elke vrijheidsstrijder tot tevredenheid moet stemmen. Zeker, er kleven vele fouten aan onze maatschappij maar ieder is in staat bij te dragen aan de verbeteringen die noodzakelijk zijn. Het lidmaatschap van een politieke partij doet wonderen in dat opzicht. Of ik de veteranen dankbaar ben? Ik ben dankbaar te leven in een maatschappij waar ik mijn denkbeelden vrijelijk kan uitdragen. Minder blij ben ik met stemmen die alsmaar hel en verdoemenis prediken en niets dan verloedering zien. 

Dezer dagen ben ik benaderd door een aantal politiek actieve veteranen met de vraag of ik wilde deelnemen aan een groep “Orde op zaken in Nederland”. Ik heb een bericht teruggestuurd “Ik heb mijn ziel al verkocht”. Eigenlijk is het gek want wie mijn weblog doorspit, kan weten dat ik me niet zo aangetrokken voel tot organisaties die rieken naar “Nationaal Herstel”.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.inghist.nl

www.antiqbook.nl

Kiereweed en neuken mag niet meer

51ba4068b824748d3aaf39c5d7d23bf4_article.jpg

Ja goeiemorgen, die draaierigheid is nu wel weg al duizelt het me nu op een andere manier. Vanavond speelt Nederland tegen Slovenië en eerlijk geezgd kan het me geen kwadraat schelen als dat land maar blijft liggen waar het ligt. Anders heb ik van de zomer een probleem en ik heb al problemen genoeg. Giosteravond ook nog een hele heisa over Endstra op tv maar volgens mij was er allang een end aan de stra. Daar heb ik dus ook niet naar gekeken.

Wat me wel opviel was dat een meerderheid in de Tweede Kamer de paddo’s wil verbieden. Eén keer springt en jeugdige Francaise verkeerd na vermeend gebruik van de foute champignons en hup…verbieden! Alsof we nog geen ervaring hebben met een verbod op drugs. We merken dagelijks dat het een effectieve manier is om het gebruik ervan de kop in te drukken, niet waar? Drugs verbieden omdat je er verslaafd aan kunt raken en dood aan kunt gaan.

Dat lijkt me genoeg reden om het neuken ook maar in het wetboek van strafrecht op te nemen want je kunt er verslaafd aan raken en (via aids) aan dood gaan. Soms werkt hetnog hallucinerend ook, tenminste te horen aan de geluiden. Tegelijkertijd hebben we er geen moeite mee als ouders hun kinderen opvoeden tot alcoholist met behulp van de overal verkrijgbare breezers.

Drugs verbieden is niet in het belang van de gebruikers maar van de producenten. Ik stel iedereen die voor zo’n verbod stemt persoonlijk verantwoordelijk voor de bloei (wat een mooi woord in dit verband) van de drugshandel over de hele wereld. Alleen aandeelhouders in paddovelden kunnen logischerwijze voorstander zijn van zo’n verbod. Het zal de vraag niet doen afnemen terwijl de prijzen ongebreideld oplopen. Een paradijs voor de georganiseerde misdaad dus.

Een verbod op paddo’s kan dan ook alleen gezien worden als criminaliteit op overheidsniveau. De verdenking van betrokkenheid bij de illegale handel rust op elke “ja”stemmer. Misschien is dat eens een onderwerp dat onze nationale herrieschopper in het parlement kan aankaarten. Alhoewel, ik vrees dat hij, gewoontegetrouw, de kant van het geboefte heeft gekozen. Voorstemmers, ik doe het niet graag, maar ik kan u niet anders dan “kiereweed”noemen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.crimezone.nl

Paddeltje en de blunderbus

victor_render_4.jpg

Ja, jullie moeten me het maar vergeven maar ik heb vandaag een vegetarische schotel klaargemaakt. Ter ere van Knut natuurlijk. Nou heb ik in de saus nog al wat paddestoelen verwerkt, grotchampignons van een wat bijzonder model. Ze hadden een leuke voorraad bij de coffeeshop die twee straten verderop is. Heerlijk hoor, zo’n vegeterende maaltijd en je krijgt er nog beelden bij ook.

Ik zou zeggen, het is beter dan powerpoint. Mijn eerste beeld was dat ik vanaf vliegveld Tenerife opsteeg en er in een hoge vliegtuigtrap bleef hangen die iemand daar had achtergelaten. Ik weet het weer, er zat de visitekaartje van een zekere meneer Eurlings aan. Waar heb ik die naam toch eerder gehoord? Toen ik me eenmaal had losgemaakt uit het roestige staal van dat ding, vloog ik verder. Wat je dan ziet!

Eerst passeerde ik een hele zwerm Nobelprijswinnaars voor de Vrede. Voorop vloog een duif met  het gezicht van Yasser Arafat. Daarachter kwam een hele groep andere rare vogels die mij vooral aan Lingo deden denken. Ongewild keek ik even naar beneden want ik heb eigenlijk hoogtevrees maar na de paddestoelensaus had ik nergens meer last van. Daar stond George W. Bush een nieuwe bikini te passen. Roze met lichtblauwe bloemmotiefjes, echt alleraardigst. Dat mag hij van zijn vrouw als het voorjaar net begonnen is. Zijn prada lagen nog een eindje verder in het gras. De reis ging verder.

Ik zweefde over Noord-Somalië waar ik even landde om eens te voelen hoe heet je het daar onder de voeten kan hebben en geloof het of niet, Osama bin Laden landde 100 meter voor me in zijn babybadje terwijl hij alsmaar badeendjes naar beneden gooide onder het zingen van “New York, New York, if I can make it there, I can make it anywhere”. Zo’n tocht is best goed voor het netwerk.

Even zo goed steeg ik snel weer op want de grond werd me behoorlijk heet onder de voeten en ik bleef bijna steken in de onmiskenbare voetstappen van ene Ayaan, dochter van “noem de hele reut maar op” terecht. Met een duikvlucht ging ik over Harare waar een oude mopperende man bezig was de roos uit zijn snorharen te pulken terwijl hij zichzelf als maar herhaalde “This land is my land, this land is my land, from southern Egypt to Capetown City. White peole starving, and I am carving the shit out off my fellow men…”op de melodie van een liedje van Harry Belafonte.

’t Klonk vals maar hij probeerde het tenminste. Ik zweefde verder en met een onverwachte rukwind belandde ik op het Binnenhof in Den Haag. Daar stond een grote bus klaar met 150 zitplaatsen. Ze zou vertrekken om de leden van het kabinet te volgen, where ever they go… “Blunderbus, voor al uw loze reizen” stond er op de zijkant. Als laatste stapte “Paddo” Fred in, beter bekend als de kweker van de Teevenzwam maar ja, dat is zo’n verhaal en het is al zo draaierig in mijn hoofd…

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

paddo.startpagina.nl

proto.thinkquest.nl

Het optiesyndroom

kafka-logo.jpg

“Wat voor opties heeft u op deze viersprong?” “Ik kan drie kanten uit of terug.” Heel goed, u krijgt een 8. Niet alleen omdat u inzicht heeft in de vraag maar ook in de taal. De laatste jaren heeft het woord “optie”opgeld gedaan. Dat is niet zo maar iets, het is een teken des tijds.

In bijna alle gevallen kan het woord “optie” worden vervangen door “mogelijkheid” of “keuze”. Twee goede Nederlandse woorden die het loodje moesten leggen tegen het opdringende Amerikaans-Engels (option) en gewichtigdoenerij. In feite passen die twee laatste naadloos in elkaar. Ik moest daaraan denken toen ik kortgeleden in het stadhuis een gesprek had met iemand over gemeentelijke voorlichting.

Hij was daarover niet bijster positief en gezien zijn ervaringen viel dat te begrijpen. Daarover wil ik het nu niet hebben maar zoals gewoonlijk had hij niet helemaal ongelijk. Alles draait om “imago” dezer dagen. Of dat een goede ontwikkeling is, is sterk de vraag. Een historisch voorbeeld: minister Potoemkin liet de huizen van een stad die werd bezocht door tsarina Catherina de Grote voorzien van namaakgevels. Dat was bedoeld om de tsarina te laten denken dat alles goed ging in haar keizerrijk. Een risico zat daar ook in want als de tsarina het bedrog had ontdekt, dan waren er zeker koppen gerold. Die kans was niet groot. De minister wist dat zijn vorstin niet zou afstijgen voordat hij daartoe het teken gaf.

Het uiteindelijke gevolg van al dat imagobedrog was de communistisch revolutie van 1917. Volk en vorst waren volkomen van elkaar vervreemd. Van imagobedrog hebben de Russen altijd goed geweten. Nadat ik ooit één keer het informatiebulletin van de Sovjet-Unie had aangevraagd, heb ik het jarenlang ontvangen. Het blad stond vol met de meest schandalige verdraaiing van zaken. Zo waren de Letten en Esten de gelukkigste Sovjetburgers die er bestonden. Waar dat op uit is gelopen, weten we nu.

De laatste jaren doen we er in het “vrije westen” volop aan. Zo bekruipt mij als journalist nog al eens het gevoel dat ik het verlengstuk ben geworden van de afdeling voorlichting van de gemeente. In elk geval  stelt men pogingen in het werk om het zover te krijgen en het is moeilijk om daar een positieve wending te geven. 

De zucht naar een positief imago is best te begrijpen. Sinds de zestiger jaren mag iedere inwoner van dit land vanuit zij n of haar mening keihard uit de onderbuik toeteren. Jarenlang is gestimuleerd dat mensen over van alles en nog wat meepraatten en het maakte niet uit of ze er verstand van hadden of niet. Politici moesten draagvlak zien te krijgen op basis van al die onderbuikgevoelens wat natuurlijk nooit lukte. Wat je ook doet, de onderbuik blijft immer onbevredigd en vraagt om meer.

De beste remedie leek het te zijn om mensen te chanteren met gebrek aan werk, een “tsunami” van concurrentie uit het buitenland en de nieuwste vinding: een angstaanjagende onveiligheid. Jawel, ook op gemeentelijk niveau is “terrorismebestrijding” een serieus discussiepunt geworden. Ondertussen besloot het bestuur tot een niets-ontziend imago-offensief: alles is mooi en prachtig en wij doen echt ons best voor u. Geloof ons nou maar!

Inmiddels hebben journalisten de truc natuurlijk allang door en het zal zaak zijn om de altijd wat onnozele burger de ogen te openen. De onderbuik hersens te geven, zal ik maar zeggen. Hopelijk is het dan nog niet te laat en zijn we nog niet aan de grenzen van een nieuw jaar 1917 gekomen. Wat daarna indertijd volgde, was nou niet bepaald verheffend. De overheid zou er goed aan doen minder op imago te sturen en te zoeken naar een fijnmaziger en structureler contact met de burger. Misschien kunnen we dan van die onzinnige imagotaal als “optie”, “met name”,  en “c.q.*” af.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.menscentraal.nl

www.delta.tudelft.nl

Aap, noot mies en de schapen

leesplank7.jpg

Vroeger was alles beter. Nou niet echt maar een geniale vondst was de leesplank . Wie met behulp van het ding heeft leren lezen, kan nog slapend het begin citeren “Aap, noot Mies, Wim Zus, Jet en het allerlaatste woord was “schapen”. Wie bij schapen was, mocht slapen.

Opvallend aan die leesplank was dat er geen enkel intellectueel beroep op voorkwam. Niet eens een verwijzing naar iets intellectueels. Bijna alle woorden waren gekozen uit het eenvoudige boerenleven. Dat was mooi want er bestond kennelijk heel veel waardering voor het echte, zware handwerk. Nou, daarin kwam in de zestiger jaren van de vorige eeuw de nodige verandering.

De revolutie van de zestiger jaren was niet eens in de eerste plaats de opstand van de Provo’s al hadden zij de reputatie. In werkelijkheid draaide het om de emancipatie van de arbeiderskinderen. Zij kregen de kans te studeren en door te dringen in de hogere regionen  van de samenleving.

Nu misten zij veelal een brede algemene ontwikkeling die tot dan toe voorwaarde was geweest voor een hoge functie. Daarvoor lag de oplossing voor de hand. In het vervolg ging het niet meer om vakkennis en brede, maatschappelijke oriëntatie. Nee, het werd de kunst zo diep mogelijk te duiken in één, héél klein deelonderwerp van maatschappij, wetenschap en techniek. De deskundige, de specialist verscheen ten tonele en tegelijkertijd werd het woord professionalisering uitgevonden. In het verleden waren mensen kennelijk alleen maar met hobby’s bezig geweest.

Techniek en wetenschap kwamen de ontwikkeling te hulp door een reeks van nieuwe ontdekkingen en in ieder van die ontdekkingen kon je je specialiseren. Van elke wetenschappelijke of technische mug werd een olifant gemaakt en zo ontstonden vakken als politicologie en marketing.

Al was die truc van de professionalisering een slimme oplossing voor een onderschuffeld gebrek, iedereen moest wel meer intellectuele preaties leveren. Het onderwijs werd elitairder dan het ooit was geweest in het bourgeoistijdperk. Niks waardering voor het landleven en weg met de ambachtsschool. Die laatste was alleen maar goed om voor arbeider te leren en tja…

Dus werd het onderwijs ingericht op een vloeiende weg omhoog. Daarvoor was de Mammoetwet bedoeld en later ook de Middenschool. Het ging erom zo hoog mogelijk te scoren en de kinderen moesten ook zelf die kennis maar vergaren. Weg met die aristocratische, alwetende docent met meerwaarde in zijn ransel. Wie plat sprak en niet intelligent genoeg voor de universiteit, kon leraar worden.

Helaas, na veertig jaar bleek een groot deel van de kinderen toch liever iets te doen met de handen maar daarvoor bestond geen opleiding meer. De gehate ambachtschool was de nek omgedraaid en wie meer praktisch was ingesteld dan theoretisch, ja die moest maar …zien. Leeglopen rond studiefabrieken waar de band met de school minimaal was en vertrouwde leraren lang niet altijd bereikbaar omdat ze even bezig waren in een andere `sector`waar de professionalisering iets anders werd doorgedrukt. Jahaa, dat werd spijbelen, vernielen, vandaliseren, ouwetjes lastig vallen en ga zo maar door.

Maar we pikken het niet meer. De jongeren moeten wer in de pas lopen en dus, o ei van columbus, laten we ze kennismaken met het werk in bedrijven. Sommige jongeren worden goed opgevangen door een vrijwillige “meester in het vak” en leren daar op een positieve manier hun handen gebruiken.

Zo verbeteren we het onderwijs dat eerst vakkundig in de vernieling is geholpen. Wie praktisch is ingesteld, mag ineens weer gewoon het vak van een handwerksman leren. En…leerkrachten mogen weer opvoeder zijn. Mannen en vrouwen die op grond van hun brede, algemene ontwikkeling zulk interessante verhalen te vertellen hebben. Want ja, alles begint met interesse. Alleen…die opleidingen voor leerkrachten hebben nog wel een zetje nodig. Die moetn echt veel beter. Scholing in de vakken psychologie, pedagogiek, Nederlandse taal, geschiedenis, aardrijkskunde en hoofdrekenen. Je bent toch mensen aan het vormen en geen bedieningspersoneel voor computers!

En als ze dan die betere opleiding hebben gekregen, beloon ze er dan ook naar want echt, onderwijs is en blijft één van de mooiste maar ook zwaartse beroepen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress,com

 

Service

 

www.ambachtonline.nl

www.loesje.info

Floris V, mijn vriend

gilde1.jpg

Paardrijden was in mijn jonge jaren een sport voor de “happy few”, niet een wijdverbreide tijdspassering zoals in deze tijd. Toch wilde ik ook in die dagen al ruiter zijn en ik galoppeerde naar de lagere school en weer terug. Soms als edelman, soms als cowboy. Fantasie maakt frustraties en geldgebrek vaak goed.

Die edelman had ik trouwens zo goed als in levenden lijve gezien. Ik wist zeker dat het  Floris V, graaf van Holland, was waarover mijn onderwijzer in de klas had verteld. Die onderwijzer heette meester Bos en dat zal ik ook nooit vergeten. Ter ondersteuning gebruikte hij bij zijn vertelling een plaat van Isings en een lange aanwijsstok. In mijn verbeelding was die aanwijsstok bijna een soort rapier waarmee hij de vijand doorboorde. Hij vertelde in meer kleuren dan op de plaat te zien waren, hoe de graaf van Holland werd vermoord en ik was woedend. Die rot-edelen!

Natuurlijk was ik toen nog niet op de hoogte van het doen en laten van Floris V die uitgebreid gebruik maakte van vorstelijke rechten als het om de dames van de edelen ging. En dat was nog maar één van de “hoge sprongen” waarvan Gijsbrecht van Aemstel hem betichtte. Floris V wilde eigenlijk absoluut vorst worden over een gebied dat net iets groter was dan het huidige Groene Hart.

Maar had al die feitenkennis mij verder geholpen? Veel belangrijker was het dat mijn gevoel voor rechtvaardigheid was aangesproken door de moord op een man die de eenvoudige boeren te hulp schoot. Zeker, uit eigenbelang, maar ook dat was mij nog niet bekend. Door het verhaal over de graaf en andere ervaringen ontwikkelde zich bij mij een moraliteit die principieel koos voor de underdog. De verpauperde boeren en de vermoorde graaf dienden als voorbeeld.

Meester Bos had zijn doel bereikt. Door zijn “meesterschap” had hij bijgedragen aan mijn opvoeding. Dat meesterschap maakte in de loop van de jaren in het onderwijs plaats voor “management” door een “meneer” die soms “gewoon” Koos of Gerrit heette en die zich het vuur uit de sloffen liep om de kinderen te bedienen. Van verhalen had hij geen kaas gegeten en Floris V was voor hem niet meer dan een mistige figuur die ergens in de boeken te vinden was. De kinderen moesten zelf maar uitzoeken wat die naam inhield. Ze maakten er mooie werkstukken over maar…de ontwikkeling van de moraliteit bleef uit.

Ik moest er gisteren aan denken toen ik een wat zwaarwichtig artikel las van  Frits van Oosterom, President van de Akademie van Wetenschappen. Zijn kritiek op het hedendaagse onderwijs strookte volledig met de mijne, dacht ik nadat ik het artikel uit had. De leerkracht is te “licht” geworden. Hij heeft veel en veel te weinig kennis van het vak dat hij doceert. Daardoor faalt hij in de opwekking van belangstelling. In plaats daarvan moeten kinderen het doen met een vracht aan multimediale pakketten waar zij helemaal geen zin in hebben. Bij gebrek aan belangstelling.

“Zo verbeteren we het onderwijs”, zo stelde Van Oosterom. Meer gewicht toekennen aan de leerkracht omdat hij of zij de warmbloedige mens is die bij de kinderen de interesse voor het vak moet opwekken. Minder dikke vrachten aan lesmateriaal zodat de wervelkolom van jonge mensen niet in een veel te vroeg stadium vergroeit. Een veel bredere kennis en visie bij de leerkracht ook. Weg met het aanbeden “specialisme” en de daarbij behorende en verafgode “professionalisering”. Kinderen hebben dat niet nodig. Ze willen in de eerste plaats met een mens van doen hebben. .

Laat de onderwijzer weer een echte meester zijn, iemand met een brede, algemene ontwikkeling. Hoofdrekenen moet hem of haar net zo gemakkelijk afgaan als een geschiedverhaal en het zingen van een lied. Dan hebben leerlingen iemand voor zich staan om tegenop te kijken, iemand die als voorbeeld kan dienen in plaats van een voetveeg die de weg probeert te wijzen.

Vroeger was alles beter. Dat zou ik niet willen zeggen, zeker niet met mijn grote gevoel voor rechtvaardigheid. Daar ontbrak het nodige aan en misschien zijn er wat stappen voorwaarts gezet op dat gebied. We kunnen wel leren van het verleden en daarbij hoort het belang van een “echte mens” als leerkracht en als opvoeder. Ja zeker, de leerkracht is geen lesboer maar evenzeer opvoeder. Wie zes of zeven uur per dag met kinderen omgaat, speelt noodgedwongen en willens en wetens een rol in de opvoeding. 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst 

Http://politiek.wordpress.com

Service

www.gilde.nl

Knut en de haatzaaierij

350px-prise_de_la_bastille.jpg

“Wat bezielt de mensen toch, tegenwoordig?” “Wat?” “Wat de mensen toch bezielt tegenwoordig, heb ik gevraagd. Je lijkt wel doof! Haatzaaien door fascisten, socialisten die daartegen weer een signaal willen afgeven. Voor wie eigenlijk. Om het eigen gelijk te bewijzen? Jonge ijsbeertjes doodmaken en …”

“Ja, je hebt gelijk. Wat die socialisten in Amsterdam doen, is ook haatzaaien maar dat is tegen de fascisten en dan mag het. Zeggen ze, maar ja, wie haat zaait, zal oorlog oogsten” “Is Wilders dan een fascist?””Natuurlijk niet maar het doet het goed als je jezelf een veer in je kont wilt steken en vooral je eigen fouten niet wilt erkennen. Pas op, ik ben bepaald geen vriend van Wilders! Die man heeft trouwens wel fascisten en zelfs nazi”s in zijn achterban.”

Mijn lezers zullen inmiddels begrijpen dat ik bezig ben met de door Jan Peter zo fel begeerde maatschappelijke discussie. Die is overigens niet door Jan Peter veroorzaakt maar door Geert Wilders. Jan Peter houdt niet van discussieren. Een debat over de redenen om mee te doen aan de Irakoorlog vindt hij bijvoorbeeld onnodig. Meer dan de helft van de Nederlanders was tegen die oorlog maar Jan Peter vindt een discussie erover onnodig. Dat lijkt arrogant en dat is het ook.

Eigenlijk berustte zijn hele beleid in dat geval op een misdadige greep uit de collectieve portemonnee om de VS te vriend te houden. Ik kan het nog smaller zeggen, om Jaap de Hoop Scheffer een baantje bij de Nato te bezorgen. Dat gold als aflaat voor de schofterige manier waarop het CDA die man een tijdje eerder had behandeld.

Doe ik nu aan haatzaaien tegen Jan Peter? Tja, misschien wel een beetje. Laat ik het goedmaken. Wat moet de PvdA nu met dat hele onderzoek naar onze sprong in het Iraakse drijfzand? Het ligt moeilijk. Oorspronkelijk heeft die partij aangedrongen op een onderzoek maar bij de kabinetsformatie heeft ze daarvan afgezien. En eerlijk gezegd denk ik dat ze het daarbij moet laten. Je moet ook een betrouwbare regeringspartner kunnen zijn al moet je die partners wel enorm in de gaten houden. Nederland zit sowieso niet te wachten op de zoveelste kabinetscrisis, de veritalianisering van ons bestel.

Dat onderzoek naar de Iraakse oorlog is trouwens allang begonnen met het programma van Reporter en ik zou het ook veel liever in handen laten van journalisten dan van het parlement. De uitkomst lijkt me betrouwbaarder. Of daarna weer een zooitje haatzaaierij tussen partijen begint?

Ja, je kunt tegenwoordig alles verwachten want onze leidinggevende politici lijken zich vooral te willen profileren door om het hardst te schreeuwen en tegen elkaar in te gaan. De Poolse Landdag was er een schoolvoorbeeld van beschaving bij. Een soort ontpoldermodellering, zal ik maar zeggen.` Ja, die aanhalingstekens kloppen wel want ik was nog steeds aan het woord.

En is Wilders nu een fascist?  `Ik zou zeggen, bijna. Hij hamert maar op de eenheid van cultuur in dit land en dat is een echt fascistisch standpunt. In Nederland is die gedachte het laatst voortgekomen uit de bizarre ideeenbrij van Pim Fortuyn die sprak van `dominante cultuur`. Dat is één van de meest onzinnige opmerkingen die ik hem ooit heb horen maken. Er bestaat niet zoiets als een dominante cultuur. Er is wel een verschil in de mate waarin groepen mensen elkaar hun eigen cultuur willen opleggen. Het vrije westen loopt wat dat betreft voorop.

En let op, fasicten zijn geen racist. Als je fascisme en racisme vermengt, krijg je nationaal-socialisme. Wilders is geen nationaal-socialist of nazi en ik zie ook nog geen fascist in hem. Hij heeft wel ondemocratische standpunten verkondigd maar nog geen antidemocratische. Nog geen, want de kans is groot dat het wel zo ver komt. Vooral als de haatzaaierij vanuit Amsterdam en anderen die zonodig een signaal moeten afgeven, hem verder in de extreme hoek drijft. Hoe dan ook, tot nog toe heb ik niet gehoord dat hij van het parlementaire systeem af wil. Als hij die grens overgaat, is hij een `unverfrohren` fascist geworden.

Fascisten houden de boel graag onder de knoet en nu we het daar toch over hebben…Knut. Het ijsbeertje. Ook daar zie je het fundamentalisme al weer de kop opsteken. Dierenbeschermers willen hem laten afmaken omdat hij geen raszuivere ijsbeer meer zou zijn. Dat klinkt naar spijkerlaarzen en ruikt naar gas. Of ben ik nu aan het haatzaaien? Misschien maar ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat zelfs een ijsbeertje het slachtoffer zou kunnen worden van onwrikbaar gedachtengoed. En juist dat gedachtengoed lijkt me de wortel van haatzaaierij.

In ons denken over dieren komt ook naar voren hoe we met andere mensen om willen gaan. Dierenbeulen zijn vaak even gestoord als verkrachters maar te laf om een mens aan te vallen. Wie accepteert dat dieren minder waard zijn dan mensen, aanvaardt dat het ene leven meer waard is dan het andere. Ja, dat lijkt me nou niet de opmerking van een haatzaaier.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

 

Service

www.geenstijl.nl

www.amnesty.nl

 

Macht und Nebel

ui_model.gif

Toen Adolf Hitler zich aansloot bij de Deutsche Arbeiter Partei werd hij ingeschreven als lid nummer 8. Hij was nummer laatst op dat moment en niemand maakte zich druk om een partijtje met acht malloten die zo nu en dan in een café bij elkaar kwamen om te schelden op de regering. Na een fusie met de Deutsche Nationale Volks Partei ontstond de NSDAP (Nazional Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei=Nazi’s) In 1934 telde de knokploeg van de NSDAP, de SA, ongeveer 3 miljoen leden. In de pas achter het vaandel met hakenkruis of swastika.

Zo heb je een kleine “one issue” partij en zo ben je groot. Goed Nederlands voor “one isssue” is trouwens “thema”.   Nou ja, Nederlands, maar goed. Het kan snel gaan met zo’n partijtje. De oprichting van een themapartij is nooit een probleem. Er is altijd wel een ergernis die de bestaande partijen hebben laten liggen. Laat ik hoofdluis nemen want dat past goed bij mijn naam. Het is ergerlijk en het is steeds voelbaar. Als mijn nieuwe partij de Partij tegen de Hoofdluis (PtdH)  daar een groot punt van maakt, dan krijg ik aanhang. En de aanhang groeit want andere partijen doen niets aan die hoofdluis en ze lachen mij uit terwijl de burgers toch echt heel veel last hebben van die jeukerds.

De partij groeit en groeit als een ui. Rond de kern vormen zich steeds weer nieuwe rokken en die bezorgen mij macht. Van de kern tot en met de buitenste rok heb ik ze nodig. Adolf Hitler wist dat als geen ander en hij gaf de buitenste rokken het hakenkruis als symbool en niet te vergeten de Volkswagen. Geniaal was zijn idee om de oude Reichsadler en het hakenkruis in één symbool op te nemen. Daarmee suggereerde hij dat zijn beweging een voortzetting van het oude Duitse Keizerrijk voorstond. Das Dritte Reich. Hij “creëerde” ook antisymbolen zoals de Davidsster op de kleding van Joden. Daar moest je ver van blijven. Bovendien, kenmerkend voor een dictator, liet hij  goed de nadelen merken als iemand niet meer in die symbolen geloofde.

In de kern van mijn partij warmen de mensen zich aan ideologie en partijjargon Dat zijn de waarden die we hanteren. De communistische partijen van de Sovjetstaten hanteerden bijvoorbeeld in het Politbureau de noodzaak van , benaderde, eenstemmigheid. Daar speelde de “democratie” zich af. Overigens werd er op grote schaal gemarchandeerd en gechanteerd. Belangrijk jargon was “het volk” waarmee de partijbonzen in wezen alleen zichzelf en hun directe omgeving bedoelden. Toch meenden ze, aanvankelijk, echt “het volk” te bedoelen. 

Rondom de kern spelen zich de rituelen af. De leden van de kern zijn daarbij volop betrokken. Voorbeelden daarvan zijn de parades op het Rode Plein en de Partijdagen van de Nazi’s maar ook de toelating van een oppositie in het Sovjetparlement  in de vorm van een machteloze boerenpartij.  Tot de rituelen behoorden tevens de zittingen van het Sovjetparlement. Verder van de kern bevinden zich de helden. In de Sovjetsteden en – dorpen waren altijd grote borden te zien met foto’s en afbeeldingen van “brigades” die hun doelstellingen hadden bereikt. Helden van de Sovjetstaat. Maar ook Lenin, Stalin en hun opvolgers waren helden, de grootste nog wel. Steeds werd iedereen voorgehouden dat die positie voor elke “kameraad” te verwerven viel. Het sloot naadlos aan bij de uitspraak van Napoleon: “Elke sodaat draagt de maarschalkstaf in zijn ransel”. 

In de buitenste rokken gelden de symbolen. Hakenkruis, hamer en sikkel, fasces. wolfsangel. Eventueel spelen de antisymbolen een rol, de symbolen waaraan “het kwaad” of “de vijand” te herkennen is zoals de Davidsster bij de nazi’s.

Deze buitenste rokken vormen een belangrijk maar nevelachtig gebied voor mijn partij. Ik heb het zicht verloren op de mensen die zich daar bewegen en ik weet ook niet precies wat voor verhalen er de ronde doen. Nu zit ik met een probleem. Er is een tweede, kleine, themapartij opgekomen: de PtdS (Partij tegen de schaamluis). Het lijkt erop dat mensen uit de buitenste nevelige rokken naar die partij weglekken. Ja, in wezen bevinden zij zich ver van mij kern en veel dichter bij die van de PvdS. Vanuit de nevelen lopen mensen over en daarmee verlies ik macht want in onze democratie, in onze samenleving, draait alles om het getal.

En daar zit het volledig eigentijdse probleem van onze grote partijen. Zij zijn het zicht kwijt op de leden en kiezers in de nevelgebieden, de Avalon-zone, van de eigen partij. Bovendien hebben zij de symbolen afgeschaft. Symbolen die zo hard nodig waren en ook zijn om de “bewoners van Avalon” bij de les te houden. In plaats daarvan is het symbool gekomen van de individuele, zelfstandige, kritische kiezer. Niemand gelooft er echt in en ook die kritische kiezers niet. Zij maken van het symbool gebruik om in volslagen losgebrokenheid het eerste het beste icoon te volgen dat passeert. Een peroxidepruik.  De vraag is of het tij valt te keren.

Misschien wel. De wijk- en buurtgerichte aanpak die de PvdA voorstaat, is een begin. De daadwerkelijke bestrijding van problemen in de achterstandswijken vormt een kans. Naast effectieve aanpak zal echter ook symboliek nodig zijn om te zorgen dat mensen “die nog even niet aan de beurt zijn” de moed niet verliezen. Andere partijen zoals de PVV en de SP zullen zonder meer proberen te wijzen op de achterstandswijken die pas in een tweede fase aan bod komen en zo verdeeldheid zaaien. Ik hoor het ze nu al zeggen: “Kennelijk doen de mensen in die wijken er in de ogen van het kabinet niet zo erg toe”. 

Ja, we hebben elkaar wijsgemaakt dat symbolen nutteloze verschijnselen zijn. In elk geval hebben we de oude symbolen naar de prullenmand verwezen. En toch zal het niet lukken om de bewoners van de Avalon-zone te overtuigen van de goede bedoelingen zonder de inzet van, desnoods nieuwe, symbolen. Er moet aandacht en energie zijn, juist voor de buitenste regionen als een partij haar macht wil behouden. Dat is tegendraads aan de gebruuikelijke gang van zaken want de mensen in de kern  hebben de neiging uitsluitend op elkaar te letten.      

 Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Service

www.agfpn.nl

www.avalonlive.com

www.nacht-und-nebel.info