De helft

Vanmorgen las ik in mijn huiskrant een artikel over de gelijkwaardigheid van dieren. ik schrok daar niet van. Ik liet mijn broodje niet ijn handen vallen en ik begon geen eigenaardige trillingen in mijn  stem te krijgen. Ik voelde ook geen verontwaardiging en was niet aangetast in mijn menszijn. De eerste gedachte die bij mij binnenkwam was “eindelijk”.

Van jongsafaan ben ik ervan overtuigd geweest dat dieren op aarde hetzelfde bestaansrecht hadden als mensen. Als ik me niet vergis is hun ontstaansbron dezelfde als de onze. Of je nu de Bijbel open slaat of de werken  van Darwin doorploetert, ze zijn van mening dat dieren en mensen dezelfde oorsprong hebben. Beide stellen ook dat de mensen  later in de tijd tot stand kwamen dan de dieren. 

Natuurlijk, ik eet graag een karbonaadje, een biefstuk of een haring-met-uitjes. Ik eet dus wezenss die gelijkwaardig zijn aan mij en dat is maar goed ook als je denkt aan de stelling “Der Mensch ist was er iszt.”  “Eten en gegeten worden” is voor het leven even essentieel als de gelijkwaardigheid van levende wezens. Spinnenvrouwtjes eten zelfs hun mannetjes op na “de daad” en als het aan Ciska Dresselhuys ligt gaat het met de mensen dezelfde kant op (hoe wel zij misschien nog liever in een eerder stadium aan die maaltijd begint). Kortom, de natuur dwingt mij om te eten en…dan doe ik dat maar het liefst op de meest aantrekkelijke manier.

De gelijkwaardigheid van dieren is bij mij thuis allang een feit. Meestal ben ik de laatste die naar bed gaat. Mijn helft van het bed is dan veelal in bezit genomen door een Jack Russell  en twee katten. De derde kat heeft haar heil elders gezocht. Ik kruip dan maar bij mijn wederhelft in haar beddenhelft en verenig dus het nuttige met het aangename. Als ik halverwwege de nacht behoefte krijg aan meer ruimte, herover ik mijn eigen beddenhelft stapje voor stapje. Tegen de ochtend deel ik mijn bed dan met mijn viervoetige mede-aardebewoners. Ieder de helft.

Als we dat nu eens afspraken om te beginnen: de dieren de helft en de mensen de helft. Dan ligt het voordeel nog grotendeels bij de mensen maar het is een begin. En … beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Tot sterkte

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Advertenties
Published in: on 30 september 2006 at 12:31  Geef een reactie  

Stadhuisnomaden

In het verleden hoorde je wel eens iets over stadsnomaden. Vooral in de “grote steden” (die uitdrukking blijft mondiaal gezien wat lachwekkend). Sinds gisteravond hebben we in mijn gemeente ook stadhuisnomaden. Raads- en commissieleden trekken van zaal naar zaal en tafel naar tafel om onderwerpen te bespreken met ambtenaren en burgers. De tijd van de stabiele commissie-in-zaal is voorbij.

Best leuk en spannend. Vooral omdat je niet alleen in de zalen en kamers maar ook op de gang tussendoor mensen tegenkomt. Dat geeft, enige, gelegenheid voor een persoonlijk babbeltje of een grap. In het oude systeem was dat nauwelijks mogelijk omdat journalisten en raadsleden tijdens de vergadering weinig met elkaar overleggen. Het doel van de nieuwe aanpak is vooral grotere aantrekkelijkheid voor de gemiddelde burger. Daarvan was donderdagavond nog weinig te merken maar het kan wel komen, natuurlijk.

Of het voor mij, als journalist, ook beter was, is nog maar de vraag. Eerlijk gezegd had ik wat moeite om het overzicht over de zaak te houden. Ik was dan ook veel eerder alle groepen langs geweest dan eigenlijk de bedoeling was. Het zal ook moeilijker zijn om uit de wat meer verbrokkelde aantekeningen een aantal samenhangende artikelen te maken. Is dat erg?

Nee natuurlijk, het gaat er immers in de eerste plaats om dat raadsleden zich prettig voelen bij de nieuwe werkwijze. Het gaat er ook om dat burgers meer de neiging krijgen om vergaderingen bij te wonen. Dat zou een goede zaak zijn. Er is één nadeel, want als ik als journalist moeite heb met het overzicht, dan kunnen de verhalen wel eens aan kwaliteit inboeten. Ik ga ervan uit dat zoiets nu, de eerste keer zal gebeuren. Tegelijkertijd denk ik ook dat het op den duur zal wennen en dat de artikelen straks weer net zo goed zijn als vroeger, of beter. Daar neem ik er één op!

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com 

Published in: on 29 september 2006 at 11:26  Geef een reactie  

Blij

`Laten we blij zijn met elkaar`, het was voor de eerste keer dat ik aan Jan Peter Balkenende iets christelijks kon ontdekken. Die indruk verdween meteen weer toen hij riep `De VOC-mentaliteit` Wat moet ik ne daarbij voorstellen. De VOC-mentaliteit van de heren XVII die op ieder dubbeltje beknibbelden en zeker geen geld ter beschikking gesteld zouden hebben aan allerlei buitenlandse militaire acties? De VOC-mentalieit van de aandeelhouders die eigenlijk alleen maar belangstelling hadden voor de opbrengst van een vracht? De VOC/mentaliteit van de schepelingen die grotendeels in Nederland waren `uitgekakt` en soms,  om aan straf te ontkomen,  maar aanmonsterden en vervolgens in den vreemde naar hartenlust vrouwen verkrachtten of aan boord doodgingen van pest of scheurbuik? De VOC/memtaliteit van bestuurders die elkaar het leven, ver van Nederland, zuur maakten? De VOC-mentaliteit misschien van het handjevol visionaire avonturiers dat vol zelfvertrouwen eigen leven en dat van anderen in de waagschaal zetten om een ideaal na te jagen?  Ergens heb ik het gevoel dat die laatste mentaliteit het dichtstbij de opmerking van de premier ligt maar dominant was ze geenszins. De VOC was geen instituut dat durf en lef subsidieerde. Ze ging uitsluitend acties aan die een redelijke kans op profijt boden. Is dat slecht? Niet per sé. Het wordt bedenkelijk als die mentaliteit maatgevend wordt voorgesteld voor onze samenleving. Weg zorg, weg sociaal gevoel, weg barmhartigheid (is dat geen christelijk beginsel?) Als er al wonderen bestaan, dan mag het zeker een wonder heten dat niet het protestants christelijke deel van het CDA is overgestapt naar de ChristenUnie. Daar schemert meer christendom in door dan het CDA van Balkenende vermag (dat woord past toch wel goed in dit verband) te presenterenTot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Published in: on 29 september 2006 at 10:33  Geef een reactie  

Celbiologie

Ik kan opgelucht ademhalen. Een hele groep chimpansees is verhuisd van de apenslachterij naar het onderkomen van de eigen stichting. Daar kunnen de mishandelde en gefolterde, ziekgemaakte en vernederde dieren nog wat rustige jaartjes slijten.

Dat is heel mooi. Ook mooi is dat we met z’n allen iets willen doen aan het pesten op school. Daarover heb ik het een tijdje geleden al gehad. Heel dubbel is dat we zonder met de ogen te knipperen kinderen in de cel gooien omdat hun ouders zich niet “naar het eigen land” terug laten trappen. Dat is toch ongelofelijk. Apen blij, kinderen op school blij, allochtone kindertjes in de vernieling.

Nu blijkt dat een meerderheid in de Tweede Kamer tegenstander is van opsluiting van allochtone kindertjes in de gevangenis. Even zo goed is er geen meerderheid te vinden voor een motie die deze vorm van staatskindermishandeling wil afschaffen. Waar hebben onze volksvertegenwoordigers last van? Willen ze wel graag goede sier maken door zich openlijk zorgen te maken over de situatie maar geen verantwoordelijkheid dragen voor een besluit daarover?

Misschien laten we de kindertjes nog even in de cel sudderen totdat er een nieuw kabinet is. Dan mogen de kersverse bestuurders hun handen vuil maken aan deze onverkwikkelijke situatie of … iedereen is de ophef al lang weer vergeten. De herinnering komt dan pas boven als er een cel in brand vliegt en de zesjarige bewoner in het brandwondencentrum van Beverwijk overlijdt.

Zo dramatisch hoeft het niet af te lopen. Het kan ook zijn dat de zesjarige tot zijn tiende jaar in de cel blijft, vrijkomt en zich verward en onsociaal gedraagt.  Het proefdierencentrum in Rijswijk zou trots kunnen zijn op zo’n voorbeeld van celbiologie.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Published in: on 27 september 2006 at 6:48  Comments (2)  

Gewoonte

Weet je, ik ga gewoon met mijn kop weer het bed in zo meteen. Dat lijkt me de beste oplossing voor het probleem dat ik in mijn vorige stuk beschreef.   Ik voel me nog beroerder dan vanmorgen maar vanavond had ik toch nog een interview, Dat viel me rauw op ijn lijf.

Vooral omdat één van mijn gesprekspartners duidelijk maakte dat hij bij het ministerie van BuZa werkte. Volgens hem was het gebruikelijk om een interview van tevoren te lezen. Ik kon niet nalaten hem erop te wijzen dat zoiets helemmaal niet gebruikelijk is en dat er geen enkele verplichting bestaat in dat opzicht. Alleen als een artikel gekocht is, een advertorial, dan is lezen vooraf verplicht.

Mijn BuZaman verzekerde mij dat er geen stuk over BuZa in de media verschijnt zonder dat het bij het Ministerie eerst is goedgekeurd. Ik twijfel daaraan maar als het waar is vind ik het een blamage. Natuurlijk, als een geinterviewde ziet dat aan zijn verzoek niet is voldaan, dan kan hij de volgende keer een interview weigeren. So what? Een echte journalist maalt daar niet om. Hij/zij komt toch wel aan de benodigde informatie.

Mijn stelling is dan ook dat uitgerekend de overheid journalisten chanteert en dat de journalisten zich dat laten aanleunen. Naar analogie van mijn vorige stuk: labbekak!  Kom journalisten sluit de rijen…zou ik zeggen. Onafhankelijkheid is het goud in de handen van de journalist. Weg met het geautoriseer en hier met dat verschoningsrecht. Weg met rechters die journalisten opsluiten om hun informatie te roven en leve de beschermde bron. Het gecontroleer en gebeheers is een gewoonte geworden onder bestuurders en ondernemers maar als alle journalisten zich ertegen verzetten, dan zal het er snel mee afgelopen zijn.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Published in: on 26 september 2006 at 7:37  Geef een reactie  

Labbekak

Soms ben je als mens gewoon een labbekak. Deze week zat ik in een bijeenkomst met een gestresst en pijnlijk hoofd, een dikke keel en oren die maar half hoorden. Een jongedame die ik al jaren best aardig vind, kwam naast me zitten. Het leek mij alsof er een ufo naast me landde. Ze begon een gesprek en vond dat ik er mooi uitzag.

Dat was waarschijnlijk als compliment bedoeld maar het bleef ergens tussen oorschelp en slakkenhuis steken. Veel verder dan een reactie als “dat is mooi dan”, kwam ik niet. De jongedame keek me een beetje verbijsterd aan alsof ze zeggen wilde: “Wat is er met jou aan de hand?” Gelukkig deed ze dat niet want dan had ik haar verteld dat ik me doodmoe, ziek en misselijk voelde en dat had geklonken als een smoes voor mijn botte gedrag.

Labbekak dus. Zit je daarmee? Eigenlijk alleen maar omdat het tegen mijn aard ingaat. Ik wil niet bot zijn en zeker niet tegen een jongedame en al helemaal niet als ik haar nog aardig vind ook. Zit zij ermee? Ja, voor zover ik haar ken wel. Zij zal zich zeker afvragen waarom ik zo ondoordringbaar leek. En nu moet ik dus achteraf tegen haar er iets over zeggen of zo. Of gewoon niets laten horen en de volgende keer weer net doen alsof er niets is gebeurd.

Mensen zien zich vooral geplaatst voor het oplossen van problemen die ze zelf hebben veroorzaakt. Dat is labbekak.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Published in: on 26 september 2006 at 5:17  Geef een reactie  

Objectief

“Ben je nog wel objectief genoeg?” vroeg een opdrachtgeefster mij gisteren. Zij verzocht mij een man te interviewen wiens inzichten mij opportunistisch voorkwamen. Dat had ik de opdrachtgeefster in een vlaag van openhartigheid net verteld.

“Ja, ik ben objectief genoeg”, beloofde ik en dat kon ik ook zonder problemen doen. Objectiviteit is voor mij een onderdeel van mijn vak. Het komt ook in andere vakken voor. Stel je voor dat een kok een maaltijd moet bereiden die hij zelf niet lust. Dat mag geen invloed hebben op de kwaliteit. Ik heb veel mensen geïnterviewd. Sommigen waren mij sympathiek, voor anderen kon ik begrip opbrengen, enkelen lieten me bijna koud en voor een aantal voelde ik vooral antipathie (voor mij dus weerzinwekkend).

Objectiviteit in mijn werk is voor mij geen moeite. Als ik iemand antipathiek vind, dan schakel ik mijn gevoelens uit. Vind ik iemand sympathiek of heel erg aardig, dan breng ik achteraf evenwicht aan in het verhaal. Daarvoor is alleen maar wat analytisch denkwerk nodig. In mijn persoonlijke leven ligt dat wat anders.

Bij mijn dagelijkse aanwezigheid in de wereld heb ik de neiging te relativeren, dat is een vorm van objectief zijn. Tegelijkertijd heb ik ook lang niet altijd zin om mijn gevoelens binnen boord te houden. Dat heeft met levenspassie te maken. Ik ben geen ijskast, geen vriezer en geen koel-vriescombinatie die zelf ijsblokjes maakt. Maar o wee, zodra de journalist in mij wakker wordt, duikt de professie weer op. Ik had zelfs Adolf Hitler of Saddam Hoessein kunnen interviewen, zonder blikken of blozen. Zonder hetzelfde blikken of blozen had ik een half uur later een bom onder hun stoel gelegd (hoewel, zonder blikken of blozen. dat is misschien toch wel een beetje erg stoer gesproken).

Ja, opdrachtgeefster, ik ben objectief genoeg. Nee, familie, vrienden en vriendinnen, voor jullie ben ik nooit objectief.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com

Published in: on 26 september 2006 at 7:15  Geef een reactie  

Vertrouwen

Vertrouwen, wat is er mooier dan dat? Vertrouwen in jezelf betekent meestal dat je een glanzende toekomst tegemoet gaat. Vertrouwen in een ander houdt in dat je weet waar je met een ander aan toe bent. Je kunt op hem of haar rekenen. Je kunt vertrouwen ook schenken. Dat is een cadeautje. Ik schenk mijn vertrouwen geregeld, aan mijn vrouw, mijn kinderen, mijn vrienden en vriendinnen. Ik schenk het, ik geef het nooit weg.

Daar moest ik gisteren aan denken tijdens een bijeenkomst over de manier waarop de gemeente hulpbehoevende burgers een Persoons Gebonden Budget (PGB) zal gaan toekennen. Met dat geld kunnen mensen zelf de steun en hulp inkopen die ze nodig vinden, helemaal naar eigen inzicht, kraak en smaak. Over de besteding van het PGB leggen de ontvangers verantwoording af. Het gaat nu eenmaal om gemeenschapsgeld en we willen graag weten waar het blijft.

Draait het daar echt om? De spreker meende dat de gemeente voldoende vertrouwen moest stellen in de PGB-houders om af te zien van die verantwoording. Als voorbeeld gaf hij de kinderbijslag. Daar schoot in mijn hersenen iets dwars. “Vertrouwen”?  De kinderbijslag is objectief gezien een slecht voorbeeld omdat het geld, lang niet door alle ouders, nog al eens voor heel andere doeleinden wordt gebruikt. Maar met dat antwoord was ik er niet. Er zat nog steeds iets dwars in mijn hoofd.

Vertrouwen schenken aan PGB-houders lijkt mij een goede zaak. Maar is elke PGB-houder in staat de hele complexiteit van de administratie en de uitwisseling van informatie zelfstandig te overzien? Wie biedt mij de zekerheid dat elke PGB-houder kans ziet de beste zorg in te kopen voor een verantwoord bedrag?  Moeten niet heel veel PGB-houders daarbij “vertrouwen” op de steun en hulp van anderen? En hoe zwaar wordt dat vertrouwen op de proef gesteld bij het zien van een overheidsbijdrage die het inkomen van veel Nederlanders overstijgt?  Een bijdrage waarvan de besteding volgens de spreker niet behoeft te worden verantwoord?

Voor gemeente en PGB-houders houd ik het erop dat het voorlopig in elk geval het beste is om de verantwoording in stand te houden. Eenvoud van administratie en regeltjes, prima, loslaten van mensen die onze steun het meeste nodig hebbe: dat lijkt mij een slechte zaak. Ik vertrouw erop dat een meerderheid van hen zal inzien hoe belangrijk dat laatste lijntje is.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

Http://politiek.wordpress.com 

Published in: on 26 september 2006 at 6:58  Comments (2)  

Regels

Vandaag komt er een studie uit naar de gemeentelijke benadering van radicaliserende (moslim)jongeren. Het gaat om een afstudeerscriptie voor de studie bestuurskunde. In de scriptie staat dat gmeenten zich meer richten op radicaliserING terwijl de rijksoverheid zich vooral richt op radicalISME. Het eerste gaat om jongeren die langzamerhand radicaal worden, het tweede om mensen die onverbeterlijk radicaal geworden zijn en afscheidsvisdeo´s monteren. De gemeente probeert jongeren ervan te weerhouden krankzinnig te worden, de rijskoverheid sluit krankzinnigen op.

Lijkt logisch maar in Nederland is het wel een beetje dweilen met de kraan open. Radicalisering vindt volgens mij plaats onder jongeren die losgeslagen zijn als een schip op zee dat door elke golfbeweging wordt meegenomen. In Nederland, en andere landen, hebben we met elkaar afgesproken dat je je niet mag bemoeien met individuele opvattingen. Het leven is op die manier een smalle, hoge trap geworden zonder leuning en met diepten aan beide zijden. In het verleden was het de zuil die de leuning aanbood maar daar doen we alleen nog maar smalend over. Het krakkemikkige leuninkje van Balkenende is daarvoor echt geen alternatief. De man blijkt zelf nauwelijks te weten waar het ding zit.

Opvallend is dat in de Molukse gemeenschap de tweede generatie zich redelijk heeft kunnen wortelen in de samenleving, ook al is er sprake van gedeeltelijke isolatie. De derde generatie is de weg kwijt. Dat is een prachtig voorbeeld van gebrek aan leuning. Leuning, dat wil in de basis zeggen dat kinderen jaartallen, spelling, tafels van vermenigvuldiging en andere regels leren die kortgeleden als ballast overboord werden gezet. Minder computer, meer repetitie. Misschien voorkomen we dan ook dat kinderen het woord   `kikvors` gaan spellen als `kick force`. Overigens, letterlijk vertaald, zouden we wel wat meer `kick force` kunnen gebruiken.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Published in: on 25 september 2006 at 7:15  Geef een reactie  

Onverschilligheid

Afgelopen donderdagavond was het weer zover: de gemeenteraad vergaderde en het was niet over niks. De fundamenten voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning waren aan de orde. Het circus duurde drie uur en ik had het gevoel dat het al die tijd nog ergens over ging ook. Dat is lang niet altijd het geval bij zo’n lange discussie.

Tijdens deze vergadering waren er ook voor het eerst “gasten van de raad” aanwezig. De gemeenteraad had drie Alphenaren uitgenodigd om de vergadering bij te wonen. Voor het merendeel waren het mensen die weinig ervaring hadden met raadsvergaderingen en dat had zo z’n gevolgen.  De drie gasten kregen weliswaar voorafgaand aan de vergadering een uiteenzetting te horen van de zaak die aan de orde was, maar of dat helemaal beklijfde, was de grote vraag. Tijdens één van de schorsingen begaf ik mij temidden van de gasten en vroeg hen wat ze ervan vonden. Het antwoord begon met veel negativiteit. “Die ene mevrouw sprak voor al die mensen””, zei één van hen. ” Voor alle duidelijkheid, die ene mevrouw had er net op gewezen dat er maar heel weinig juristen in de raad waren dus dat de raad geen wetsteksten kon schrijven. `Die mensen weten niks`, ging de man verder. Ik deed een poging om uit te leggen dat er een verschil was tussen `geen-jurist zijn` en `niets weten` maar ook dat `landde` niet helemaal. `Ze hebben het ook de hele tijd over oude koek want je kunt al lang een rolstoel aanvragen`, was de volgende opmerking van de man. Vanuit mijn onuitputtelijk  positieve levensgevoel deed ik een poging om uit te leggen dat het nu om een gemeentelijke regeling ging. Het werd mij niet duidelijk of ik daarmee scherp doordrong bij de spreker. Aan het einde van de schorsing vroeg ik of de drie gasten nu van plan waren vaker een raadsvergadering bij te wonen. `Ja`, was het enthousiaste antwoord. `Al was het alleen maar om me te ergeren`, zei de grootste mopperkous van allemaal.

Het gastheerschap van de raad leek dus toch iets te hebben opgeleverd. Veel schrijnender was het om te zien dat de vertegenwoordiger van een lokale partij voor de tweede keer het af liet weten bij een belangrijke vergadering, Minimabeleid, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, hij heeft het allemaal voorbij laten gaan. Kennelijk is de belangstelling bij een paar willekeurige burgers gewekt terwijl de onverschilligheid bij een raadsfractie toeneemt. Dat vind ik eigenlijk veel zorgwekkender dan het voorlopige onbegrip van de `gasten`.  Aan dat laatste valt iets te doen. Ook ik snapte ooit bij mijn allereerste raadsvergadering nauwelijks waar het over ging. 

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://politiek.wordpress.com

Published in: on 24 september 2006 at 11:31  Geef een reactie